Eindrapport 'Wasberen vangen in Limburg'

Samenvatting

De wasbeer (Procyon lotor) is meer dan 50 jaar geleden vanuit Noord-Amerika in Europa terecht gekomen en wordt gerekend tot de ‘invasieve exoten’. Sinds enkele jaren is er sprake van populatievorming van wasberen in Limburg met meldingen uit de omgeving van Sittard en Maastricht. In het Kader van de ‘Europese Unielijst Invasieve Exoten’ (Verordening Nr. 1143/2014) is de Provincie Limburg verplicht wasberen uit het wild te verwijderen als sprake is van populatievorming.
De provincie Limburg heeft de Zoogdiervereniging daarom gevraagd het project ‘Wasberen vangen in Limburg’ te coördineren en voor de uitvoering nauw samen te werken met Bionet Natuuronderzoek, Waterschap Limburg, Stichting AAP, de FBE Limburg en het RIVM. Het project is bedoeld om ervaring op te doen met het vangen van wasberen, het zoveel mogelijk verwijderen van de populatie in Limburg (wegvangen en opvang bij Stichting AAP, aangevuld met eventueel afschot onder strikte voorwaarden), het opzetten van een online meldpunt en het evalueren van het vangen.


Het blijkt dat in de gehele provincie Limburg wasberen voorkomen. Door het RIVM is op basis van een genetische analyse de herkomst van de populatie bepaald. De populatie in het kerngebied bij Sittard blijkt van lokale oorsprong. In Limburg blijkt nog geen sprake van immigratie vanuit de gevestigde wasberen populatie in Midden-Duitsland, het front daarvan ligt halverwege de deelstaat Noordrijn-Westfalen. In het Geul-Gulpdal en rond Maastricht zou echter wel sprake kunnen zijn van wasberen uit de populatie in Wallonië.

Het vangen van wasberen was succesvol in de kerngebieden, in totaal zijn 46 wasberen gevangen, maar het heeft niet geleid tot volledige verwijdering van de populatie. De inschatting is dat er nog 17-36 wasberen rondlopen in Limburg, waarvan 9-26 in de kerngebieden en 8-10 dieren daarbuiten (Roermond, Tegelen, Geuldal). Hierbij kunnen de aantallen in het Geul-Gulpdal zijn onderschat. Uit het vangen zijn diverse lessen geleerd voor verbetering van het vangen.

Het RIVM heeft in samenwerking met St. AAP onderzocht hoeveel van de gevangen wasberen besmet waren met wasberenspoelworm (Baylisascaris procyonis). Van de gevangen wasberen bleek 59% van de dieren besmet te zijn met de wasberenspoelworm.

Uit Italiaans onderzoek blijkt dat het mogelijk is een lokale populatie wasberen volledig te verwijderen, mits het vangen meerdere jaren wordt volgehouden. In Limburg lijkt het dan ook mogelijk om de populatie rond Sittard verder te verkleinen of zelfs definitief te verwijderen. Het is daarnaast wenselijk om te achterhalen waar de wasberen vandaan komen die in de omgeving van Maastricht zijn gevangen, inclusief de verkeersslachtoffers uit het Geul-Gulpdal. Als dit immigranten zijn van de gevestigde populatie uit Wallonië, dan heeft dit consequenties voor de te volgen bestrijdingsstrategie. Volledige verwijdering is dan geen optie meer, waardoor nagedacht zal moeten worden over een permanente bestrijding van de populatie.