vleerMUS Meetnet Urbane Soorten voor vleermuizen Utrecht 2017

Het urbane gebied in Nederland (en wereldwijd) groeit en speelt voor vleermuizen een grote rol als verblijfs- en jachtgebied. Tevens is het een zeer dynamisch gebied waarin veel ruimtelijke ontwikkelingen spelen. Om negatieve gevolgen op (beschermde) gebouwbewonende diersoorten, zoals verschillende soorten vleermuizen, te voorkomen én de ontwikkeling van urbaan gebied mogelijk te maken, wordt steeds meer gebruik gemaakt van zogenaamde gebiedsgerichte ontheffingen. Een voorwaarde voor het werken met een dergelijke ontheffing is monitoring van de staat van instandhouding van vleermuizen. Voor de bepaling van de staat van instandhouding is informatie over de (trend in de) populatieontwikkeling van groot belang (Limpens en Schillemans 2016). 

De gemeente Utrecht werkt met een gebiedsgerichte ontheffing. In het verlengde daarvan heeft de Zoogdiervereniging (ZV) in opdracht van enkele gemeentes, inclusief Utrecht, een methode opgesteld voor het monitoren van (de activiteit van) de populatie van vleermuizen in het urbane gebied (Limpens et al., 2015).  Deze methode wordt vleerMUS genoemd: een Meetnet Urbane Soorten voor vleermuizen. De Zoogdiervereniging heeft op verzoek van de gemeente in 2016 een pilot voor vleerMUS in de gemeente Utrecht uitgevoerd, met als doestelling het testen en evalueren van de methode (Hommersen et al. 2017). De resultaten van deze pilot gaven aanleiding tot enkele aanbevelingen. Bovendien voorzag dit advies over het opzetten van vleerMUS in een gemeente ook in het geleidelijk opbouwen van het met vrijwilligers uitgevoerde monitoringswerk. In 2017 is daarom een monitoring uitgevoerd welke op enkele punten is aangepast en, naar verwachting, verbeterd. De resultaten hiervan worden gepresenteerd in dit rapport.