Sikahert
Het sikahert (Cervus nippon) is een van oorsprong Aziatisch hert dat in de jaren 1890-1930 als parkhert in Europa is geïntroduceerd. Deze dieren kwamen vooral uit Japan. Na ontsnappingen is de soort in veel Europese landen verwilderd. De grootste vrij levende populaties bevinden zich in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. In Nederland leeft een klein aantal ontsnapte dieren in de duinen. Als gevolg van kruising met edelherten, kunnen sikaherten een bedreiging vormen voor de genetische zuiverheid van edelhertpopulaties. Daarnaast kunnen zij bomen beschadigen en bosverjonging afremmen.
Uiterlijke kenmerken
Het sikahert lijkt op het damhert, maar is kleiner. Sikaherten hebben een roodbruine zomervacht met rijen geelwitte vlekjes. ’s Winters hebben mannetjes een donkergrijze tot zwarte wintervacht en vrouwtjes een lichtbruine of grijze vacht, zonder of met slechts onduidelijke vlekken. Hindes met kalf houden hun zomervacht langer dan hindes zonder kalf. Beide geslachten hebben een manenkraag, die ze ook in de winter behouden. De oren zijn afgerond. Lichte en donkere haren op het voorhoofd vormen een soort frons. Er loopt een vale aalstreep vanaf de staartwortel over het achterste deel van de rug. Op de achterpoten bevinden zich kussenvormige geurklieren. Beide geslachten hebben een zwarte lipvlek. Het sikahert heeft een korte, witte staart met donkere streep en een opvallende en voor de soort karakteristieke witte spiegel met een donkere omranding. Het kalf is lichtbruinrood met flanken die minder sterk gevlekt zijn dan die van het damhert- en edelhertkalf. De witte vlekken verdwijnen na enkele maanden. De donkere rand om de spiegel verschijnt pas na 2 maanden. Het sikahert ruit tweemaal, in het voor- en het najaar.
Het gewei van een mannelijk sikahert lijkt op dat van het edelhert, maar heeft minder vertakkingen. De hinde is geweiloos.
Afmetingen
Lengte kop-romp: mannetje 125-160 cm, vrouwtje 110-145 cm
Schofthoogte: mannetje 80-95 cm, vrouwtje 70-85 cm
Lengte staart: 10-17 cm
Gewicht: 60-65 kg
Gewei: 28-81 cm (alleen mannetjes hebben een gewei)
Lengte oor: 9-14 cm
Het mannetje is gemiddeld 30-40 % groter dan het vrouwtje.
Gelijkende soorten
Het sikahert varieert sterk in grootte, maar is desondanks vrijwel altijd kleiner dan het damhert en groter dan het ree. De roodbruine vacht van het sikahert lijkt op dat van het damhert. Mannelijke sikaherten hebben geen schoffelgewei, zoals damherten, maar een gewei met stangen. De vrouwtjes van beide soorten zijn lastiger te onderscheiden, maar sikaherten hebben donkerder poten en een kortere staart, en het zwart bovenop is breder dan bij het damhert.
Sikaherten kunnen kruisen met edelherten, waarbij de eerste generatie nakomelingen kenmerken van beide soorten vertonen. Latere generaties lijken weer op een van beide soorten. De kans op hybdridisatie is in Nederland klein, omdat de gebieden waar edelherten leven ver zijn verwijderd van de duingebieden waar sikaherten voorkomen.
Habitat
Sikaherten komen voor in loof- en gemengd bos met een ondergroei van struikgewas, maar ook in naaldbossen op vochtige bodem. Het sikahert leeft niet, zoals het edelhert, in geheel open terrein.
Leefwijze
Sikaherten zijn het meest actief in de ochtend- en avondschemering. In gebieden met veel verstoring zijn ze vaker ook ’s nachts actief. Vergeleken met andere herten zijn sikaherten weinig sociaal. Vanaf de winter tot aan de bronst leven ze solitair, of worden waargenomen als moeder met een of twee jongen dieren. Na de bronsttijd leven de dieren tot maart in gemengde roedels waarna de geslachten zich scheiden. Aan het einde van de winter zonderen de mannelijke kalveren zich af en voegen zich na enige tijd bij de hertenroedel. De jonge vrouwelijke kalveren worden kort voor de geboorte van het volgende jong door de moeder verjaagd. Ze voegen zich dan bij de roedel van andere jaarlingen en niet-drachtige hindes.
Het sikahert kan goed zwemmen, verre (tot 6 m) en hoge (tot 2 m) sprongen maken, maar heeft onvoldoende uithoudingsvermogen om lange afstanden af te leggen.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit gras en zegge, kruiden, twijgjes en verse scheuten, vruchten en bessen zoals bramen en frambozen. Ook eten ze eikels, boomschors en paddenstoelen en landbouwgewassen als maïs, tarwe, bieten en tuinbonen. Het dieet van het sikahert is grotendeels gelijk aan dat van het edelhert maar bevat meer kruiden en minder loofblad. Het dier kan zich met taaier en voedselarmer materiaal voeden dan het edelhert.
Territorium en leefgebied
Leefgebied zijn relatief klein. In een Ierse studie waren de leefgebieden van volwassen vrouwtjes 18-22 ha, die van mannetjes 45-55 ha. In een andere studie waren de leefgebieden van beide geslachten nog iets kleiner. In een Tsjechisch onderzoek bleken de leefgebieden juist aanzienlijk groter.
Voortplanting
De bronsttijd begint eind september en duurt tot eind november, gemiddeld een maand later dan bij het edelhert. De mannetjes gaan hun territorium aanduiden. Dit doen ze door met hun gewei tegen de struiken te slaan en langs de bomen te schuren, waardoor schilschade ontstaat. Ook met geurklieren op de achterpoten wordt het territorium gemarkeerd.
De vrouwtjes trekken in de bronsttijd naar de mannetjes toe en leven dan tijdelijk in het leefgebied van een mannetje. Met rivalen wordt strijd geleverd om de hinden en er worden harems gevormd. Als één of beide rivalen het gewei kwijt is, wordt het geschil door boksen met de voorpoten in plaats van stoten met het gewei beslecht.
De mannetjes verliezen 20-30 % van hun lichaamsgewicht tijdens de paartijd, die zes weken duurt. De vrouwtjes verliezen bijna geen gewicht tijdens de paartijd.
Na een draagtijd van 7,5 maanden wordt er in mei (of juni) één jong geboren, soms twee. De geboorte vindt op een beschutte plek plaats. Het kalf ligt na de geboorte in het gras of volgt de moeder op de voet. De zoogtijd duurt 6-10 maanden, hoewel het jong al na een maand gaat grazen. Het wordt tot een jaar lang verzorgd door de moeder, waarna het zelfstandig gaat leven. Het kalf is na 16-18 maanden geslachtsrijp en na 4 jaar volgroeid.
Leeftijd
Sikaherten worden ongeveer 10 jaar oud. De oudst bekende leeftijd is 15 jaar.
Natuurlijke vijanden
Predatie van kalveren door vossen en dassen kan aanzienlijk zijn. Wolven zijn (potentiële) predatoren in gebieden waar zij samen voorkomen met sikaherten.
Het sikahert staat op de Unielijst van Invasieve Exoten (sinds augustus 2025) en ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de Positieflijst). Dit betekent dat de soort in Nederland en de EU niet mag worden gehouden of verhandeld. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Impact op inheemse natuur
Door hun nauwe verwantschap kruisen sikaherten en edelherten met elkaar en brengen dan vruchtbare jongen voort. Waar beide soorten voorkomen, zoals in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, is hybridisatie een bedreiging voor de genetische zuiverheid van beide soorten. Sikaherten zijn voedselconcurrenten van andere herten. Bij hoge dichtheden van, zoals plaatselijk in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, kan hun impact op de vegetatie (soortensamenstelling en structuur) aanzienlijk zijn. Ook kunnen zij een remmende invloed hebben op de bosverjonging. Het vegen van en slaan tegen boomschors met het gewei, dat bij sikaherten diepere groeven veroorzaakt dan bij andere herten, kan lokaal leiden tot beschadiging van bomen.
Zicht
In de ochtend- en avondschemering is de kans om een sikahert te zien het grootst. Als sikaherten onraad bespeuren, wenden ze onmiddellijk de kop naar het gevaar toe en gaan hun spiegelharen rechtop staan, zodat de witte vlek sterk opvalt. Het is een alarmsignaal en tevens gids voor andere herten bij het vluchten.
Sporen
• Vraatsporen
Soms is schilschade zichtbaar wanneer bronstige bokken hun territorium markeren door met hun gewei tegen struikgewas te slaan en langs boomschors te vegen. De geweikrassen zijn vaak diep ingekerfd, iets dat bij andere hertensoorten minder vaak voorkomt.
• Uitwerpselen
De keutels lijken sterk op die van (een klein) edelhert, damhert of ree.
• Loopsporen
De prent van een sikahert is circa 70 mm lang en circa 40 mm breed, en is makkelijk te verwarren met dat van een ree, damhert of klein edelhert. Hij is qua vorm het meest vergelijkbaar met dat van een edelhert, maar dan slanker.
Geluid
Sikaherten kennen een breed scala aan geluiden. Snurkende, mekkerende en blaffende geluiden komen voor, evenals zacht gefluister en een alarmroep. Bij gevechten knarsende dreigtonen en gemiauw. De jongen en de vrouwtjes maken zachte piepgeluidjes als ze met elkaar communiceren. De bronstroep van het sikahert is anders dan die van het edelhert en bestaat uit een ongeveer 4 seconden lange fluittoon, die laag begint, steeds harder en hoger wordt en aan het einde weer lager en zachter is. Deze roep wordt verscheidene malen herhaald.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Populaties in het oorspronkelijk gebied hebben populaties ernstig te leiden gehad van habitatverlies en jacht. Hierdoor stierf de soort uit in Vietnam, Taiwan en Zuid-Korea. Ook de populatie in Primorski Krai, in het uiterste oosten van Rusland, nam aanvankelijk sterk af, maar heeft zich kunnen herstellen en omvat momenteel het grootste aantal dieren (>20,000). Ook in China komen (geïsoleerde) populaties voor, evenals verspreid over Japan, waar de soort zich de laatste tientallen jaren heeft weten uit te breiden.
In Taiwan en plaatselijk in Rusland (aangrenzend aan het natuurlijke verspreidingsgebied) is het sikahert ge(her)ïntroduceerd. Introducties hebben daarnaast plaatsgevonden in Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika en Europa.
Europa
Het sikahert werd als parkhert geïntroduceerd in 35 Europese landen, voornamelijk in de jaren 1890 tot 1930. De meeste verwilderde dieren in Europa stammen uit Japan. Maar uit genetisch onderzoek is gebleken dat ook andere ondersoorten naar Europa kwamen, en dat er ook hybridisatie met edelhert heeft plaatsgevonden. Naast vrij levende sikaherten, bevinden zich vele dieren in gevangenschap, zoals in hertenkampen en op boerderijen. In de meeste Europese landen gaat het om bescheiden aantallen. De grootste Europese populaties van het sikahert bevinden zich in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, op afstand gevolgd door Tsjechië en Europees Rusland. Deels betreft het met edelhert gehybridiseerde dieren.
Nederland
In de duinen (Noordhollands Duinreservaat en Kennemerduinen) lopen enkele ontsnapte dieren rond. Sporadisch zijn ook elders meldingen gedaan.
Het sikahert staat sinds augustus 2025 op de Unielijst van invasieve soorten.
Het sikahert ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de Positieflijst).
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevingen)
Familie: Cervidae (Herten)
Geslacht: Cervus
Soort: Cervus nippon
-
2022 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten, 2021
-
2022 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 38
-
2020 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 32
-
2016 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 17
-
2015 Losse artikelen - Lutra
Lutra 58(1)_Hollander_2015
-
2014 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 10
-
2013 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 3