Wolf

Wolf (© Maaike Plomp)

De wolf (Canis lupus) behoort tot de familie hondachtigen en wordt beschouwd als de voorouder van alle gedomesticeerde hondenrassen. Het meest duidelijke verschil met (grote) honden is de hangende staart (in rust) van de wolf ten opzicht van de opgekrulde of omhoog gestoken staart bij de hond. Zwervende jonge wolven hebben Nederland reeds bereikt vanaf de wolvenpopulaties in Duitsland en Polen. In 2011 werd bij Duiven een waarschijnlijke wolf waargenomen en gefotografeerd. Daarvóór was de laatste waarneming van een wolf in Nederland in 1869 (bij Schinveld).

De Zoogdiervereniging één van de mede-oprichters is van het samenwerkingsverband Wolven in Nederland en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het landelijke Wolvenmeldpunt.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De wolf is een grote hondachtige met een volle hangende staart meestal met een zwarte punt, een rechte rug, brede borst, stevige nek, een korte snuit met kleine spitse oren. Wolven komen in allerlei kleurvariëteiten voor en verschillen tussen individuele wolven en ondersoorten zijn erg groot. Er bestaan geheel witte wolven, maar ook roodbruine of geheel zwart beesten komen voor. Echter de meeste wolven hebben een grijze tot grijzige vacht, met een rossig bruine kleur op rug, kop en oren.

Het meest duidelijke verschil met (grote) honden is de hangende straat (in rust) van de wolf ten opzicht van de opgekrulde of omhoog gestoken staart bij de hond.

 

Afmetingen

kop-romplengte: 80 -160 cm
staart: 30 - tot 50 cm
gewicht: mannetje 20 - 80 kg, vrouwtjes gemiddeld 18 - 50 kg.
Over het algemeen zijn vrouwtjes ongeveer tien procent kleiner dan mannetjes.

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

Wolven passen zich zeer gemakkelijk aan; hierdoor hebben ze zich wijd verspreid. Noordwaarts tot voorbij de poolcirkel en zuidelijk tot Mexico, Zuid-Europa, Noord-India, China en zelfs in Arabië. De wolf is van oorsprong het roofdier met het grootste natuurlijke verspreidingsgebied ter wereld. Nu is het in grote delen teruggedrongen door de mens.

Wolven zijn in de meeste landen in West- en Centraal- Europa lang geleden uitgeroeid. De meeste overgebleven populaties zijn momenteel stabiel of zijn zelfs in aantal toegenomen. Sommige kleine geïsoleerde Europese populaties zijn ernstig bedreigd. De wolf is in West-Europa teruggedrongen naar hogere berggebieden waar bedreiging door de mens het geringst is.

Op 27 augustus 2011 werd langs de A12 bij Duiven een waarschijnlijke wolf waargenomen en gefotografeerd. In 2006 is er een wolf op 180 kilometer van de nederlandse grens in Duitsland doodgereden (zie ons nieuwsbericht uit 2010). Daarvóór was de laatste waarneming van een wolf in Nederland in 1869 (bij Schinveld). Deze Duitse populatie wolven neemt in aantal toe en bereid zich uit richting het westen. De verwachting is dat wolven in de toekomst ook ons land weer gaan herkoloniseren. Zwervende jonge mannetjes kunnen ons land in theorie binnen enkele dagen bereiken.

Wolven leven in heel verschillende leefgebieden, van toendra en steppen tot aan bos- en cultuurlandschap. Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. Deze gebieden bieden namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën. De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen.

 

Leefwijze en voedsel

Wolven zijn erg sociale dieren en leven in roedels of ‘pak’. Deze roedels zijn goed georganiseerd en worden geleid door een alfa paartje. De overige leden van de roedel zijn veelal de jongen van het alfapaartje. De grootte van een wolvenroedel verschilt per regio en hangt sterk af van het voedselaanbod. In gebieden met een groot voedselaanbod, zoals Alaska, leven wolven in roedels van soms wel dertig dieren. In gebieden met weinig voedsel, zoals Italië en Spanje, leven de dieren in kleine familiegroepjes van enkele dieren.

Een wolf heeft 3 tot 4 kg vlees per dag nodig. Meestal komt het erop neer dat het dier in 1 keer grote hoeveelheid vlees eet (tot wel 10 kg) en dan dagenlang niets (tot wel twee weken).
De wolf is een opportunist. Hij eet knaagdieren, haasachtigen, hoefdieren, vogels en aas. Grotere prooidieren zijn eland, edelhert, wild zwijn, rendier, bever en ree. Indien voldoende aanwezig vormen hoefdieren de belangrijkste prooidieren die langdurig achtervolgd worden. De wolf jaagt meestal op oude, zieke of zwakke dieren maar ook wel op jonge, onervaren dieren.
Wolven leggen soms op een dag grote afstanden af bij het achtervolgen en bejagen van groot wild, tot wel 60 kilometer per nacht.

Vee behoort ook tot het menu van de wolf waar leefgebieden van mens en wolf elkaar overlappen. Vaak stuit de herintroductie of rekolonisatie van wolven op weerstand bij veehouders. De wolven die in Duitsland en Frankrijk leven, zijn beschermd en veehouders krijgen een vergoeding van de overheid voor schade aan hun vee aangericht door wolven. De jachtmethode wisselt. Wolven in Oost-Duitsland jagen in hun eentje veelal op reeën, wolven in Oost-Polen daarentegen jagen in kleine groepjes meer op edelherten.

 

Territorium en verblijfplaats

Het nest van een wolf bevindt zich vaak in een grot of zit verscholen onder boomwortels of tussen de rotsen. De wolf graaft soms ook een hol of vergroot holen van andere dieren zoals vos en das.
De omvang van een territorium is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en ligt ergens tussen de 5.000 en 100.000 ha. In de Alpen zijn territoria van 35.000 ha gemeten, in Alaska zijn ze groter. Het territorium wordt afgebakend door middel van urine, dit is alleen voorbehouden voor dominante dieren.

 

Voortplanting en leeftijd

De paartijd van de wolf verschilt per gebied maar meestal tussen februari en april. Normaal gesproken heeft alleen het alfapaartje het recht om te paren binnen de roedel. Na een draagtijd van 63 dagen worden drie tot zeven welpjes geboren in een ondergrondse burcht. Beide ouders zorgen voor de jongen en krijgen daarbij hulp van de andere roedelleden. Het zogende teefje blijft in het nest terwijl het mannetje haar voedsel brengt. Na een week of zes zijn de jongen gespeend, daarna blijven ze minstens een jaar bij de roedel. Jonge wolven spelen graag en veel. Uiteindelijk worden ze echter verstoten of ze verlaten de roedel zelf. Samen met een nieuw gevonden partner vormen ze dan op een andere plek zelf een roedel en een territorium. In gevangenschap kunnen wolven vijftien tot twintig jaar oud worden. In het wild worden ze echter meestal een jaar of 10.

Bedreiging en bescherming

>

In de loop der tijd is de wolf uitgeroeid in veel gebieden die in gebruik zijn genomen door de mens. De belangrijkste redenen hiervoor zijn angst, onbegrip en het feit dat wolven soms vee doden. Het kost natuurbeschermers de grootste moeite om de soort op plaatsen weer in ere te herstellen. Volgens de Europese Habitatrichtlijn is de wolf strikt beschermd en is de jacht enkel in beperkte gevallen toegestaan. In Frankrijk en Duitsland wordt er geld uitgekeerd voor door wolven veroorzaakte schade.

Intolerantie van de mens is momenteel waarschijnlijk nog steeds de grootste bedreiging voor de wolf in Europa en wolven worden nog steeds (illegaal) door de mens gedood. Mensen worden nagenoeg nooit aangevallen door wolven. In Noord-Amerika, waar ongeveer zestigduizend wolven leven, is in de afgelopen jaren een persoon aangevallen door een wolf. Dit gebeurt echter vrijwel alleen als ze zich wagen in de buurt van een nest met jongen.

Waarnemen

>

Zicht

Het kan erg lastig zijn wolven waar te nemen. Door bejaging is de wolf nachtactief geworden. Een wolf kan tegen de wind in andere dieren, en dus ook mensen ontdekken die zich op een afstand van 300 meter van hem bevinden. Ook kan hij uitstekend zien in het donker. Verder heeft hij een goede schutkleur en heeft een natuurlijke angst voor mensen.

 

Geluid

De wolf kan tonen horen tot 40 kHz en kent een grote verscheidenheid aan geluiden. Wolven communiceren met elkaar over langere afstanden door te janken. Wolven kunnen het gehuil van andere wolven op afstanden van zes tot tien kilometer horen. Het is bedoeld om de roedel weer bij elkaar te brengen maar ook om het territorium af te bakenen. Een wat zachter gejank wordt gebruikt om elkaar te begroeten of onderwerping te laten zien. Als wolven boos of bang zijn kunnen ze grommen.

 

Geurspoor

Wolven gebruiken geursporen om hun territorium af te bakenen en andere wolven (zowel van dezelfde troep als andere) hun aanwezigheid kenbaar te maken. Via urine laten ze een geurspoor na (door het staand urineren met een opgeheven poot). Na het urineren wordt met de achterpoten krabbewegingen op de grond gemaakt.

 

Loopsporen

Een prent lijkt qua formaat sterk op dat van een hond (8 tot 10 cm lang) maar is meer ovaal dan rond. De achtertenen staan meer naar achteren waardoor er meer ruimte is tussen achtertenen en voortenen. In draf is het onderscheid tussen een spoor van een hond of en wolf het beste te zien. Een wolf zet in draf namelijk zijn achterpoot precies in de afdruk van de voorpoot. Ook loopt een wolf doelgerichter waardoor het spoor in een mooie rechte lijn loopt in tegenstelling tot het meer zwenkend/zwabberende spoor van een hond. In diepe sneeuw lopen wolven achter elkaar in hetzelfde spoor.

 

Uitwerpselen

Deze zijn opvallend en hebben het formaat als van een grote hond. De uitwerpselen zijn bruingrijs tot grijs of grijs-wit met duidelijke haren of botresten van prooien erin. Ze hebben een kleine draai aan het uiteinden. Uitwerpselen worden vaak op markante punten gedeponeerd zoals bij wissels.