‘Heien voor windmolens bedreigt zeezoogdieren’
Windmolens komen op pijlers te staan die in de zeebodem worden geheid. En dat maakt enorm veel lawaai. Vooral onder water draagt het geluid ver. Per klap komt er meer dan tweehonderd decibel vrij. ‘Dat kan dodelijk zijn tot op ruim een kilometer afstand, omdat oren van zeehonden en bruinvissen ernstig kunnen worden beschadigd. Als de dieren te dicht bij het heien zitten kunnen ze worden doodgeheid.’ En ook vis-larven gaan dood aan te veel geluid.

Om schade aan zeezoogdieren te voorkomen worden ze voor het heien begint weggejaagd met behulp van ping geluiden waar de dieren een hekel aan hebben. Ook begint men langzaam te heien zodat de dieren onbeschadigd weg kunnen komen. Tijdens de bouw van de huidige windmolenparken is onderzoek gedaan naar effecten op zeezoogdieren, maar zijn er geen aanwijzingen gevonden dat dieren zijn gedood of gehoorbeschadiging hebben opgelopen. Wel dient dit een punt van aandacht te blijven bij nieuwe hei-activiteiten.
Ook zijn er nog meer maatregelen te nemen om de effecten van het heien te minimaliseren. Zo kan men met bellengordijnen het geluid dempen, ook is het misschien mogelijk de fundaties de grond in te trillen wat ook veel minder effect zal hebben.
Wie denkt dat de herrie maar een paar maanden aanhoudt, heeft het volgens Leopold mis. Voor 2020 wil het kabinet zesduizend megawatt aan windenergie op zee realiseren. Dat komt neer op 1200 tot 2000 windmolens de komende vijftien jaar, verspreid over 400 tot 1000 vierkante kilometer. Leopold: ‘Met de huidige heicapaciteit betekent dat vijftien jaar lang elke zomer heien.’
Wageningen IMARES en TNO doen onderzoek naar de gevolgen van het heigeluid. Maar technisch is dat lastig. ‘Het geluid is gewoon te hard om dichtbij te meten. Dan gaat je apparatuur eraan. Dus je moet op afstand meten en dan met modellen terugrekenen. Windmolens in bedrijf maken overigens ook geluid. Over het effect daarvan is nog maar weinig bekend. Marien bioloog Leopold is druk bezig deze en andere risico’s in kaart te brengen. Hij doet dat samen met een twintigtal deskundigen van diverse onderzoeksinstituten en ingenieursbureaus. De club maakt gezamenlijk een zogeheten ‘passende beoordeling’ van de effecten van windmolens op de Natura 2000-gebieden. Opdrachtgevers voor die studie zijn de ‘windboeren’ en energiebedrijven, de initiatiefnemers van de plannen voor windmolenparken op de Noordzee. De beoordeling maakt deel uit van de milieueffectrapportage, en moet eind dit jaar klaar zijn.