Citizen science onderzoek naar de bedreigde baardvleermuis in de aardappelkelder van Kamp Westerbork

De baardvleermuis wordt voornamelijk aangetroffen in bossen en aan bosranden en jaagt in het donker langs bosranden en open plekken op insecten. In de zomer houden baardvleermuizen zich overdag schuil in onder andere holle bomen, achter boomschors, in spouwmuren van huizen en op zolders (van onder andere kerken). Als winterverblijfplaats maakt de baardvleermuis gebruik van ondergrondse ruimtes, zoals grotten, groeves  en kelders. Zoals voor veel vleermuissoorten zijn winterverblijven erg belangrijk voor de overleving van de soort in ons land. De baardvleermuis komt vrijwel in het hele land in bosrijke gebieden voor, maar nergens in grote getalen, ze is eigenlijk overal zeldzaam. In Noord-Nederland (provincies Drenthe, Groningen en Friesland) is slechts één winterverblijf bekend waar veel dieren overwinteren/overwinterden. Dit is de voormalige aardappelkelder van Kamp Westerbork in Drenthe. Sinds 2012 neemt het aantal baardvleermuizen daar echter sterk af.  
 
Eerder onderzoek naar lokale factoren (Jansen et al 2016; Jansen et al 2017), in en rondom de aardappelkelder, heeft geen duidelijkheid opgeleverd. We wilden daarom, met vrijwilligers van de Zoogdiervereniging, VleD (Vleermuiswerkgroep Drenthe) en Staatsbosbeheer onderzoeken waar de dieren in de zomer verblijven. Om deze reden hebben we in de zomer van 2017 een vangweekend georganiseerd samen met lokale vrijwilligers en professionele vangers. 

Het primaire doel van het onderzoek en het daarbij behorende vangweekend was het lokaliseren van de kraamverblijven van baardvleermuizen die in aardappelkelder overwinteren. Deze kraamverblijven kunnen vervolgens onderzocht worden om te kijken of er mogelijke knelpunten zijn die zorgen voor de achteruitgang van overwinterende baardvleermuizen in de aardappelkelder.