Aanpak voor monitoring van de meervleermuis in Natura 2000-gebied Rijntakken

Deze studie heeft als doel te bepalen welke mogelijke manieren van monitoring van de meervleermuis in de als habitatrichtlijngebied aangewezen delen van Natura 2000-gebied Rijntakken het efficiëntst zijn om de ontwikkeling van de instandhoudingsdoelstelling voor Natura 2000-gebied Rijntakken voor deze soort te volgen. 
 
Doelstelling voor het onder de habitatrichtlijn voor de meervleermuis aangewezen Rijntakkengebied is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van het behoud van de populatie. De in het aanwijzingsbesluit vastgelegde functies van het gebied de Rijntakken voor de meervleermuis zijn paargebied, foerageergebied en vliegroutes. 
 
De meest geschikte, op kwantitatieve parameters gerichte monitoringmethode, specifiek voor dit habitatrichtlijngebied, is een combinatie van vliegroutetellingen en punttellingen in foerageergebied. Deze methode kan uitgevoerd worden door ervaren vrijwilligers en/of onervaren vrijwilligers of terreinbeheerders die een automatische real-time recorder kunnen inzetten. De vliegroutetellingen leveren van data over de aantallen passerende meervleermuizen. De punttellingen leveren inzicht in de relatieve activiteit van meervleermuizen in het foerageergebied. Beide parameters zijn belangrijk voor de beoordeling van de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. De kwaliteit van het leefgebied kan het best worden gemonitord door een driejaarlijks herhaalde kwalitatieve beoordeling van het landschap van foerageergebied en zomervliegroutes. 
 
In het aanwijzingsbesluit wordt gesproken over vliegroutes. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen vliegroutes en migratieroutes. Migratieroutes zijn echter wel van groot belang voor meervleermuizen. Het verder uitwerken van een techniek waarmee de aantallen of relatieve activiteit van doortrekkende dieren te volgen zijn, zou daarom zinvol zijn. Wel is het goed mogelijk om oppervlak en kwaliteit van het migratielandschap te beoordelen en te bepalen waar knelpunten aanwezig zijn of waar het landschap van slechte kwaliteit is.