Gewone dwergvleermuis (bron: Johann Prescher)
Gewone dwergvleermuis (bron: Johann Prescher)

 


Urbaan gebied is dynamisch; er vinden veel ruimtelijke ontwikkelingen plaats zoals renovatie en sloop van gebouwen, kappen van bomen of verandering van de openbare verlichting. Deze activiteiten kunnen invloed hebben op vleermuissoorten die afhankelijk zijn van gebouwen (ook wel gebouwbewonende vleermuizen genoemd). VleerMUS is speciaal ontwikkeld om de ontwikkeling van de populatie van deze soorten in bebouwd gebied (van urbaan tot landelijk) te kunnen volgen. Specifiek richt dit meetnet zich op drie doelsoorten: de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Dit zijn alle drie gebouwbewonende vleermuissoorten met relatief luide en makkelijk te herkennen echolocatiesignalen. De soorten foerageren in en rond onze steden en dorpen, bijvoorbeeld in de beschutting van opgaande elementen zoals bomenrijen, bosranden en heggen, maar ook in parken, langs kanalen en in tuinen. In dit jachthabitat monitoren we met VleerMUS-routes de vleermuizen die in de urbane omgeving hun verblijfplaats hebben.

De basis van VleerMUS is het jaarlijks drie keer afleggen van een route met de fiets, steeds in hetzelfde seizoen. Hierbij wordt gebruik gemaakt een real time recorder die automatisch getriggerd wordt als er een signaal is met de juiste parameters. Binnen VleerMUS wordt de Batlogger M gebruikt, die automatisch de echolocatiegeluiden van vleermuizen én hun locatie registreert. De routes zijn bepaald op basis van toegankelijke fietspaden en geschikte landschappen voor de doelsoorten. 

 

VleerMUS-routes zijn bepaald op basis van toegankelijke fietspaden en geschikte landschappen voor de doelsoorten (bron: Marta Falzon)
VleerMUS-routes zijn bepaald op basis van toegankelijke fietspaden en geschikte landschappen voor de doelsoorten (bron: Marta Falzon)


In verschillende gemeentes en voor verschillende woningcorporaties in Nederland worden VleerMUS-routes gefietst. Een route wordt in de periode 15 juli – 15 september, binnen 14 dagen, drie keer gefietst. De opgenomen echolocatiegeluiden worden tot op soort of soortgroep gedetermineerd in het programma BatExplorer. Dit kan worden gedaan door de Zoogdiervereniging, maar ook door vrijwilligers of betaalde krachten, waarbij de experts van de Zoogdiervereniging opleiden en ondersteunen, en een steekproef van opnames evenals alle ‘moeilijke soorten/opnames’ valideren. De feedback daarover helpt om degenen die de analyse en determinatie uitvoeren hun werk beter te laten doen. 

Zo wordt per jaar de akoestische activiteit van de doelsoorten bepaald. Door dit elk jaar te herhalen, kan na verloop van tijd een trend in de relatieve akoestische activiteit worden berekend en wordt duidelijk hoe de populaties van de doelsoorten in het urbane gebied zich ontwikkelen.

De VleerMUS-methodiek sluit aan op NEM Vleermuis TransectTellingen, de monitoringsmethodiek voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis op landelijk niveau.

Bekijk onderstaande kaart voor een overzicht van actieve onderzoeksgebieden. Klik op een route om de details te bekijken.

 

Meer informatie? vleermus@zoogdiervereniging.nl

Doelsoorten VleerMUS

Gewone dwergvleermuis (bron: Erik Korsten)

Gewone dwergvleermuis

De gewone dwergvleermuis bewoont een netwerk aan verblijfplaatsen in gebouwen binnen de bebouwde kom, maar ook in het buitengebied. De soort wordt volop foeragerend in het bebouwde gebied en buitengebied gevonden. Opgaande vegetatie en watergangen vormen de verbindingen tussen de verblijfplaatsen en het foerageergebied.

Meer informatie over deze soort
Laatvlieger (bron: Paul van Hoof)

Laatvlieger

De laatvlieger gebruikt meerdere verblijfsplaatsen in gebouwen en dan vooral  aan de rand van de bebouwde kom, maar zeker ook gebouwen in het buitengebied. De soort foerageert veel in het overgangsgebied van de bebouwde kom naar het buitengebied, evenals in oudere parkachtige delen van het urbane gebied en in oude bossen en lanen.

Meer informatie over deze soort
Ruige dwergvleermuis (bron: Erik Korsten)

Ruige dwergvleermuis

De ruige dwergvleermuis bewoont gebouwen en bomen binnen of aan de rand van de bebouwde kom en in het buitengebied. In het bebouwde gebied worden kanalen, vaarten en vijvers als foerageergebied gebruikt, evenals oudere parken, tuinen en (oude) bossen en lanen. Water en opgaande vegetatie vormen de verbindingen in het landschap.

Meer informatie over deze soort
Rosse vleermuis (bron: Johann Prescher)
Rosse vleermuis (bron: Johann Prescher)

Waarde niet-doelsoorten

VleerMUS is een monitoringmethode gericht op het volgen van de populatietrends van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger specifiek in het urbane gebied.

Lees hier meer over waarom het waardevol is om ook geluidswaarnemingen van niet-doelsoorten op naam te brengen binnen je geluidsanalyse.

Waarde niet-doelsoorten
VleerMUS kan ingezet worden voor de populatiemonitoring van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger in een urbane omgeving (bron: Erik Korsten)

VleerMUS binnen SMP

Lees hier hoe je VleerMUS kunt inpassen binnen een Soortenmanagementplan (SMP).
VleerMUS (bron: Marta Falzon)

Hoe gaat VleerMUS in zijn werk?

Lees hier meer over hoe VleerMUS in de praktijk in zijn werk gaat.
Bron: Erik Korsten

Veelgestelde vragen over VleerMUS

Lees in onze veelgestelde vragen meer over VleerMUS en hoe je ons kunt bereiken.