Wet Natuurbescherming

De meeste inheemse zoogdieren zijn wettelijk beschermd. Daarentegen worden exoten deels gedoogd en deels bestreden. Exoten zijn zoogdieren die van oorsprong niet in Nederland voorkwamen en door menselijk handelen nu in Nederland voorkomen. 

Hieronder vind je meer informatie over de wettelijke beschermingsregimes voor zoogdieren die in Nederland voorkomen.

Streng beschermd
Een deel van de zoogdieren is streng beschermd onder artikel 3.5 van de Wet Natuurbescherming. Deze bescherming vloeit voort uit het Verdrag van Bern en de Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn is een richtlijn van de Europese Unie met als doel het waarborgen van de biologische diversiteit in de lidstaten door bescherming van habitats en soorten die van Europees belang zijn. Zoogdieren opgenomen in bijlage IV en bijlage V zijn altijd beschermd, ongeacht waar dit is. Voor zoogdieren genoemd in bijlage II moeten beschermde leefgebieden aangewezen worden indien de soort hier aanwezig is en gebruik van maakt.

Voorbeelden zijn:
Alle vleermuizen zijn beschermd onder in ieder geval bijlage IV, voor een aantal ook bijlage II.
Bever (bijlage II en IV)
Bruinvis (bijlage II en IV)
Goudjakhals (bijlage V)
Noordse woelmuis (bijlage II en IV)
Otter (bijlage II en IV)
Wolf  (bijlage IV)

Nationaal beschermd 
Een deel van de zoogdieren is iets minder streng beschermd, maar nog steeds beschermd onder artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Deze bescherming is bepaald op nationaal niveau. Hoewel dit inhoudt dat deze dieren beschermd zijn, zijn er een aantal uitzonderingen wettelijk geregeld. Zo kan in het kader van het voorkomen van schade aan gewassen beheer worden uitgevoerd op bijvoorbeeld edelhert, ree en wild zwijn. Hiervoor moet in een faunabeheerplan worden vastgesteld welke schade voorkomen moet worden en hoe dit beheer hierin voorziet. Daarnaast staan twee beschermde zoogdiersoorten op de wildlijst (artikel 3.20 van de Wet Natuurbescherming), hierdoor mag er jaarrond (zonder ontheffing of vastgesteld faunabeheerplan) gejaagd worden op haas en konijn.

Voorbeelden zijn:
Boommarter, bunzing, dasedelhert, eekhoorn, haas, hermelijn, rosse woelmuis, steenmarter, waterspitsmuis en wezel.