Alertheid op Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen blijft belangrijk

Van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in België in september 2018 valt veel te leren over een mogelijke uitbraak in Nederland. Welke preventieve maatregelen zijn belangrijk en wat moet er gebeuren bij een besmetting? Belangrijkste les: Meld ieder dood gevonden wild zwijn, want een vroegtijdige signalering is essentieel om de impact zo klein mogelijk te houden.

Dat serieus rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van een uitbraak van Afrikaanse varkenspest (AVP) in Nederland, blijkt uit het feit dat in september 2018 Afrikaanse varkenspest werd aangetoond bij wilde zwijnen in Wallonië. Het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en de Zoogdiervereniging hebben op 7 maart jongstleden een tweede bijeenkomst georganiseerd over Afrikaanse varkenspest (AVP). Zo’n 60 mensen van provincies, het ministerie van LNV, terreinbeheerders, natuurbeschermers, faunabeheer, dierenartsen en de varkenssector kwamen in Utrecht bijeen om elkaar bij te praten over de situatie in onder andere België en over preventieve maatregelen in Nederland. De zorgen over AVP zijn groot, want een uitbraak heeft grote gevolgen, niet alleen voor wilde zwijnen en de varkenssector, maar ook voor de recreatie en land- en bosbouw in een besmet gebied. 

Kleine kans, met groot gevolg
In Nederland is de kans dat Afrikaanse varkenspest op korte termijn wordt binnengebracht erg klein. De kans dat de ziekte uitbreekt doordat besmette wilde zwijnen Nederland binnen komen lopen is verwaarloosbaar. De afstand van de besmette locatie in België naar Nederland zal een besmet zwijn niet afleggen. Wel vormen menselijke activiteiten een risico, doordat onbedoeld vleesproducten van besmette gehouden varkens of wilde zwijnen worden meegenomen naar Nederland. Als varkens of zwijnen deze besmette producten eten, dan is de kans op een besmetting met de ziekte groot en de gevolgen ervan eveneens.

Het voorkómen van het binnenslepen van de ziekte is daarom zeer belangrijk. Essentieel daarbij is het voorlichten van belanghebbenden. De verschillende vakorganisaties informeren hun achterban regelmatig en Rijkswaterstaat heeft op parkeerplaatsen langs snelwegen en bij natuurgebieden borden geplaatst. Daarnaast heeft de NVWA een flyer gemaakt die ook in het Engels, Duits, Pools en Roemeens beschikbaar is. Preventieve maatregelen zijn de verplichte dubbele reiniging en ontsmetting bij terugkomst van vrachtwagens die vee hebben vervoerd naar besmette lidstaten. Verder heeft LNV samen met de NVWA een protocol 'dood gevonden wild zwijn' opgesteld. Provincies en faunabeheereenheden zetten in op regionaliseringsmogelijkheden (voorheen compartimentering genoemd) en methoden om de wilde zwijnenstand te verkleinen.


Een dood wild zwijn hoeft niet met AVP besmet te zijn: er zijn uiteraard ook andere oorzaken. Het dier op de foto was niet besmet. (Bron: Bas Worm)

Wat kunnen we leren uit België en Tsjechië?
Het ministerie van LNV geeft aan dat in Nederland de Europese richtlijn en de strategie van de Europese Commissie zal worden toegepast bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest in Nederland.

In Wallonië is vrijwel direct na de uitbraak een ‘besmette zone’ van 630 km2 aangewezen waarbinnen de jacht is gesloten, alle boswerkzaamheden zijn stil gelegd en recreatie is verboden. Met rust wordt voorkómen dat besmette dieren het gebied worden uitgejaagd. Alle gehouden varkens in de ‘besmette zone’ zijn gedood en er is een vervoersverbod ingesteld. Omdat karkassen van wilde zwijnen lange tijd een bron van besmetting zijn, wordt in de besmette zone actief naar karkassen gezocht en worden deze onder strenge hygiëne eisen verwijderd. Getracht wordt om een wild zwijn vrije zone om het besmette gebied heen te creëren. De ingestelde zone is intussen in verschillende zones ingedeeld met bijbehorende maatregelen en wordt aangepast aan de hand van de gevonden positieve dieren. Er zijn tussen september 2018 en 1 maart 2019 640 besmette wilde zwijnen gevonden in het zuiden van Wallonië, aldus de presentatie van het Belgisch Federaal Agentschap voor Veiligheid van de Voedselketen. De epidemie in Wallonië is voorlopig nog niet voorbij. Omdat het besmette gebied grenst aan Frankrijk, zijn ook daar maatregelen getroffen. De Fransen hebben ook een gebied uitgerasterd en zullen alle daarbinnen aanwezige wilde zwijnen proberen te doden en te verwijderen.

In Tsjechië werd in juni 2017 AVP aangetoond bij wilde zwijnen. Het laatste positieve geval dateert van april 2018; sinds 16 februari 2019 is Tsjechië door de Europese Commissie AVP-vrij verklaard. De maatregelen die in Tsjechië zijn genomen zijn vergelijkbaar met die in België: rust in de besmette zone, plaatsen van rasters, ruimen van kadavers, en het creëren van een wild zwijn vrije zone om het besmette gebied heen. In totaal zijn 230 wilde zwijnen met AVP gevonden.

Omdat gebieden landschappelijk sterk verschillen en ook de populatie wilde zwijnen per gebied anders is, is altijd maatwerk noodzakelijk. Vandaar dat zodra AVP in een land is vastgesteld, er deskundigen uit Europa komen om samen met het land te bepalen wat ze kunnen doen. 

Hoe ziet de Nederlandse situatie eruit?
De risico’s van insleep zijn het grootst in de gebieden met veel wilde zwijnen. De gevolgen zijn mogelijk het grootst in gebieden waar wilde zwijnen (op onderstaande kaart in rood) voorkomen in de nabijheid van varkenshouderijen (in blauw): de Peelregio en op de West-Veluwe.

De faunabeheereenheid Gelderland zet in op het weghouden van wilde zwijnen in het gebied buiten de Veluwe, en dit lijkt goed te lukken. Hoewel Noord-Brabant inzet op verlaging van de wilde zwijnenstand in de hele provincie, is het realiseren hiervan lastig. Tijdens de discussie werd duidelijk dat het ontbreken van een leefgebied voor het wild zwijn in Noord-Brabant nadelig lijkt. In Limburg heeft de provincie het doel om buiten de leefgebieden Meinweg en Meerlebroek de stand te verlagen en nieuwe vestiging nabij intensieve veehouderij actief tegen te gaan. In Overijssel geldt een nul schade beleid. Hier is het streven de populatie terug te brengen naar de stand van 2014.

Een uitbraak van AVP op bijvoorbeeld de Veluwe zou kunnen betekenen dat het gehele gebied tijdelijk wordt afgesloten. Dit kan desastreus uitpakken voor de regio. Daarom moeten we het door preventie niet aan laten komen op een besmetting. Een vroegtijdige signalering van AVP is essentieel om de impact zo klein mogelijk te houden.


Meldingen van wilde zwijnen vanaf 2016 (rood) en aantal varkens per gemeente sinds 2017 (blauw) (Bron: NDFF en CBS)

Meld ieder dood gevonden wild zwijn, want een vroegtijdige signalering is zeer belangrijk om de impact zo klein mogelijk te houden.

Zolang er nog geen AVP in Nederland is, geldt het huidige protocol 'melden en monstername gevonden wild zwijn kadaver' van LNV & NVWA.
Elk gevonden wild zwijn kadaver, waarbij geen sprake is van een andere duidelijke doodsoorzaak (zoals genoemd bij de criteria), wordt beschouwd als een verdenking.

Criteria:
Het zwijn heeft

  • geen sporen van een aanrijding/verkeersongeval.
  • geen sporen van afschot.
  • geen sporen van stroperij.

Meld het wild zwijn bij de lokale beheerder. Hij of zij zal contact opnemen met de provinciale zwart-wild-coördinator. Of meld het rechtstreeks bij de provinciale zwart-wild-coördinator.

Tekst: Ellen van Norren, Zoogdiervereniging en Margriet Montizaan, Dutch Wildlife Health Centre
Foto: Bas Worm
Kaartje: NDFF en CBS