Van burcht tot bosrand: het winterleven van de das
Wanneer we aan februari denken, denken we vaak aan kou, kale bomen en stille natuur. Toch is het bos allesbehalve stil. Onder de grond en in de schemering gebeurt er van alles. Want terwijl wij nog diep in onze winterjas zitten, breekt voor de das een van de meest bijzondere periodes van het jaar aan. Februari is paartijd én geboortetijd!
Liefde met vertraging
Dassen paren gedurende het hele jaar, maar meestal in februari en ook nog eens in september. Toch worden de jongen niet direct daarna geboren. De draagtijd is zeven weken, maar de bevruchte eicel nestelt zich pas in december in. Dit bijzondere proces, vertraagde innesteling, zorgt ervoor dat de jongen in februari of maart ter wereld komen.
Dat betekent dat er in deze weken van alles gebeurt rond de burcht: nieuwe paartjes, zwangere moeders én pasgeboren jongen. Het is allesbehalve rustig onder de grond.
Leven in de burcht
Een dassenburcht is geen simpel hol, maar een uitgebreid gangenstelsel met meerdere kamers (nestholtes) en soms verschillende verdiepingen. Vaak liggen de burchten in een helling of onder een heuvel, waar generaties dassen jaar na jaar blijven bouwen. Zo kunnen burchten wel tientallen, zelfs honderden jaren oud zijn.
Binnenin de burcht ligt het woongedeelte dat zorgvuldig bekleed is met mos, bladeren en gras. Dassen slepen zelfs adelaarsvarens naar binnen om comfortabele slaapplekken te maken. Een kraamkamer wordt in deze periode extra zorgvuldig ingericht met zacht, droog en goed isolerend materiaal.
Maar de das is niet de enige bewoner van de dassenburcht. Ook konijnen, muizen, vossen en bunzings maken gebruik van de burcht. De das is daarmee niet alleen een bewoner, maar ook een echte ecosysteem-architect!
In de buurt van de burcht staat vaak een belangrijke boom. Deze boom heeft de functie als krabpaal om nagels te slijpen en geur achter te laten. Maar ook als speelboom voor jonge dassen.
Leven in de schemering aan de bosrand
Op het moment dat het gaat schemeren, verlaten dassen de ondergrondse wereld. Met hun kenmerkende zwart-witte kop laag bij de grond scharrelen ze door weilanden en bosranden. Op het menu staan regenwormen, slakken, larven van insecten, valfruit en mast (eikels en beukennootjes). Af en toe wordt ook een muis gegeten, maar jagen is niet hun sterkste kant. Dassen zijn verzamelaars, ze eten wat de bodem hen biedt.
Langs bosranden en territoriumgrenzen maken dassen kleine kuiltjes waarin ze hun uitwerpselen achterlaten. Deze kuiltjes blijven open liggen en dienen als duidelijke geurboodschap aan soortgenoten.
Een kwetsbare tijd
In deze periode zijn dassen extra actief. Ze zoeken voedsel, slepen nestmateriaal naar hun burcht en bewegen vaker tussen voedselgebied en burcht. Waar ze normaal vrij verborgen leven, laten ze zich nu iets vaker zien. Maar die verhoogde activiteit heeft ook een schaduwzijde. Meer beweging betekent ook meer risico. Juist in deze periode vallen er relatief veel verkeersslachtoffers onder dassen.
Wie in februari en maart in het buitengebied rijdt, doet er goed aan extra alert te zijn. Vooral in de schemering en nacht, in de buurt van bosranden en bekende dassengebieden.
Onder onze voeten speelt zich een nieuw begin af. Laten we zorgen dat deze jonge generatie dassen veilig kan opgroeien.
Tekst: Valerie Basten
Foto's: Herman de Jongh, Roel Pannekoek