De mol is een topsporter
Mollen zijn zeer gestroomlijnd en gespierd en hebben sterke wijduitstaande voorpoten met brede randen waarmee ze uitstekend kunnen graven. De brede handpalmen zijn naar buiten gedraaid wat zeer nuttig is voor het graven maar waardoor een normale loophouding niet mogelijk is. Per jaar kan de mol meer dan 1.000 kg aan grond verzetten en in het voorjaar kunnen ze gangen graven over een afstand tot wel enkele kilometers. Alsof een volwassen man van 80 kg in een jaar tijd met zijn blote handen 500 ton aan grond vergraaft over een afstand van 25 kilometer. In Alcatraz doen ze dat de mol niet na.
Doordat mollen, in vergelijking met topsporters, tweemaal zoveel hemoglobine (rode bloedcellen voor zuurstofstransport) in hun bloed hebben als andere zoogdieren kunnen ze uitstekend in gangen onder de grond leven waar het zuurstofgehalte lager is dan in de blote lucht. Wederom vergelijkbaar met topsporters hebben ze ook verhoudingsgewijs veel grotere longen dan andere zoogdieren.
Mollen graven niet zomaar een gang maar een heel gangenstelsel van horizontale en verticale pijpen. Eén mol heeft vaak een gangenstelsel van 150-250 meter lang. Het gehele territorium beslaat 400-2200 m², afhankelijk van de hoeveelheid bodemdieren. Zodra de mol een voldoende groot gangenstelsel heeft gegraven voor zijn voedselbehoefte pleegt hij alleen nog maar onderhoud. Door regelmatig zijn gangen te inspecteren vindt hij voldoende voedsel. Extra of meer gangen graven is pas weer nodig zodra voedselschaarste optreedt of als het voorjaar aanbreekt en een partner gevonden moet worden.

Mollen kunnen niet alleen goed graven, ze kunnen ook prima zwemmen. Echter, mollen mijden te natte gronden en zijn niet te vinden in die bodemlagen waar zich grondwater bevindt. Als door extreme regenval het grondwaterpeil stijgt, wijkt de mol uit naar hoger gelegen gebieden. Verdrinking door overstroming is echter een belangrijke doodsoorzaak voor mollen. De uiterwaarden vormen in het voorjaar, als het vele sneeuw en ijs het rivierpeil doet stijgen een levensgevaarlijk leefgebied voor de mol. De mol kan goed graven maar nu ook niet weer zo snel.