Zoogdier / jaargang 27 / nr.4 / winter 2016

[collapsed]

WAT IS ER AAN DE HAND IN DE GRENSREGIO ?

MEER WETEN

Gedetailleerde informatie over diverse recente waarnemingen (vanaf 2011) van boommarters in de grensregio Vlaanderen–Nederland vind je in de digitale nieuwsbrief ‘Marternieuws’ van het INBO, onder andere in de nummers 3, 4, 5, 6, 7, 8, 11, 12, 15, 16, 19, 21 - met foto’s en filmpjes.

ZELF BOOMMARTERS INVENTARISEREN ?

SOORTBESCHRIJVING

Boommarter - soortfiche

Verschil tussen boommarter en steenmarter

ORGANISATIES

LITERATUURLIJST

  1. Broekhuizen S. & Müskens G.J.D.M. (1984). Wat is er met de steenmarter Martes foina (Erxleben, 1977) in Nederland aan de hand? Beschouwing van de Nederlandse verspreidingsgegevens van de steenmarter vanaf het eind van de vorige eeuw tot heden. Lutra 27: 261-273.
  2. Van Den Berge K. (2009). Vlaamse boommarter verder op het spoor. Zoogdier 20 (2): 14-17. PDF
  3. Van Den Berge K., Broekhuizen S. & Müskens G.J.D.M. (2000). Voorkomen van de boommarter Martes martes in Vlaanderen en het zuiden van Nederland. Lutra 43 (2) : 125-136.
  4. Van Den Berge K., Gouwy J., Berlengee F. & Vansevenant D. (2015). Onderzoek naar het voorkomen van de boommarter Martes martes in Vlaanderen met behulp van cameravallen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en
  5. Bosonderzoek 2015 (INBO.R.2015.11352656). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. PDF
  6. Van Den Berge K., Gouwy J., Berlengee F. & Vansevenant D. (2017) (in voorbereiding). Voorkomen van de boommarter Martes martes in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2017. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel/Geraardsbergen.
  7. van der Lans H., Mulder J., Tonckens J. & van der Ziel C. (2006). Kansen voor de boommarter in Noord-Brabant. Ecoplan Natuurontwikkeling & Bureau Mulder-natuurlijk, i.o.v. Stichting Het Groene Woud in uitvoering. PDF

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

NIEUWE WET BESCHERMING NEDERLANDSE ZOOGDIEREN

MEER WETEN

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

WEGVERBREDING MET NATUURWINST

MEER WETEN

LITERATUURLIJST

  1. Buro Bakker (2008). Ecologisch onderzoek A12 Ede-Grijsoord. Buro Bakker adviesburo voor ecologie te Assen, in opdracht van Rijkswaterstaat.
  2. Buro Bakker (2013). Actualisatie 2013 ecologisch onderzoek A12 Ede-Grijsoord. Buro Bakker adviesburo voor ecologie BV te Assen, in opdracht van Rijkswaterstaat.
  3. Heijmans (2015). Vleermuizen in regenwaterstelsel A12-Grijsoord. Ecologische toetsing.
  4. EcoGroen (2016). Memo resultaten batloggeronderzoek afvoerbuis A12 Grijsoord (voorjaar 2016).

ORGANISATIES

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

HABITATVOORKEUR VLEERMUIZEN URBANE OMGEVING

MEER WETEN

Hopping Detector

De Hopping Detector is een verzamelnaam voor een aantal citizen science projecten. Hierbij worden de metingen met de Batlogger uitgevoerd door inwoners van verschillende steden. Deze mensen hebben meestal geen vleermuiskennis. Steeds is minimaal twee nachten (bij “goede” weersomstandigheden) in een tuin of op een balkon met de Batlogger gemeten. Hierna is de Batlogger doorgegeven aan een ander persoon die het apparaat vervolgens weer in zijn/haar tuin/balkon heeft geplaatst. Zo hopt als het ware de detector door de stad. Het analyseren van de opnames is uitgevoerd met de programma’s Batscope of Batexplorer aangevuld met een  handmatige controle, door vrijwilligers of werknemers van de Zoogdiervereniging.

Omdat de Batlogger de gehele nacht actief is zijn ook de zeldzamere soorten of soorten die slechts kort waarneembaar zijn (bijvoorbeeld overvliegende tweekleurige vleermuis of laatvlieger) waargenomen. Zoals bijvoorbeeld de bosvleermuis in Wijchen. Door de Batloggers het gehele jaar in te zetten voor verschillende jaren worden seizoen patronen zichtbaar. Zo blijkt uit de data van Utrecht dat ruige dwergvleermuizen in het voor- en najaar veel in de stad actief zijn, maar in de zomer nauwelijks worden gehoord. Bijzonder is ook de ‘vondst’ van de kleine dwergvleermuis via de Hopping Detector projecten.

Overige resultaten

In het artikel zijn slechts voor de laatvlieger een paar verbanden uitgelicht, omdat deze met de meeste omgevingskenmerken verbanden vertoont. Hieronder volgen de verbanden voor de andere twee soorten. Hierbij is het omgevingskenmerk ‘open ruimte’ niet opgenomen, deze vertoont altijd een aan de ‘panden’ tegenoversteld verband met de activiteit. Immers als ‘panden’ toeneemt, neemt ‘open ruimte’ altijd af.

figuur 1: Verbanden voor activiteit van de drie soorten vleermuizen met omgevingskenmerken binnen een straal van  100 meter en 250 meter, voortkomend uit de GLM met Negative Binomial regressie en Zero inflated Negtaive Binomial regressie. x-as = percentage omgevingskernmerk, y-as = totale opnamelengte gemiddeld per locatie. N = 130. Bron: Dr. Eelke Jongejans, afdeling Animal Ecology and Physiology RU. Weergegeven zijn de beste modellen, een rechte lijn betekent dat dat omgevingskenmerk  geen rol speelt in het beste verklarende model.

Over het algemeen is er te zien dat voor de activiteit van de gewone dwergvleermuis een positief verband bestaat met de aanwezigheid van water en bestrating. De gewone dwergvleermuis jaagt vaak rond lantaarnpalen (en dus veelal bij bestrating) en langs kanalen, vaarten en andere groene lijnvormige structuren (Dietz et al., 2009; Korsten). Daarnaast spelen wateren vaak een rol als waterbron an sich (Chew & White, 1960; Korine et al., 2016). Opvallend is het negatieve verband met bosschages en losse bomen. Hoewel zeker bij losse bomen of langs bomenrijen wordt gejaagd (Dietz et al.,2009; Korsten) duiden de resultaten er op dat de gewone dwergvleermuis bij een erg hoog aantal bomen niet veel activiteit zal vertonen. Een mogelijke verklaring is dat de jachtactiviteit van de gewone dwergvleermuizen in bossen verspreid is over een groter oppervlak en dus niet op één punt (waar de Batlogger is gepositioneerd). De activiteit is in deze situatie dus lager ten opzichte van de situatie waar gejaagd wordt bij een of enkele bomen en de jachtactiviteit geconcentreerder is. Als de bomen echter slechts aan een kant van de buffer staan zal de activiteit veel meer op een plek of regio te vinden zijn dan wanneer de bomen verspreid staan over de hele buffer. Als deze namelijk meer verspreid staan zal de activiteit ook meer verspreid zijn over de hele buffer terwijl de Batlogger op dezelfde locatie blijft staan. Daarnaast kan het zijn dat een vleermuis niet opgemerkt wordt wanneer hij zich aan de andere kant van een boom of bomenrij bevindt. We weten namelijk niet de plaats van de Batlogger ten opzichte van de bomen. Grote en dichte bladerdekken zullen ervoor zorgen dat het echosignaal dat de vleermuis uitbrengt niet ver kan reiken en dus niet geregistreerd wordt door de microfoon van de Batlogger. Hoe meer bomen er aanwezig zijn en hoe groter het bladerdek wordt, hoe groter de kans dat dit effect zal plaatsvinden.

Voor de ruige dwergvleermuis is te zien dat activiteit hoger wordt bij een hoger percentage bosschage en water en lager wordt bij een hoger percentage privé gebied en bestrating en hoger aantal losse bomen. Deze hoge activiteit bij bosschages vinden we ook terug in de literatuur. Vaak wordt er gejaagd langs bosranden, door lanen, boven open plekken in bossen en langs houtwallen. Waterpartijen en beschutte oevers worden vooral in voedselrijke gebieden benut als foerageergelegenheid (Dietz et al., 2009; Korsten). De lagere activiteit bij een hoger aantal losse bomen laat zich mogelijk verklaren door een meer verspreid jachtpatroon, vergelijkbaar met dan van de gewone dwergvleermuis.

  • Chew R. M., & White H. E. (1960). Evaporative Water Losses of the Pallid Bat. Journal of Mammalogy, 41(4), 452-458.
  • Korine C., Adams R., Russo D., Fisher-Phelps M. & Jacobs, D. (2016). Bats and Water: Anthropogenic Alterations Threaten Global Bat Populations. In C. C. Voigt & T. Kingston (Red.), Bats in the Anthropocene: Conservation of Bats in a Changing World (pp. 215-241). Cham, Heidelberg, New York, Dordrecht, London: Springer.
  • Korsten E. (sd). Gewone dwergvleermuis. Vleermuis.net.
  • Korsten E. (sd). Ruige dwergvleermuis. Vleermuis.net.

LITERATUUR & AANVULLENDE INFORMATIE

  1. Höcker L. (2015). Habitat use of bats in an urbanised landscape. Masterthesis. Wien, Duitsland. PDF
  2. Sattler T. (2009). Biodiversity in urban landscape matrices: from species richness to functional community structure. PhD, Bern, Duitsland. PDF
  3. Amsterdam: dhr. A. Bouwer, Zoetermeer: dhr. H. Baas en vleermuisplatform Zoetermeer.
  4. Jansen E. & Hollander H. (2014). Vleermuizen in mijn tuin: Vleermuisonderzoek door en voor bewoners van de stad Utrecht. Nijmegen: Zoogdiervereniging. PDF
  5. Zoogdiervereniging (sd). Hopping detector Gemeente Utrecht.
  6. Jansen E.A. & Limpens H.G. (2014). De hopping vleermuisdetector in Wageningen; seizoen 2013. Nijmegen: Bureau van de Zoogdiervereniging.
  7. Jansen E. & Hollander H. (2014). Vleermuizen in mijn tuin: verslag hopping detector Wijchen 2013. Nijmegen: Bureau van de Zoogdiervereniging. PDF
  8. Zoogdiervereniging (sd). Hopping detector in Wijchen.
  9. De omgevingskenmerken zijn als volgt (Höcker, 2015): (1) “panden”, gekarakteriseerd als elke soort bebouwing van kerk tot kantoorgebouw tot woning etc. (2) “bestraat oppervlak”, aangegeven als straten, pleinen en spoorwegen etc. (3) “privaat gebied”, dit zijn alle structuren in privé-tuinen, kerkhoven en sportvelden. (4) “open land”, bestaat uit grasvelden, weidelanden, akkers en bloemenweides. (5) “bosschages/boomgaarden”, dit zijn bospercelen, kleine bosjes in parken, hagen, boomgaarden en boomkwekerijen. (6) “losse bomen”, totale aantallen bomen in straten,  (7) “water”, bestaande uit stilstaande sloten, meertjes en vijvers etc. en stromende sloten, beekjes en riviertjes etc.
  10. Testroote E. (2016). Gebruik ‘hopping detector’ data voor analyse voorkeur habitat van vleermuizen in urbaan gebied. Intern studentenrapport Radboud Universiteit.
  11. Zie 'Overige resultaten' bij 'Meer weten'.
  12. Dietz C., Von Helversen O. & Nill D. (2009). Vleermuizen: Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Natuur.
  13. Limpens H., Mosters K. & Bongers W. (redactie) (1997). Atlas vande Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
  14. Broekhuizen, S.K., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. and Buys, J.C. (redactie) (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12 Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden , Leiden.
  15. Korsten E. (sd). Laatvlieger. Vleermuis.net.
  16. De spearman-rang correlaties geven aan of er een verband bestaat tussen de waarden van twee parameters. Een significante positieve waarde geeft aan dat als de ene parameter groter wordt, de andere parameter ook groter wordt. Bij een significante negatieve waarde is wordt bij verhoging van de ene parameter de andere parameter kleiner. De hoogte van de correlatiewaardes geeft aan hoe sterk het verband is. 0-0.3 geen/nauwelijks, 0.3-0.5 laag, 0.5-0.7 matig, 0.7-0.9 hoog, 0.9-1 zeer hoog. Oranje vlakken geven een trend weer p 0.1, groen vlakken geven significante waardes weer p 0.05, nullen zijn niet significant. Lichte kleuren representeren 100 meter en donkere kleuren representeren 250 meter. Bekijk de resultaten van de Spearman-rangcorrelatietest (tabel 3).
  17. Jung K., & Threlfall C. G. (2016). Urbanisation and Its Effects on Bats-A global Meta-Analysis. In C. C. Voigt, & T. Kingston (Red.), Bats in the Anthropocene: Conservation of Bats in a Changing World (pp. 13-34). Cham, Heidelberg, New York, Dordrecht, London: Springer.
  18. Als er een vliegroute aanwezig is, wordt er een piek van activiteit verwacht in de avond, maar niet in de rest van de nacht. Bij een foerageergebied wordt er een piek uitgespreid over langere tijd gezien. Aan het einde van de nacht kan een toename van activiteit worden gezien door vleermuizen die terug naar hun verblijfplaats gaan (zwermgedrag).
  19. Dankwoord - Ik wil graag de mensen bedanken die mij hebben geholpen tijdens mijn stageperiode.Ten eerste wil ik mijn twee begeleiders Eelke Jongejans van de afdeling Animal Ecology and Physiology van de Radboud Universiteit en Marcel Schillemans van de Zoogdiervereniging bedanken. In de eerste plaats omdat zij mij de kans hebben geboden om op deze leuke plek en met dit interssante onderwerp aan de slag te gaan. Ondanks dat het niet altijd vlotjes verliep, heb ik toch heel erg genoten van de drie maanden die ik bij de Zoogdiervereniging heb doorgebracht. Daarom wil ik ook alle andere werknemers van de Zoogdiervereniging bedanken dat ze mij hartelijk hebben ontvangen, altijd aardig zijn geweest en mij een gezellige tijd hebben bezorgd. In de tweede plaats wil ik mijn begeleiders bedanken voor de kennis en hulp die zij mij hebben geboden bij het uitwerken en interpreteren van alle resultaten. Ik heb veel bijgeleerd en had dit niet allemaal alleen kunnen doen. Ten tweede wil ik in het speciaal Eric Jansen van de Zoogdiervereniging bedanken voor alle tijd en moeite die hij heeft gestoken in het zoeken en exporteren van de Batlogger data, zodat deze voor mij bruikbaar waren. Ten derde wil ik Ana Benitez bedanken voor de hulp die zij mij geboden heeft bij het maken van de kaarten in ArcGIS. Verder dank ik de vrijwilligers en stadsecologen van  Amsterdam, Zoetermeer, Utrecht, Wijchen en Wageningen voor het verzamelen en aanreiken van de ‘hopping’ data en GIS shapefiles waarmee dit onderzoek is uitgevoerd.

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

OP ZOEK NAAR GROTE ROOFDIEREN IN SLOWAKIJE

MEER WETEN

ZELF DEELNEMEN

Jaarlijks werft het project ook vrijwilligers in het buitenland; in Nederland wordt de uitnodiging o/a actief verspreid door het samenwerkingsverband Wolven in Nederland, zie hun FB-posting op 13 december 2016.

Uitgebreide informatie, incl. directe uitnodiging voor de winter begin 2017 zie de project-webpagina zelf.

FOTO'S

foto's cameravallen

Vos1b   Vos1   Lynx1c  Lynx1e   Lynx2a   Lynx2b   Lynx2c   Lynx2d   Lynx2e   Lynx3a   Wolf3b   Wolf3c

sfeerbeelden monitoring

Sfeerbeeld3307   Sfeerbeeld3345   Sfeerbeeld3362   Sfeerbeeld3364   Sfeerbeeld3367   Sfeerbeeld3416   Sfeerbeeld3435   Sfeerbeeld3467   Sfeerbeeld3481   Sfeerbeeld3504

FILM

Lynx markeert rots

LITERATUUR

  1. Rigg R. & Kubalu J. (Eds.) (2015). Carpathian Lynx Monitoring Report. Slovak Wildlife Society. PDF

ORGANISATIES

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

ZOOGDIEREN INVENTARISEREN IN DE ZWITSERSE JURA

MEER WETEN

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

OTTER EN VIS VAREN WEL BIJ VERNIEUWDE BRUG

MEER WETEN

FILM

Werking vistrap

FOTO'S

Vistrap bij De Wulpen

Detail vissluis

Meer foto's

Sluis0008   Sluis0012   Sluis0018   Sluis0004   Infobord

LITERATUURLIJST

  1. Kuiters A.T. & Lammertsma D.R. (2014). Infrastructurele knelpunten voor de otter. Overzicht van verkeersknelpunten met mate van urgentie voor het nemen van mitigerende maatregelen. Alterra Wageningen UR in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. PDF

ORGANISATIE

CONTACT

[/collapsed] [collapsed]

WAARNEMINGEN

MEER WAARNEMINGEN

  • Beverdam vlak bij woning

In de Barebeek in Hofstade (provincie Vlaams-Brabant) hebben bevers een dam gebouwd op vijftig meter van een woning. Op enkele nachten tijd bouwden de bevers een heuse dam, waardoor het waterpeil van de Barebeek met zeventig centimeter steeg. Omdat de bever een beschermde diersoort is, mag je hun dammen en burchten niet zomaar afbreken. Je kunt wel jonge aanplantingen beschermen met een kleinmazig kippengaas. Het waterniveau kun je op een vast peil regelen door een overloopbuis in de dam te plaatsen. Voor schade aan landbouwgewassen en plantsoenen kun je een schadeclaim indienen bij het Agentschap Natuur en Bos. De aanwezigheid van de bever in de Barebeek is goed nieuws, want dit duidt mogelijk op een verbeterde waterkwaliteit. Bovendien hebben bevers een positieve impact op de biodiversiteit:

Meer lezen

  • Steeds meer stadsvossen in Antwerpen

In het centrum van Antwerpen worden steeds meer vossen gespot. De vossen leven voornamelijk in de groenere zones aan de rand van de stad, maar vestigen zich ook in de parken. ’s Nachts gaan ze op zoek naar voedsel, en hierbij gebruiken ze spoorwegbermen en de bermen van de Antwerpse ring om naar de binnenstad te trekken.

Bekijk de ATV-reportage

[/collapsed] [collapsed]

DIVERSEN

[/collapsed] [collapsed]

LITERATUURLIJST ZOOGDIER 27/4

Literatuurlijst van alle artikels

[/collapsed] [collapsed]