VleerMUS binnen SMP
Vleermuizen zijn strikt beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn, die in Nederland is uitgewerkt in de Omgevingswet. Om ruimtelijke ontwikkelingen toch mogelijk te maken, worden verschillende maatregelen voor onder andere vleermuizen genomen.
Om onnodige vertragingen en kosten te voorkomen, gaan steeds meer gemeentes en woningcorporaties over tot het werken met zogenaamde ‘Gebiedsgerichte Omgevingsvergunningen’ (verder GO). Deze richten zich op een groot projectgebied. Onderdeel van de GO’s zijn soortenmanagementplannen voor beschermde soorten (verder SMP genoemd).
Werken volgens het SMP moet er in resulteren dat negatieve effecten op de Staat van Instandhouding (verder SvI) van de desbetreffende soorten worden voorkomen. Het gaat er om dat wat er wordt gedaan en hoeveel er wordt gedaan, vanuit zowel de passieve bescherming (nakomen zorgplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen) als de proactieve bescherming (versterkende maatregelen van het SMP), gezamenlijk dit doel bewerkstelligen. Aan GO’s en als onderdeel van de SMP’s, is dan ook een monitoringsverplichting verbonden. Deze monitoring dient inzichtelijk te maken of de SvI daadwerkelijk niet geschaad wordt.
De ontwikkeling of trend van de populatieomvang is één van de indicatoren van de SvI. De Zoogdiervereniging heeft voor de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis de VleerMUS-methode ontwikkeld voor monitoring op populatieniveau in het urbane gebied en/of op het niveau van de gemeente.
Deze is opgezet omdat gangbare methoden (bijvoorbeeld dieren in verblijfplaatsen tellen) bij deze soorten in een urbane context praktisch niet makkelijk toepasbaar zijn voor een gedegen populatiemonitoring. Het ontwikkelen van deze methode is gebeurd in opdracht van zes grote gemeentes (Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Tilburg en Ede). VleerMUS bestaat uit het afleggen van fietsroutes, waarbij met een automatische batdetector (Batlogger) opnames worden gemaakt van de aanwezige vleermuizen. Uit deze activiteitsmetingen kan na verloop van tijd een trend in de relatieve activiteit worden afgeleid, welke dient als proxy voor de populatietrend.