Dwergspitsmuis

Dwergspitsmuis © Wesley Overman

De dwergspitsmuis (Sorex minutus) heeft een zandbruine tot donkerbruine vacht op de rug en flanken en een grauwwitte vacht op de buik. De dwergspitsmuis is een zoogdier in de orde van de insecteneters. Verwarring met andere spitsmuizen kan optreden.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk 

De dwergspitsmuis heeft een zandbruine tot donkerbruine vacht op de rug en flanken en een grauwwitte vacht op de buik. Er is een duidelijke demarcatielijn tussen beide kleuren, die vrij laag over de flank loopt. De staart is eenkleurig behaard en lang: 70-80% van de lichaamslengte. Aan de staartbasis is de staart duidelijk ingesnoerd. Jonge dieren hebben een kwastje aan het einde van de staart, maar dat slijt langzaam af en verdwijnt geheel bij oudere dieren. De echt oude dieren (twee jaar) kunnen zelfs een geheel kale staart hebben.

De dwergspitsmuis heeft een ronde kop en een korte smalle snuit met lange lichte snorharen en een donkere neusspiegel. Hij heeft scherpe tanden met een rode rand. De rode rand slijt echter af en is soms geheel verdwenen. De oren zijn grotendeels in de vacht verborgen en hij heeft kleine donkere ogen. Aan zowel de voorvoet als de achtervoet heeft de dwergspitsmuis vijf tenen, met donkere scherpe nagels.  

Afmetingen

lengte kop-romp: 40-64 mm.
lengte staart: 33-47 mm.
gewicht: 2,5-5,5 gr.

De dwergspitsmuis is qua grootte te vergelijken met een walnoot.

Gelijkende soorten

De dwergspitsmuis is zonder ervaring met alle soorten spitsmuizen te verwarren.

Qua kleur kan de dwergspitsmuis aan een huisspitsmuis doen denken. De oren van de huisspitsmuis steken echter duidelijk uit de vacht en de staart heeft verspreide lange zilverwitte afstaande haren (dat zie je alleen als je van heel dichtbij kijkt).

De grootste valkuil zijn echter de gewone bosspitsmuis en tweekleurige bosspitsmuis die beiden qua kleur erg variabel zijn. Ook qua vorm en grootte komen ze het meest in de buurt van de dwergspitsmuis. De hele set van kenmerken moet bekeken worden om deze soorten van elkaar te onderscheiden. Let vooral op lage demarcatielijn, kleur van rug en buik, lengte van de staart ten opzichte van de lichaamslengte, insnoering aan de staartbasis en uiteraard het formaat.

Determinatie

Voor de in Nederland voorkomende muizen (ware muizen, woelmuizen en spitsmuizen) heeft de Zoogdiervereniging in samenwerking met Naturalis de soortzoekers gemaakt om mensen te helpen bij de determinatie van deze lastige groep zoogdieren. Selecteer links in beeld de waargenomen kenmerken, waarna enkel nog de soorten worden getoond die hieraan voldoen.

Er zijn voor muizen drie soortzoekers gemaakt:

Ecologie

>

Habitat

De dwergspitsmuis komt in allerlei soorten biotopen voor, als er maar een bodembedekkende vegetatie aanwezig is en de bodem vochtig en koel is. Vaak is de vegetatie ook hoog en dicht. Hieronder vallen graslanden, varenbossen, heggen en struwelen, maar ook akkers, bermen, heidegebieden, duinen, rietvelden, parken en tuinen. Ook in gebieden met een drassige of losse zandige bodem komt hij voor. In uitgestrekte bossen en poldergebieden ontbreekt hij. De hoogste dichtheden haalt de soort in moerassige gebieden.

Verspreidingsgebied

Het verspreidingsgebied van de dwergspitsmuis ligt in vrijwel geheel Europa, met uitzondering van het zuiden van het Iberisch Schiereiland en de kustgebieden van de Middellandse Zee. In Nederland komt de dwergspitsmuis vrijwel overal voor en op sommige plaatsen is hij zelfs vrij algemeen.  

Leefwijze

De dwergspitsmuis is zowel overdag als ’s nachts actief, maar de activiteitspiek ligt overdag. Hij is dan continu op zoek naar voedsel en doorzoekt hiervoor zijn territorium. Hierbij wisselt hij actieve periodes af met korte rustpauzes. Die pauzes zijn vaak maar enkele minuten lang. In de winter leeft de dwergspitsmuis meer bovengronds. In gebieden waar ook bosspitsmuizen vookomen, stemt de dwergspitsmuis zijn periodes van activiteit en rust af op die van de bosspitsmuis. Hij leeft solitair en is agressief tegen soortgenoten.

Voedsel

De dwergspitsmuis eet voornamelijk dierlijk voedsel. Hij vangt zijn prooi tussen de bladerlaag, in de begroeiing of in ondiepe gangen. Zijn prooien bestaan uit kevers, spinnen, pissebedden, insecten en larven. Per dag eet hij anderhalf tot tweemaal zijn eigen gewicht aan voedsel. Vanwege zijn snelle stofwisseling en het ontbreken van vetreserves kan hij slechts drie uur zonder voedsel.  

Territorium

Het territorium van de dwergspitsmuis is, afhankelijk van de kwaliteit van het leefgebied en het seizoen meestal 200-1500 m2 groot, maar soms zelfs 2000 m2. Omdat hij in de winter grotendeels bovengronds leeft, waar dan minder voedsel te vinden is, heeft hij dan een groter territorium dan in de zomer. De dwergspitsmuis is erg territoriaal.

Verblijfplaats

Dwergspitsmuizen graven zelf geen gangen, maar gebruiken die van andere kleine zoogdieren. Het nest van een dwergspitsmuis is een bal van gras die zich meestal bovengronds bevindt.

Voortplanting

De voortplantingsperiode van de dwergspitsmuis loopt van april tot oktober. Na een draagtijd van ongeveer 22 dagen worden 2-7 jongen geboren. Ze wegen dan ¼ gram en zijn kaal. Na 22 dagen worden de jongen niet meer gezoogd. Per jaar krijgt een vrouwtje 3-4 worpen.

Leeftijd

Dwergspitsmuizen die het ene jaar geboren worden, nemen enkel het daarop volgende jaar deel aan de voortplanting en sterven daarna. Ze worden 13 tot 16 maanden oud.

Bedreiging en bescherming

>

De belangrijkste natuurlijke vijand van de dwergspitsmuis is de kerkuil. Deze laat de dwergspitsmuis echter vaak lopen, vanwege zijn vieze smaak. Ook andere uilen, vos en marterachtigen eten om deze reden de dwergspitsmuis veelal niet.

Waarnemen

>

Braakballen

Prooiresten worden gevonden in braakbalen van (kerk)uilen. Veruit het grootste deel van de verspreidingsgegevens van de dwergspitsmuis in Nederland komt van braakballen.

Vangen

Bij onderzoek naar kleine grondgebonden zoogdieren met life-traps worden ook dwergspitsmuizen gevangen. De soort laat zich vrij gemakkelijk vangen in een life-trap.