Eikelmuis

Eikelmuis (© Wesley Overman)

De eikelmuis (Eliomys quercinus) behoort tot de slaapmuizen en wordt soms fruitdiefje of tuinslaapmuis genoemd. Samen met de hazelmuis zijn het de enige twee soorten slaapmuizen die in Nederland voorkomen. Het opvallendste kenmerk van de eikelmuis is de tekening op het gezicht; het masker.

Herkenning

>

Uiterlijk

De eikelmuis is een middelgrote slaapmuis met een opvallende zwarte tekening op het gezicht; het masker. Verder is de tweekleurige, lange, pluimvormige staart een opvallend kenmerk. Deze is aan de bovenzijde bruin en wordt naar de punt toe zwart, terwijl de onderzijde, net als de eindpluim, wit is. De vacht op de rug is grijs- tot warmbruin, en scherp afgescheiden van de witte tot geelwitte buik. De eikelmuis heeft vrij grote, ovale oren, grote zwarte kraalogen en een spitse neus met lange zwarte snorharen.

 

Afmetingen

lengte kop-romp: 100 -170 mm
lengte staart: 90 -150 mm
gewicht: 40-120 gram (in de herfst zwaarder in verband met winterslaap)

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De eikelmuis komt voor van het zuiden van Europa (Spanje, Italië, Kroatië) tot in het zuiden van Nederland, en verder richting het oosten tot in Rusland. In de Alpen leeft de soort tot op een hoogte van 2000 meter. In veel landen in Europa neemt de populatie eikelmuizen af, of is de populatie al volledig verdewenen. De precieze oorzaak hiervan is nog niet bekend. In Nederland wordt de eikelmuis uitsluitend aangetroffen in Zuid-Limburg en voorheen sporadisch in Zeeuws-Vlaanderen. Rond 1950 kwam de eikelmuis algemeen voor in Zuid-Limburg, maar het aantal waarnemingen is sinds begin jaren 70 sterk afgenomen. Rond 2005 kwam het dier alleen nog voor in het Savelsbos. In 2017 werd een populatie eikelmuizen geherintroduceerd op de Bemelerberg. 

Eikelmuizen leven in de struiklaag in kalkrijke hellingbossen. Ze komen ook voor in boomgaarden, kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en tuinen van dorpsranden. Heggen en hagen vormen een verbindingsschakel om zich te verplaatsen. 

 

Leefwijze en voedsel

Eikelmuizen leven een verborgen leven. Ze zijn 's nachts actief van zonsondergang tot zonsopkomst. Ze leven in dichte struiken, die ze nauwelijks verlaten. In de struiken vinden ze wat ze nodig hebben: voedsel, dekking tegen predatoren en een mosnest om in te rusten en jongen te krijgen. Zij verplaatsen zich als een eekhoorn door de struiken: ze springen van tak naar tak en houden hun balans met hun pluimstaart. Ze kunnen uitstekend over dunne braamtakken lopen. Hierbij vinden ze in het donker uitstekend hun weg met hun grote kraalogen en snorharen. Hoewel eikelmuizen gebonden zijn aan de struiklaag, foerageren ze ook onder de struiken op de grond en kunnen meters hoog in bomen klimmen. Ze verplaatsen zich echter niet graag over kale bodem.  

De eikelmuis is een slaapmuis en houdt een winterslaap van oktober tot april. Deze brengt hij, opgerold tot een bolletje met zijn staart over zijn kop, in zijn nest door. Jonge dieren gaan het laatst in winterslaap, omdat zij veel tijd nodig hebben om de noodzakelijke vetvoorraad aan te leggen. Tijdens de winterslaap wordt de eikelmuis soms kort wakker om te drinken en te ontlasten, ook kan hij zijn nest herstellen of van nest wisselen. Als zich in het voor- of najaar koudere perioden voordoen, gaat de eikelmuis soms ook in een ‘slaapstand’. Hoe hoger de temperatuur hoe eerder de eikelmuis zijn winterverblijf verlaat. Ook in de zomer heeft de eikelmuis een mosnest.

Eikelmuizen zijn alleseters, variërend van vruchten, zaden en noten tot insecten, spinnen, miljoenpoten, slakken en een enkele keer zelfs eieren, jonge vogels en kleine zoogdieren. In vergelijking met andere slaapmuizen eet de eikelmuis meer dierlijk voedsel. In de herfst, in de aanloop naar zijn winterslaap, eet de eikelmuis meer vruchten, zaden en noten om op te vetten. De eikelmuis legt geen wintervoorraad voor de winter aan. Omdat de eikelmuis in de winterslaap een groot deel van zijn reserves verliest, heeft hij in het voorjaar veel eiwitten en kalk nodig om in korte tijd jongen te kunnen krijgen, die ook nog op tijd op kunnen vetten voor de winterslaap.  

 

Territorium en verblijfplaats

Eikelmuizen leven in groepen en brengen ook de winterslaap vaak samen door. De eikelmuis heeft in de zomer een territorium met een diameter van ongeveer 150 meter. Deze blijft jaar in, jaar uit onveranderlijk van grootte en plaats. Jonge eikelmuizen op zoek naar een eigen territorium, leggen een afstand af van maximaal 3 kilometer. 

In de zomer bouwen eikelmuizen een nest. Het is bolvormig met een diameter van 20-30 cm en bekleed met mos, soms met haren. Het bevindt zich in een holle boom, natuurlijke spleet (stenen, groeven), nestkast (met de ingang aan de zijde van de bom met een doorsneel van 40 mm) of vrij hangend in een dichte struik. Het nest wordt in één of twee dagen gebouwd en eén of meerdere eikelmuizen kruipen daar volledig in, zodat zij boven en onder warm gehouden worden door elkaar en het mos. Hier verblijven zij gedurende de dag. Dit nest wordt ook gebruikt voor de voortplanting. Eikelmuizen kunnen van meerdere mosnesten tegelijk gebruik maken. Als het warm wordt liggen ze bovenop het mos. Eikelmuizen foerageren tot een afstand van 200-300 meter van hun nest, hoe schaarser het aanbod, hoe verder ze gaan. 

 

De winterslaap brengt de eikelmuis door in vorstvrije ruimtes in holtes of spleten in een holle boom, een zijgang van een dassenburcht, schuurtje, mergelgroeven of kelder. 

 

 

Voortplanting en leeftijd

De paartijd van eikelmuizen begint in april, direct na de winterslaap. Het vrouwtje is vanaf haar tweede jaar geslachtsrijp en krijgt per jaar meestal een worp, zelden twee. Een worp bestaat uit vier tot zes jongen. De jongen worden meestal in mei of juni geboren, na een draagtijd van 21 tot 23 dagen. Bij de geboorte zijn de jongen kaal en blind.

Als de jongen dertig tot vijftig dagen oud zijn, spelen ze veel en maken hun eerste tochtjes buiten het nest. Tijdens deze eerste verkenningstochten, klimmen de jongen vaak op hun moeders rug. Ook lopen de jongen van de eikelmuis in ’karavaan’, waarbij de dieren mond-aan-staart in een rij lopen. Op deze manier brengt de moeder de jongen vanaf de grond naar het nest terug. Na ongeveer vijftig dagen zijn de jongen zelfstandig.

Gemiddeld worden eikelmuizen niet ouder dan 2 jaar, met een maximum van 6 jaar.

Bedreiging en bescherming

>

De eikelmuis staat vermeld op de Rode Lijst Zoogdieren in de categorie ‘Ernstig Bedreigd’ (sinds 2006) en heeft sinds 1950 een dalende trend. Waar er naar schatting in 1950 nog 1500 á 2000 dieren waren, is dat in 2022 gedaald naar 100-150 dieren. Door de sterke achteruitgang, loopt de eikelmuis de kans uit Nederland te verdwijnen.

Ook buiten Nederland gaat de eikelmuis achteruit. Zo is de eikelmuis in Saksen (Duitsland) al volledig verdwenen en is niet bekend wat de oorzaak is. Ook in de rest van Duitsland gaat de eikelmuis achteruit en wordt onderzoek gedaan. De eikelmuis is verdwenen uit Finland, Litouwen en Slowakije, en is zeldzaam of sterk achteruitgegaan in Duitsland, Vlaanderen, Letland, Wit-Rusland, Oekraïne, Polen, Tsjechië en Roemenië. In Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal kunnen eikelmuizen plaatselijk juist algemeen voorkomen. 

 
 

De precieze oorzaak van de achteruitgang is niet bekend. Wel is duidelijk dat de volgende bedreigingen hebben bijgedragen aan de achteruitgang: vernietiging van leefgebied (verdwijnen kleinschalig cultuurlandschap en hoogstamboomgaarden), verdwijnen van verbindende heggen en hagen tussen leefgebieden, verdwijnen van de struiklaag en horizontale verbindingen in hellingbossen, verdwijnen van rust- en voortplantingsplaatsen (door het verdwijnen van rommelhoekjes, vellen van bomen en renovaties aan gebouwen), vermindering van het voedselaanbod (door bijvoorbeeld het uitdunnen van bossen), afname van insecten en andere ongewervelden, gebruik van pesticiden en PCB's en verkeersslachtoffers.


Natuurlijke bedreigingen van de eikelmuis zijn predatoren en kou tijdens de winterslaap. De predatoren van de eikelmuis zijn uilen (met name bosuil), dagroofvogels, vos, das, marterachtigen en kraaiachtigen. Als afweermiddel tegen deze predatoren, kan de staarthuid van de eikelmuis afstropen. De eikelmuis knaagt daarna zelf de blootliggende wervels af. Vanaf de nieuwe eindwervel, groeit de staartpluim vaak weer aan. De grootste sterfte treedt echter op tijdens het winterhalfjaar. Tijdens de winterslaap verliezen de eikelmuizen tot wel 50% van hun lichaamsgewicht. Winters met veel temperatuurwisselingen overleven veel eikelmuizen niet.

 

De provincie Limburg heeft in 2018 het eikelmuisbeschermingsplan vastgesteld, en vanaf 2019 wordt gewerkt aan de uitvoering hiervan. Wat precies niet mag ontbreken in het landschap voor eikelmuizen is nog niet bekend. Hiernaar wordt in 2022 onderzoek gedaan in Nederland en Duitsland. Wat wel bekend is, is dat bescherming van eikelmuizen begint met voorlichting, omdat het dier zeer onbekend is, en begint bij habitatherstel. Het herstellen van leefgebied omvat het terugbrengen van een complexe struiklaag (met inheemse struiken die veel vruchten en noten bevatten) zowel in hellingbossen als in het agrarisch gebied, met een afwisseling van struiken (in bossen of heggen) met boomgaarden. Verder is het op peil houden van de insecten- en ongewerveldenstand belangrijk voor eikelmuizen, waaronder het terugdringen van het gebruik van pesticiden en het terugbrengen van een gevarieerd landschap met inheemse kruiden en struiken en rommelhoekjes. Ook is het terugbrengen van (winter) nestgelegenheid belangrijk in de vorm van oude en dode bomen, nestkasten, dassenburchten etc. Met deze maatregelen kunnen de leefgebieden van het Savelsbos en de Bemelerberg worden verbonden aan elkaar, en richting het Geuldal en naar het westen en zuiden naar België. 

 

Waarnemen

>

Zicht

Eikelmuizen worden door de verborgen leefwijze 'snachts in dicht struikgewas niet op zicht waargenomen. In de winter kan de eikelmuis worden aangetroffen in schuurtjes en houtstapels wanneer hij zijn winterslaap houdt. In de zomer kan men eikelmuizen in nestkasten aantreffen.

 

Geluid

De eikelmuis maakt 'snachts een vrij luidruchtig geluid in de vorm van langgerekte klagende geluiden, een soort getik en vogelachtig gekwetter. Maar hij maakt ook brommende, fluitende, blazende en piepende geluiden. Als eikelmuizen op zoek gaan naar een partner, kunnen ze luidruchtig fluiten, grommen en krijsen om de grenzen van hun zomerterritorium kenbaar te maken of te verdedigen.

 

Vraatsporen

Vraatsporen van de eikelmuis kun je aantreffen op fruit dat van de boom is gehaald, is afgevallen of nog aan de boom hangt en dan vooral op appels en kersen. Op het fruit zijn dan snijvlakken van 2-6 mm, samen 2 snijtanden breed, te zien.

 

Uitwerpselen

Verse uitwerpselen van de eikelmuis lijken op rattenkeutels, maar zijn groter en onregelmatiger van vorm. De keutels zijn 2-4 mm dik, de lengte varieert van 7 tot meer dan 15 mm. De kleur is afhankelijk van het gegeten voedsel en de versheid van de keutel. Vers zijn de keutels glimmend en geel- tot zwartbruin en oud zijn ze dof en grijszwart. Ze liggen verspreid in bijvoorbeeld schuren of zolders.

 

Loopsporen

Loopsporen van de eikelmuis lijken sterk op die van de andere slaapmuizen. De pootafdrukken van de voorvoet hebben 4 tenen, die van de achtervoet 5. De lengte van de afdruk van de voorvoet is 10-15 mm lang en die van de achtervoet 20-28 mm. De nagelafdruk ontbreekt, wat de afdruk weer onderscheidt van soorten zoals de bruine rat. Soms is een sleepspoor van de staart te zien.

 

Vangen

Eikelmuizen kunnen in vallen, zogenaamde live-traps, worden gevangen.

 

Braakballen

Soms zijn eikelmuizen als prooiresten in braakballen van uilen terug te vinden.