Moeflon
De moeflon (Ovis gmelini) behoort tot de familie van de holhoornigen. Met een schofthoogte van 70 centimeter is de moeflon het kleinste wilde schaap. De moeflon wordt in Nederland beschouwd als exoot omdat de soort in de jaren 1920 is geïntroduceerd voor de jacht. De meeste dieren leven in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Sinds de wolf Nederland heeft gekoloniseerd, en ook op de Hoge Veluwe voorkomt, is het aantal vrijlevende dieren hier sterk gereduceerd.
Uiterlijke kenmerken
De moeflon heeft een korte, gladde, roodbruine tot kastanjebruine vacht. Rondom de ogen en neus, in de oren, bij de buik, hoeven en dijen is de vacht witachtig. Hoe ouder een dier is, des te groter de vlekken. Mannetjes hebben op de rug een lichte, zadelvormige vlek. Vrouwtjes zijn lichter en grijzer van kleur. De mannetjes hebben manen op de nek en in de hals. Jonge dieren hebben een wollige, grijsbruine vacht, die na korte tijd vervangen wordt door een haarvacht. En bij jonge mannetjes (tot 2 jaar) ontbreekt de witte zadelvlek. In het voorjaar, wanneer de dieren in de rui gaan, valt het onderhaar met hele plukken tegelijk uit.
De hoeven van moeflons zijn smal en rond en staan sterk gespreid. De bijhoeven zijn klein. De ogen staan aan de zijkanten van de kop en zijn geelbruin met zwarte lengtepupillen. De oren steken ver uit de kop. De neus is donker.
Moeflons hebben horens boven op hun kop. Deze groeien vanaf de vierde levensmaand tot het vierde jaar snel, daarna gaat de groei langzamer. Een moeflon draagt het gehele jaar horens en gooit ze niet af zoals herten. De vorm en lengte zijn per dier verschillend. De punten zijn glad en naar de kop toe zijn de horens sterk geribbeld. Vooral bij oude rammen kunnen de horens tot achter de oren omkrullen. Soms krijgen vrouwtjes ook horens, maar deze blijven veel kleiner dan die van de mannetjes; vaak zijn het slechts korte stompjes.
Afmetingen
Lengte kop-romp: 100-130 cm
Schouderhoogte: 80 cm
Lengte staart: 6-10 cm
Lengte horens: tot 85 cm, bij ooi veel kleiner of geheel ontbrekend
Gewicht: mannetjes 35-50 kg, vrouwtjes 25-40 kg
Habitat
De moeflon heeft een voorkeur voor open landschap en stelt verder weinig eisen aan zijn biotoop. Van oorsprong komt hij voor in hellingbossen, op bergweiden en in rotsachtige gebergten. In Nederland komen moeflons ook voor in open landschappen zoals heiden en zandverstuivingen en in eiken- en grove dennenbossen.
Leefwijze
Moeflons zijn van nature schuwe dieren die overdag en in de schemering actief zijn. Het gehoor en reukvermogen van moeflons zijn goed ontwikkeld. Het gezichtsvermogen is zelfs uitstekend; ze kunnen al op grote afstand bewegingen in het landschap waarnemen.
Voedsel
Moeflons zijn planteneters. Ze kunnen toe met een karig dieet. Moeflons eten gras, maar ook jonge scheuten van heide, kruiden, twijgen, knoppen, jonge bladeren en 's winters boomschors. Ook eten ze stengels van bosbes en mast van eik en beuk. Daarnaast jonge grove dennen en loofbomen.
Territorium en leefgebied
De moeflon heeft geen vaste verblijfplaats en ook geen territorium. Wel zijn het echte kuddedieren. De ooien leven samen met jongen van een jaar oud en de lammeren in één kudde, ook wel een sprong genoemd. De rammen leven veelal solitair, soms in kleine kuddes. In de bronsttijd voegen de kuddes zich deels samen.
Voortplanting
De voortplantingstijd, bronsttijd genoemd, is in Nederland in september. De mannetjes vechten dan om de vrouwtjes. Hierbij rennen de mannetjes van enige afstand op elkaar in, springen op het laatste moment omhoog en slaan voluit met de koppen tegen elkaar. Dit stoten wordt herhaald, kan heel lang doorgaan en is soms goed hoorbaar. De gevechten zijn heftig maar eisen nooit dodelijke slachtoffers. Na het gevecht drijft de winnaar bronstige ooien uit hun groep om ze te bevruchten.
Na een draagtijd van 150 tot 170 dagen, worden in april en mei de lammeren geboren. Per worp wordt meestal één, soms twee jongen geboren. Voor de geboorte zondert de moeder zich ver van de kudde af. Het lam weegt bij de geboorte slechts 2800 g en is kleiner dan een haas. Het lam kan 20 minuten na de geboorte de moeder al volgen. Maar het ligt ook vaak op een rustig plekje terwijl de moeder dichtbij aan het grazen is. Het lam is snel zelfstandig en zoekt leeftijdgenootjes op om mee te spelen. Jonge dieren blijven meestal twee jaar bij de moeder en vergezellen haar dus ook nog als ze een nieuw lam heeft.
Vrouwtjes zijn na anderhalf tot drie jaar geslachtsrijp. De rammen al na één jaar, maar ze komen meestal pas na ongeveer zeven jaar aan de beurt, omdat ze eerst een voldoende dominante positie moeten opbouwen.
Leeftijd
Ooien worden 14 tot 15 jaar oud, rammen 10 tot 11 jaar.
Natuurlijke vijanden
Natuurlijke vijanden waren in Nederland afwezig, totdat de wolf het land herkoloniseerde. Sindsdien zijn veel vrijlevende moeflons ten prooi gevallen aan de wolf.
De laatste natuurlijke populaties op Corsica en Sardinië zijn bedreigd en bestaan uit nog enkele honderden dieren terwijl de elders uitgezette kuddes goed gedijen. De status van de moeflon in Nederland kan verwarrend zijn. De soort behoort niet tot de inheemse fauna en is dus een exoot. Dit betekent in principe dat het dier afgeschoten mag / dient te worden. De terreineigenaar heeft echter het laatste woord en kan bepalen dat een populatie van een bepaalde grootte mag blijven bestaan.
Impact op inheemse natuur
Voedselconcurrentie met andere inheemse hoefdieren (ree, edelhert, wild zwijn) speelt nauwelijks een rol, omdat elk een eigen mix uit het beschikbare voedsel kiest. In lage dichtheden kunnen moeflons de heide openhouden. Bij toenemende dichtheden van moeflons en andere hoefdieren kan de begrazingsdruk in een gebied te groot worden, met vergrassing als gevolg. Daarnaast wordt loofbosverjonging vertraagd of verhinderd. Uiteindelijk kan dit leiden tot negatieve effecten op de diversiteit van flora en fauna.
Zicht
Overdag zijn moeflons vrij makkelijk te zien. Daarvoor moet je ergens gaan zitten wachten en zorgen dat de wind jouw kant op staat, zodat de dieren je niet kunnen ruiken. Keutels zijn te vinden in bosrijke gebieden.
Sporen
- Vraatsporen
Vraatsporen van de moeflon zijn te vinden op stammen. De bijtrichting ligt vaak scheef op de lengterichting van de stam, dit in tegenstelling tot evenhoevigen waarbij dit vaak met de lengterichting mee is. Het ontstane vraatspoor kan v-vormig zijn of het is een wirwar van krassen die min of meer scheef op de stam staan.
- Uitwerpselen
Uitwerpselen van de moeflon zijn minder dan 10 mm dik en ongeveer 12 mm lang. Vers zijn ze glimmend en groenbruin tot zwart. De vorm kan onregelmatig zijn van vrij rond tot eivormig. Vooral na het eten van jong gras, kunnen ze in klonten aan elkaar te vinden zijn of vormen ze een brijachtige, vaak lichter gekleurde massa. Moeflons deponeren hun keutels in bosgebieden en hebben geen vaste plek daarvoor.
- Loopsporen
Een pootafdruk van een mannetje is 4,5 cm breed en 5,5 cm lang, die van het vrouwtje iets korter en smaller. De afstand tussen de verschillende pootafdrukken is in stap en draf 70 tot 120 cm. De bijhoeven zijn bij uitzondering te zien wanneer de moeflon zich in galop op zachte bodem voortbeweegt.
Geluid
De moeflon is meestal zwijgzaam. Hij kan blaten zoals een huisschaap. Rammen maken brommende geluiden en soms is het stoten van hun horens tegen bomen, stenen en elkaar te horen in de bronsttijd.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Wilde populaties van de moeflon leven in Turkije (lokale populaties, deels vanuit herintroducties) en een gebied dat zich uitstrekt in Turkije, Armenië, Azerbeidzjan, Iran en Irak. Zuidelijker in Iran bevinden zich ook nog populaties. Moeflons werden geïntroduceerd in Zuid-Amerika (Argentinië, Chili), de VS (Californië, Texas, Hawaii) en Europa, en wereldwijd binnen hekken en rasters, voor de jacht.
Europa
Vermoedelijk werd de moeflon in de prehistorie ingevoerd op drie eilanden in de Middellandse Zee: Corsica, Sardinië en Cyprus. Vanaf het midden van de 18e eeuw werd de soort vandaar ten behoeve van de jacht uitgezet in 24 Europese landen.
Nederland
In Nederland komen op een aantal plekken moeflons voor. Momenteel leven ze op de Hoge Veluwe, op het Wekeromse Zand, nabij Vierhouten (Landgoed Noorderheide) en in de Maashorst. In de Achterhoek leeft nog een kudde op een particulier landgoed. De kudde in het Nationale Park De Hoge Veluwe is in de jaren 1920 uitgezet. De populatie op de Hoge Veluwe is sterk gereduceerd als gevolg van predatie door wolven. De enkele tientallen overgebleven dieren staan achter een omheining.
Tot in de jaren 1980 leefden er ook nog moeflons in het Kroondomein. Deze werden afgeschoten omdat men vond dat zij te veel negatieve effecten hadden op de bosontwikkeling. Ook in de Amsterdamse Waterleidingduinen waren vanaf 2005 ten behoeve van begrazing een aantal jaren moeflons aanwezig.
De moeflon ontbreekt op de Unielijst van invasieve exoten en staat niet op de Huis- en hobbydierenlijst (de ‘positieflijst’).
- Nederlands Soortenregister
- Wetgeving en beleid
- Standpunt exoten
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Bovidae (Holhoornigen)
Geslacht: Ovis
Soort: Ovis gmelini
-
2018 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 24
-
2012 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 23 / nr. 4 / winter 2012
-
2005 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 16 / nr. 3 / september 2005
-
1991 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 02 / nr. 2 / juni 1991
-
1990 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 01 / nr. 3 / oktober 1990