Wallaby's
Wallaby’s zijn kleine tot middelgrote buideldieren die van oorsprong in Australië en Nieuw-Guinea voorkomen. Wallaby’s behoren tot dezelfde familie (Macropodidae) en soms hetzelfde geslacht als kangoeroes, maar zijn doorgaans kleiner. Er zijn ongeveer 30 soorten wallaby’s. De soort die in Europa is geïntroduceerd is de Bennetwallaby (Macropus rufogriseus). Ontsnapte dieren hebben vooral in Engeland en Ierland geleid tot gevestigde populaties. Ook in Friesland leeft een groepje, verder gaat het in Nederland om incidentele meldingen. De in Europa in het wild levende wallaby’s lijken vooralsnog geen bedreiging voor inheemse flora en fauna.
Uiterlijke kenmerken
Een wallaby heeft sterke achterpoten met grote voeten waarop hij zich hoppend en springend voortbeweegt. De voorpoten zijn veel kleiner en worden vooral gebruikt bij het foerageren en om het evenwicht te bewaren. De staart is ongeveer even lang als het lichaam en is een belangrijke steun bij het bewaren van het evenwicht. Ook wordt de staart als afweermiddel gebruikt. De vacht van een wallaby is kort en glanzend, in diverse tinten grijs, bruin, beige of roodbruin. De vacht is in grote lijnen effen. De buik is meestal lichter van kleur. Sommige soorten hebben kleuraccenten, zoals een lichte streep aan de zijkant van de kop of een donkere rugstreep. De vrij lange oren zijn ovaal-driehoekig en staan bijna rechtop. Mannetjes zijn iets groter en zwaarder en hebben een iets kleurrijkere vacht. Vrouwtjes hebben een buidel op de buik om hun jong in te dragen.
Afmetingen
Lengte kop-romp: 30-104 cm Lengte staart: 25-74 cm Gewicht: tot 20 kg
Gelijkende soorten
Kangoeroes hebben dezelfde uiterlijke kenmerken als wallaby’s, maar zijn groter en zwaarder gebouwd.
Habitat
De verschillende soorten wallaby’s hebben in hun gebied van oorsprong een eigen habitatvoorkeur. Veel soorten leven in gebieden met een afwisseling van bos, struiken en grasland. Overdag houden ze zich schuil in het bos of in struikgewas. In toenemende mate houden ze zich op in landbouwgebieden en aan de randen van de bebouwde omgeving. Er zijn ook rotswallaby’s, die tussen rotsen, vaak nabij water, leven.
Leefwijze
Sommige soorten wallaby’s leven bij voorkeur alleen, andere soorten in groepjes. Er heerst een bepaalde rangorde in een groep. Mannetjes vechten soms onderling om de rangorde te bevestigen. Ze zoeken hun voedsel voornamelijk in de schemering en ‘s nachts.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit allerlei soorten planten(delen), zoals gras en bladeren en af en toe bessen, valfruit en zaden. In Engeland wordt onder meer gras, heide en varens gegeten, ook bosbessen.
Voortplanting
Sommige soorten wallaby’s kunnen het hele jaar door jongen krijgen, andere soorten alleen in de eerste helft van het jaar (ook aan de andere kant van de wereld). De draagtijd is kort, slechts een maand. Meestal wordt een enkel jong geboren, in Australië een ‘joey’ genoemd. Het jong is klein, kaal en blind en kan nog niet voor zichzelf zorgen. Het klimt direct na de geboorte naar de buidel van de moeder. Daar klampt het zich vast aan de tepel van de moeder. Hier ontwikkelt het diertje zich nog een paar maanden verder. Na drie tot vijf maanden gaan de ogen open en gaat de vacht groeien. Afhankelijk van de soort verlaat het jong na vijf tot negen maanden de buidel. Dan komt het jong vooral nog terug in de buidel om te drinken, of als er gevaar dreigt. De moeder kan tegen die tijd weer een nieuw jong krijgen. Ongeveer na een jaar is het jong zelfstandig. Een wallaby is vruchtbaar na 8 maanden tot 2 jaar, afhankelijk van soort en geslacht.
Leeftijd
De gemiddelde levensverwachting in het wild is 9 jaar, in gevangenschap 10-15 jaar.
Natuurlijke vijanden
In Australië is de dingo, een grote hondachtige, een geduchte predator. Ook honden, katten, vossen en andere grotere roofdieren vormen een bedreiging. Wallaby’s kunnen zich goed verweren door met hun poten of staart te slaan, en ze kunnen ook bijten.
Wallaby’s worden door mensen bejaagd vanwege hun vlees en hun vacht. De toenemende interactie met mensen vormt een probleem. Daar waar de leefgebieden van mensen en wallaby’s bij elkaar komen vallen veel verkeersslachtoffers. Ook in Nederland vormt verkeer de belangrijkste bedreiging, en kunnen wallaby’s een gevaar zijn voor de verkeersveiligheid.
Wallaby’s kunnen een ziekte bij zich dragen, het Ros River virus. Dit is ook overdraagbaar op mensen en kan een chronisch vermoeidheidssyndroom met zich meebrengen (bij 10 % van de besmettingen). Tot nu toe is dit alleen bekend van besmettingen van mensen die in Australië zijn geweest.
Wallaby’s staan niet op de Unielijst Invasieve Exoten. Ze ontbreken tevens op de Huis- en hobbydierenlijst (de Positieflijst). Dit betekent dat de soort in Nederland niet mag worden gehouden of verhandeld. Er geldt een overgangsregeling voor mensen die dieren van de lijst houden op het moment van het ingaan van de lijst (1 juli 2024).
Impact op inheemse natuur
Wallaby’s kunnen zich in Nederland prima redden. Het Nederlandse klimaat is vergelijkbaar met het klimaat in de gematigde delen van Australië. Wel kunnen strenge winters slachtoffers maken. Voor zover bekend zijn effecten op vegetatie en concurrentie met inheemse diersoorten beperkt.
Zicht
Wallaby’s zijn schuwe dieren, die in de schemering en ’s nachts actief zijn.
Sporen
- Uitwerpselen
De keutels zijn zwart, eivormig en grofvezelig. De uiteinden zijn doorgaans afgerond. Ze zijn 20-35 mm lang en 15-20 mm breed. Ze worden vaak gevonden in groepjes of (losgeraakte) snoeren van 5-6 keutels bij elkaar. - Loopsporen
De achtervoet heeft vier tenen, teen 1 (de buitenste) ontbreekt. De prent van de achtervoet laat doorgaans slechts twee (teen 4 en 5) van de vier tenen (met grote nagels) zien, waarbij teen 4 zeer lang is, teen 5 een stuk kleiner. Tenen 2 en 3 zijn klein en vergroeid en niet te zien in prent. Achtervoet breedte 5 cm, lengte 12 (in stilstand tot 23) cm. De veel kleinere voorvoet drukt wel alle tenen af. Bij lage snelheid zijn voor- en achtervoeten te zien, en is ook een staartafdruk zichtbaar. Bij hoge snelheid wordt alleen met de achterpoten gesprongen.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Wallaby’s komen van oorsprong voor in Australië en de omringende eilanden, Indonesië (Papua) en Papua-Nieuw-Guinea. Geïntroduceerde populaties komen voor in Nieuw-Zeeland, op Hawaii en in Europa.
Europa
In enkele Europese landen leven individuen of groepjes wallaby’s. Deze zijn ontsnapt bij particulieren, uit dierentuinen, wildparken of kinderboerderijen. Het gaat waarschijnlijk steeds om Bennettwallaby (Notamacropus rufogriseus). Vooral in Engeland, Schotland en Ierland, waaronder op enkele eilanden, hebben ontsnapte dieren zich voortplantende populaties weten te stichten, onder meer in het Peak District, in Cornwall en op Isle of Man. Op Lambay Island voor de Ierse kust werden in de jaren 1980 wallaby’s vrijgelaten, nadat de populatie in Dublin Zoo te groot werd.
Ook in een bosgebied op 50 km ten westen van Parijs bevindt zich een vrij levende populatie van enkele tientallen wallaby’s.
Losse meldingen komen daarnaast uit Frankrijk en Nederland.
Nederland
Vanwege verplichte documentatie bij het houden van en mogelijke overdracht van ziektes als de Q-koorts door schapen en geiten, kozen dierenparken, kinderboerderijen en particulieren in het verleden steeds vaker voor wallaby’s. Soms werden dieren losgelaten of wisten ze te ontsnappen. Sporadisch zijn er in Nederland losse meldingen van wallaby’s, verspreid over het land. In het zuidoosten van Friesland, in de buurt van Makkinga, leeft al jaren een groepje. Hier heeft in het verleden ook voortplanting plaatsgevonden.
Wallaby’s staan niet op de Unielijst van invasieve soorten.
Wallaby’s ontbreken op de Huis- en hobbydierenlijst (de Positieflijst).
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Diprotodontia (Klimbuideldieren)
Familie: Macropodidae (Kangoeroes)
Geslacht: Notamacropus, etc.
Soort: Notamacropus rufogriseus, etc.
-
2014 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 8