Bunzing en vossen besmet met vogelgriep

In Zuid-Holland is een bunzing (Mustela putorius) aangetroffen met vogelgriep. Elders in Nederland blijken ook vossen (Vulpes vulpes) besmet te zijn met het virus blijkt uit onderzoek van DWHC, NVWA en WBVR.

Op 8 januari 2022 werd bij Dirklandse Sas op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee een bunzing aangetroffen die zich zeer vreemd gedroeg. Het dier draaide ongecontroleerd met haar kop en was volledig gedesoriënteerd. Zulk gedrag wijst vaak op een aandoening aan het zenuwstelstel. De bunzing werd per dierenambulance overgebracht naar Vogelklas Karel Schot in Rotterdam, een opvangcentrum voor wilde vogels en zoogdieren. Omdat de symptomen zeer hevig waren werd daar besloten het dier na 24 uur te euthanaseren en haar verder lijden te besparen. Dergelijke neurologische symptomen komen ook voor bij watervogels die ziek zijn van vogelgriep. Daarom werd besloten de dode bunzing in het lab van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) te laten testen.

Vogelgriep

Uit de testresultaten kwam naar voren dat de bunzing inderdaad besmet was met de zeer ziekmakende vogelgriepvariant H5N1. Het virus werd aangetoond in de hersenen van het dier, maar monsters uit keel en endeldarm werden negatief getest. Er is momenteel een vogelgriepepidemie gaande onder wilde watervogels in Nederland en in het buitenland. In december werden grote aantallen dode kanoetstrandlopers langs de kust van de Waddenzee aangetroffen die positief testten op H5N1 en ook onder brandganzen en zwanen vallen veel slachtoffers, zoals in de Oostvaardersplassen, Friesland en Noord- en Zuid-Holland.

 

Aasetende zoogdieren en vogels

Inmiddels is duidelijk dat ook wilde zoogdieren geïnfecteerd kunnen worden met H5N1. In mei 2021 werden al besmette jonge vosjes aangetroffen in Groningen en afgelopen december werd opnieuw een zieke vos aangetroffen, nu in Zuid-Nederland. Vooralsnog gaat het om roofdieren die het virus vermoedelijk oplopen door het eten van besmette wilde vogels. Deze manier van besmetting is ook aangetoond bij roofvogels en vogels, zoals in 2015 bij een zeearend die vogelgriepvariant H5N8 bleek te hebben. Deze vogelgriepvariant is in de winter van 2020/2021 ook aangetoond bij buizerd, torenvalk en slechtvalk.

Voorzichtigheid is geboden

De nu aangetoonde gevallen van vogelgriep bij zoogdieren wijzen erop dat voorzichtigheid is geboden tijdens deze vogelgriepepidemie. Het is namelijk bekend dat ook honden en katten gevoelig zijn voor vogelgriep. Houd honden daarom uit voorzorg aan de lijn bij plekken waar dode (water)vogels kunnen liggen. Daarmee voorkomt u dat honden in aanraking komen met besmette dode vogels. Voor wandelaars geldt dat direct contact met zieke en dode watervogels zoveel mogelijk vermeden moet worden.

Opruimen en melden zieke dieren

Kadavers van dieren blijven meestal in de natuur liggen, waarna aaseters de kadavers opruimen. Dat is echter niet verstandig bij door vogelgriep gestorven vogels. De aaseters die daarvan eten, kunnen ook zelf ziek worden. Voor het opruimen van kadavers heeft de NVWA daarom hygiëneprotocollen opgesteld voor terreinbeheerders en dierenambulances. Voor dierenhulporganisaties die te maken krijgen met zieke nog levende dieren zijn handvatten gepubliceerd via Stichting Dierenlot. Signaleert u zelf zieke dieren? Meld dat dan bij de NVWA en houd rekening met het feit dat ook wilde zoogdieren vogelgriep kunnen hebben.

Meer informatie:

Publicatiedatum: 20 januari 2022

Tekst: André De Baerdemaeker (Vogelklas Karel Schot), Margriet Montizaan (DWHC), Nancy Beerens (WBVR), Maurice La Haye (Zoogdiervereniging)
Filmpje: Vogelklas Karel Schot

Met dank aan Jolianne Rijks (DWHC), Marcel Spierenburg en Harry Rozendaal (NVWA)