Wat doet de Mol?
22 maart 2010
De gewone mol of Europese mol (Talpa europaea) spendeert een kwart van hun tijd aan het zoeken naar voedsel. Omdat ze onder de grond leven hoeven mollen geen rekening te houden met een dag- of nachtritme.
Mollen hebben echter wel degelijk een vaste dagindeling van lopen, graven, eten en rusten. Graven is hard werken en mollen moeten daarom regelmatig uitrusten van hun noeste arbeid. Mollen besteden eveneens circa een kwart van hun tijd aan het graven en herstellen van hun gangen en het verdedigen van hun territorium. Gedurende de rest van hun tijd rusten ze.

Indien een mol leeft in een bodem met veel bodemdieren is hij veel minder tijd kwijt aan voedsel zoeken dan in voedselarmere bodems. Wat doen mollen als ze tijd over hebben? Veelal rusten ze in hun ‘woonkamer' maar in het vroege voorjaar, zo vanaf midden februari, denkt de mol vooral aan één ding: voortplanten.
Mollen markeren hun territoria met urinesporen. In het paarseizoen worden de onderhuidse geurklieren van mollen groter evenals de geslachtsorganen. Bij het vinden van een partner speelt geur dus een belangrijke rol. In de loop van februari verlaten mannelijke mollen hun territoria op zoek naar ontvankelijke vrouwtjes. Gedurende enkele weken graven ze zich een weg over grote afstand en dan laten ze zich niet gauw door een weg, sloot of geluidswal tegenhouden. In deze periode kunnen mollen tot wel enkele kilometers gravend afleggen gedreven door hun drang om zich voort te planten. Dat ze hiertoe succesvol zijn blijkt wel uit de wijde verspreiding van de zogenaamde bronstgangen in ons land die op dit moment het meest opvallen.

Tijdens zijn zoektocht doorkruist de mol vaak het territorium van andere heren met een stevig duel tot gevolg. Niet zelden legt een van de heren daarbij het loodje. Vindt de mol echter een vrouwtje dat bereid is om te paren dan mag hij een paar uur in haar territorium blijven. De geslachtsdaad duurt echter hooguit enkele minuten en daarna moet hij snel maken dat hij wegkomt. De vrouwtjes zijn niet bepaald trouw aan hun mannen en paren met meerdere langskomende heren. Door meerdere paringen verzekert zij zich van nageslacht. Na het paarseizoen, eind maart, keren de heren veelal terug naar huis om de rest van het jaar weer solitair door te brengen.
Na een dracht van vier tot zes weken komen eind april of begin mei roze, haarloze en blinde jonge mollen ter wereld. Moeder heeft een wiegje van gras, mos en droge bladeren gemaakt onder in de mollenburcht. Gedurende de eerste dagen moeten ze door hun moeder warm gehouden worden. Na twee tot drie weken hebben ze hun prachtige zwarte vacht en openen ze hun ogen.