Noordse woelmuis Zuiderklip

Doelstelling

Hoofddoel van het onderzoek: bepalen of er momenteel in de directe omgeving van het Zuiderklipgebied noordse woelmuizen voorkomen. Hierdoor kan de beheerder van het gebied, Staatsbosbeheer, in de toekomst beter rekening houden met deze bijzondere muizensoort.

Ook moest de huidige muizenfauna in beeld gebracht worden.(nulsituatie). Daardoor kan in de toekomst bepaald worden welke veranderingen er als gevolg van de ingrepen zijn opgetreden (monitoring).

Inleiding

De vallen stonden eerst twee tot vier nachten in het veld met geblokkeerd vangmechanisme, zodat de muizen aan de aanwezigheid van de vallen konden wennen. Daarna zijn de vallen op scherp gezet en vervolgens vier keer gecontroleerd: tweemaal ’s ochtends en tweemaal ’s avonds, met tussenpozen van ongeveer 12 uur.

Van de gevangen muizen is bepaald tot welke soort ze behoorden. Daarna zijn de dieren weer vrijgelaten. Bij de gevangen noordse woelmuizen zijn ook sexe en gewicht bepaald en is een plukje haar op de onderrug weggeknipt. Hierdoor waren de dieren herkenbaar bij een eventuele hervangst.

Methode

In de periode 13 tot 21 november 2008 zijn op tien locaties muizen gevangen. Er stonden twintig vallen (type Longworth), paarsgewijs, op een onderlinge afstand van ongeveer tien meter. Iedere vangplek is twee nachten bemonsterd.

noordse woelmuis © Rob Koelman

Resultaten

De noordse woelmuis werd in totaal 33 keer gevangen, waarvan 15 hervangsten. Hij werd niet alleen aangetroffen in twee van de drie vanglocaties in de omgeving van Polder de Turfzakken, maar ook in vier van de zeven vanglocaties in de randzone van het gebied zelf.


Tijdens het onderzoek werden in totaal 211 vangsten gedaan, verdeeld over zes soorten muizen:
- bosspitsmuis (Sorex araneus) 17 vangsten
- noordse woelmuis (Microtus oeconomus) 33 vangsten
- veldmuis (Microtus arvalis) 3 vangsten
- rosse woelmuis (Myodes glareolus) 46 vangsten
- bosmuis (Apodemus sylvaticus) 15 vangsten
- dwergmuis (Micromys minutus) 97 vangsten