Muntjak
De muntjak (Muntiacus reevesi), ook wel Reeves’ muntjak, Chinese muntjak of zelfs blafhert genoemd, is het kleinste vrijlevende hert in Europa. Hij heeft een stevig lijf, korte poten en hoektanden die buiten de lippen uitsteken. Het oorspronkelijk leefgebied ligt in China en Taiwan. De soort werd voor het eerst rond 1900 ingevoerd in Engeland en heeft zich daar sterk kunnen uitbreiden. Van daaruit zijn muntjaks ook in enkele andere Europese landen terechtgekomen en vanuit privécollecties hier en daar ontsnapt of losgelaten. Met name in Vlaanderen komen veel dieren in het wild voor. In Nederland gaat het om losse meldingen, er zijn geen tekenen van vestiging.
Uiterlijke kenmerken
De muntjak is het kleinste hert van Europa. Het dier maakt een varkensachtige indruk door de korte poten, het in verhouding stevige lijf en de vaak gekromde rug. De vacht is in de zomer vrij egaal glanzend kastanjebruin, maar naar de buik toe iets lichter. In de winter wordt de vacht donkerbruin en de poten bijna zwart. De muntjak heeft wit aan de kin en een witte spiegel, die gewoonlijk door de staart bedekt wordt. De staart is vrij lang voor een hertachtige.
Op het voorhoofd heeft het vrouwtje een vliegervormige donkere vlek, die overgaat in een donkere streep over de rug. Deze streep is niet altijd even duidelijk zichtbaar. Bij bokken hebben de strepen meer een V-vorm die loopt over de hoog uitstekende rozenstokken (de verlengstukken van de voorhoofdsbeenderen), waaraan een kort gewei zit met maximaal een kleine vertakking. Het gewei wordt ieder jaar tussen mei en juli afgeworpen en groeit in de zomer opnieuw aan.
Op het hoofd zitten twee sets met geurklieren. Twee van deze klieren zijn streepjes van 3-4 cm lang over het voorhoofd (langs de V- of vliegervorm). De andere twee zitten in de binnenste ooghoeken en zijn goed zichtbaar. In de bovenkaak zitten scherpe hoektanden die net buiten de lippen uitsteken. Bij de bok kunnen die bijna 4 cm worden. Bij veel oudere dieren zijn deze tanden afgebroken.
Afmetingen
Lengte kop-romp: 80-90 cm
Schofthoogte: 43-52 cm
Lengte staart: 9-17 cm
Lengte oren: 7-9 cm
Gewicht: 9-18 kg
Mannetjes (bokken) kunnen iets groter en zwaarder worden dan vrouwtjes (hindes).
Gelijkende soorten
Het ree is groter, heeft langere poten en geen uitstekende hoektanden. Een muntjak kan eventueel verward worden met een jonge ree, maar deze heeft stippen op de vacht.
Habitat
Muntjaks leven vooral in bosgebieden met dichte ondergroei. Ze kunnen zich snel aanpassen aan een veranderende omgeving, en komen ook in tuinen, struikachtige delen van parken en langs spoorbermen voor.
Leefwijze
Muntjaks worden meestal alleen gezien, soms in tweetallen of in kleine (familie)groepjes. Ze kunnen dicht in de buurt van mensen leven zonder opgemerkt te worden. Muntjaks kunnen slechts over een korte afstand snelheid maken en zullen dus overdag uit veiligheidsoverwegingen zelden ver uit de dekking vandaan komen. ’s Nachts wordt het struikgewas wel af en toe verlaten om voedsel te zoeken op een akker of in een boomgaard.
Voedsel
Muntjaks eten graag aan struiken, en daarnaast een groot aantal kruiden. Het zijn opportunistische voedselzoekers, die eten wat op dat moment voorhanden is, mits het gemakkelijk verteerbaar is. Het voedsel bestaat vooral uit bladeren (braam en klimplanten, zoals klimop, zijn favoriet) en twijgjes, boomschors, kruiden, vruchten, noten en paddenstoelen. In voedselarme maanden wordt het dieet aangevuld met gras. Ook gewassen als bonen, kool en mais worden gegeten, indien aanwezig. Muntjaks zijn een groot deel van de tijd bezig met voedsel zoeken. De overige tijd liggen ze in de dekking hun voedsel te herkauwen en te rusten. De aanwezigheid van drinkwater is alleen van belang bij warm weer. Voor de overige periodes bevat het voedsel voldoende vocht.
Territorium en leefgebied
Beide seksen zijn territoriaal, mannetjes meer dan vrouwtjes. Bij vrouwtjes overlappen de randen van de territoria regelmatig. De territoria zijn meestal niet erg groot. Bij een goed habitat met voldoende dekking en voedsel kunnen wel 15 dieren per vierkante km voorkomen. Dieren worden dan ook wel in elkaars nabijheid gezien, maar vertonen vaak nauwelijks interactie. Ze vinden het overigens wel prettig elkaars vacht te verzorgen, vooral tijdens de rui. Wanneer bokken hun territorium verdedigen tegen soortgenoten proberen ze elkaar vooral met stoten met voorpoten, hoofd en gewei uit evenwicht te brengen en vervolgens met de slagtanden verwondingen aan te brengen. Dieren met gebroken slagtanden zijn in het nadeel en zullen meestal genoegen moeten nemen met een territorium van lagere kwaliteit.
Voortplanting
Muntjaks kunnen zich, ook in Engeland, het hele jaar door voortplanten. Vrouwtjes kunnen na het werpen van een jong vrijwel direct weer vruchtbaar worden en zijn vaak het grootste deel van hun volwassen leven drachtig. Doordat vrouwtjes vrijwel continu jongen kunnen krijgen, kan een populatie zich snel uitbreiden. De draagtijd is ongeveer 7 maanden. Het jong wordt 2-3 maanden gezoogd. Daarna blijft het meestal bij de moeder tot het volgende jong geboren wordt, wat meestal na 7 maanden is. Dan is het jong zelfstandig, vrouwtjes wegen dan ongeveer 10 kg en kunnen dan ook drachtig worden. Mannetjes kunnen zich voortplanten zodra ze ongeveer 12 kg wegen, meestal met een maand of negen.
Leeftijd
De overlevingskansen van de muntjak zijn hoog, dat geldt ook voor de jongen. Predatie door vossen is de belangrijkste doodsoorzaak onder jongen. In het wild levende muntjaks worden gemiddeld 10 jaar, bij uitzondering 14 jaar. In gevangenschap kunnen ze wel 16 tot 21 jaar worden. Voor een dier van dit formaat is dat relatief oud.
Natuurlijke vijanden
In Engeland heeft een volwassen muntjak weinig natuurlijke vijanden. Alleen grote honden kunnen een volwassen muntjak aan. Jonge dieren zijn een gemakkelijke prooi voor vossen, dassen en katten. In gebieden waar de wolf voorkomt, kunnen ook volwassen muntjaks aan deze predator ten prooi vallen.
Een belangrijke doodsoorzaak van de muntjak is het verkeer. Dit geldt vooral voor mannetjes, die vaker op zoek moeten naar een nieuw territorium. Het klimaat lijkt weinig problemen te vormen voor de muntjakpopulatie. Alleen in lange periodes met een dicht sneeuwdek is het lastig voor de dieren om te vluchten bij gevaar en om voldoende voedsel te vinden. Als de vetreserve op is hebben ze weinig om op terug te vallen. Bijvoeren werkt meestal niet, omdat de dieren het grove voedsel niet kunnen verteren en met een volle maag alsnog sterven.
De muntjak staat sinds 2016 op de Unielijst van invasieve soorten. Dit betekent dat de soort niet in de EU mag worden gehouden of verhandeld. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen of, als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. De muntjak ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de positieflijst).
Impact op inheemse natuur
Muntjaks eten de bladeren van struiken en jonge bomen en kruiden, inclusief zeldzame soorten, in bossen. Ze tasten daarmee de bosondergroei aan en remmen de bosverjonging. Uit studies in Engeland blijkt dat de aantasting van de kruid- en struiklaag in bossen een negatief effect heeft op grond- en struikbroeders in bossen zoals de nachtegaal. Daarnaast veroorzaken ze schade in (volks)tuinen en landbouwgebieden. Muntjaks en reeën zijn voedselconcurrenten, vooral bij voedselschaarste. Waar veel muntjaks voorkomen, kan dit een negatief effect hebben op het aantal nakomelingen van reeën.
Muntjaks kunnen de bacterie die rundertuberculose bij rundvee kan veroorzaken met zich meedragen.
Hoewel de verspreiding van muntjaks in Nederland naar verwachting minder snel zal gaan dan in het verleden in Engeland (bijvoorbeeld omdat het Nederlandse wegennet aanzienlijk dichter is), is niet uit te sluiten dat de muntjak zich hier ook zal verspreiden en eventueel vestigen. Het is belangrijk dit te voorkomen. De eerste stap hiertoe is preventie. Handel is wettelijk al niet toegestaan. De kans op ontsnapping uit dierentuinen en collecties is klein. Dat dieren de grens oversteken vanuit België is echter niet te voorkomen. Wanneer dieren gesignaleerd worden of zich vestigen dan is afschot of vangen de benodigde stap om de populatie in te perken en schade zoveel mogelijk te voorkomen.
Zicht
Dieren zelf waarnemen is, vanwege hun verborgen levenswijze, niet eenvoudig. Muntjaks zijn erg tolerant voor menselijke aanwezigheid zolang ze zich niet bedreigd voelen. Om zich veilig te voelen blijven ze vooral overdag veel in de dekking. Muntjaks worden in Engeland vooral gezien vanuit rijdende auto’s en treinen.
Sporen
- Veegsporen
Veel herten schuren jonge beplanting kaal met hun geweien, maar de muntjak doet dit met zijn tanden op een hoogte tussen 10 en 40 cm. De bast wordt meestal niet gegeten en blijft rafelig aan het gewas hangen. Iets hoger wordt het gewas ook wel afgebroken met de kaken of omgebogen doordat het dier ertegenop gaat staan om de hogere bladeren te kunnen bereiken. Net als andere herten heeft een muntjak geen voortanden in de bovenkaak, waardoor er een rafelig geheel achterblijft na het eten van bladeren en twijgen. - Uitwerpselen
De keutels zien er net zo uit als die van andere herten: gladde donkere keutels waar geen vezels in te ontdekken zijn. Ze zijn vrijwel rond of langwerpig, maar kunnen in formaat en aantal nogal verschillen en zijn gemakkelijk te verwarren met de keutels van reeën. De frequentie waarmee een muntjak zijn ontlasting laat vallen lijkt minder dan die van een ree. Incidenteel wordt een plek herhaaldelijk gebruikt zodat een latrine ontstaat, maar meestal laat een muntjak de ontlasting verspreid op zijn pad of voedselgebied vallen. - Loopsporen
Muntjaks komen voor in dezelfde habitat als reeën, en de sporen zijn lastig van elkaar te onderscheiden. De paden die muntjaks maken zijn kleiner dan die van reeën, maar vaak gebruiken ze ook paden van andere dieren. De hoeven zijn licht asymmetrisch (de buitenhoef is iets langer en krommer), maar dit is niet altijd zichtbaar in het loopspoor, temeer daar de stappen van de achtervoeten in de afdrukken van de voorvoeten worden gezet. Zoals alle herten schrapen ook muntjaks met hun hoeven over de grond. Mannetjes doen dit vooral langs de grenzen van hun territorium. De afdrukken kunnen wel een meter lang zijn, maar meestal zijn ze de helft in lengte en een paar cm diep. Waar een muntjak heeft gelegen laat hij een ovale afdruk achter van ongeveer 40 x 60 cm, afhankelijk van het formaat van het dier.
Geluid
Muntjaks staan bekend om het blaffende geluid dat ze vaak maken. Ze worden om die reden ook wel blafhert genoemd. Het blaffen wordt gebruikt om verschillende redenen. Vrouwtjes die paringsbereid zijn blaffen bijvoorbeeld veel en vaak en beide seksen blaffen als er gevaar dreigt.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Het oorspronkelijk verspreidingsgebied omvat het zuidoosten van China, Hongkong en Taiwan. Door habitatvernietiging en overbejaging gaan de aantallen in Zuidoost-Azië achteruit. In Japan bevinden zich veel vrijlevende muntjaks na ontsnappingen uit dierentuinen in 1960 en 1970.
Europa
In Europa komt de muntjak vooral wijdverbreid voor in de zuidelijke helft van Groot-Brittannië, met nadruk op het zuidoosten van Engeland. Tussen 1894 en 1906 vonden hier de eerste introducties plaats, en deze gingen door tot ver in de 20ste eeuw. Als gevolg van loslatingen en ontsnappingen kon de muntjak zich sterk uitbreiden. In 2018 werd de populatie in Groot-Brittannië geschat op 115.000-147.000 dieren. Vrijlevende dieren worden inmiddels sterk bejaagd.
De soort is tevens aanwezig in Noord-Ierland, Ierland, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. Meestal betreft dit privécollecties en daarnaast losse meldingen van vrijlevende dieren.
De meeste meldingen op het Europese vasteland komen uit België. De Vlaamse populatie nam vanaf 2012 sterk toe en piekte in 2020. In de jaren 2018-2020 werden in Vlaanderen meer dan 220 muntjaks in beslag genomen of afgeschoten. Het zwaartepunt van het voorkomen ligt ten oosten van Antwerpen. De soort is hier ontsnapt vanuit een privéterrein en heeft zich lokaal kunnen vestigen. Ondanks bestrijding blijkt deze populatie zich snel te kunnen herstellen.
Nederland
De muntjak werd in Nederland voor het eerst gemeld in 1997-1998 op de Veluwe en de Achterhoek. Losse waarnemingen in de jaren daarna kwamen voornamelijk uit de zuidelijke helft van het land, met nadruk op de provincie Noord-Brabant. Verondersteld wordt dat er ook exemplaren vanuit België ons land zijn binnengelopen.
De muntjak staat op de Unielijst van invasieve soorten.
De muntjak ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de positieflijst).
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Cervidae (Hertachtigen)
Geslacht: Muntiacus
Soort: Muntiacus reevesi
-
2023 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten 2021-2022
-
2023 Losse artikelen - Lutra
Monitoring van een Vlaamse populatie van Chinese muntjak (Muntiacus reevesi) in het kader van bestrijding
-
2023 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 43
-
2022 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten, 2021
-
2022 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten, 2020-2022
-
2019 Rapportages onderzoek
NEM Meetprogramma Exoten 2019
-
2019 Rapportages onderzoek
NEM Meetprogramma Exoten 2019
-
2019 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 27
-
2018 Rapportages onderzoek
NEM Meetnet Exoten 2018
-
2016 Rapportages onderzoek
Verspreidingsonderzoek muntjak Muntiacus reevesi in Nederland – januari t/m maart 2016
-
2016 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 17
-
2016 NEM Nieuwsbrief
NEM Nieuwsbrief 2016-1
-
2016 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 15
-
2015 Losse artikelen - Lutra
Lutra 58(1)_Hollander_2015
-
2014 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 10
-
2013 Rapportages onderzoek
2013.09 Rapport risico-analyse muntjak eindrapport 16-09-13 def
-
2013 Rapportages onderzoek
2013.39 Muntjak Goirle - eindrapport 10-01-14
-
2013 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 3
-
2012 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 23 / nr. 4 / winter 2012
-
2010 Telganger
Telganger / 2010-2 / oktober (pdf)