Bestrijden van muskusratten leidt tot een afname van de populatie

De muskusrat (Ondatra zibethicus), een knaagdier afkomstig uit Noord-Amerika, wordt in Nederland van oudsher bestreden om de veiligheid van dijken en oever te garanderen. Door hun graverij in dijken en oevers komt de waterveiligheid in gevaar en kunnen er ongelukken gebeuren. Een praktijkproef waarbij in een aantal grote gebieden enkele jaren niet is bestreden, laat zien dat bestrijding effectief kan zijn en daadwerkelijk leidt tot een kleinere populatie.

Muskusratten worden in Nederland van oudsher bestreden om de veiligheid van dijken en oevers te garanderen. Een veel gebruikt argument door tegenstanders van deze bestrijding, is dat bestrijding niet zou leiden tot een afname van de aantallen. In een recente peer-reviewed publicatie waar ook de Zoogdiervereniging aan heeft meegewerkt, blijkt dat bestrijding effectief is, mits het op een juiste en professionele wijze gebeurt (de publicatie is hier te downloaden als pdf). In Vlaanderen heeft een professionele en serieuze aanpak geleid tot het vrijwel volledig verdwijnen van de Muskusrat; ook in Nederland zijn er verschillende gebieden waar de soort succesvol is verwijderd.


Muskusrat (Bron: Bart Meijer)

Deze bevinding is zeer relevant voor de huidige discussie over het bestrijden van muskusratten in Nederland. Jarenlang was het streven van de van de bestrijding om een ‘onder-controle-doelstelling’ te krijgen, omdat uitroeien onhaalbaar leek. De afgelopen jaren worden er echter steeds minder muskusratten gevangen. Deze daling heeft de vraag opgeroepen of de huidige doelstelling aangepast kan en moet worden van ‘onder controle’ naar ‘terugdringen tot de landsgrens’ van de Muskusrat in Nederland. Deze doelstelling is gedefinieerd als minder dan 500 vangsten per jaar in het binnenland gedurende minimaal 2 jaar. Het verschil tussen ‘terugdringen tot de landsgrens’ en ‘uitroeiing’ is dat bij ‘uitroeiing’ geen kans is op herkolonisatie. In de praktijk zal dat voor Nederland nog wel aan de orde blijven, door instroom van dieren uit het buitenland.

Het eventueel aanpassen van de bestrijdingsdoelstelling roept allerlei vragen op. Vragen van organisatorische, financiële en ecologische aard. Een overzicht van de afwegingen is gebundeld in het rapport ‘De toekomst van het muskusrattenbeheer in Nederland’ (pdf: 4,2 MB). Samenvattend komt het erop neer dat er heel veel argumenten zijn om ‘terugdringen tot de landsgrens’ na te streven, omdat het leidt tot minder dierenleed, minder bijvangsten, minder schade aan oevers en dijken, meer biodiversiteit en op termijn lagere kosten. Het ‘terugdringen tot de landsgrens’ van de Muskusrat in Nederland is echter geen gemakkelijke klus en zal zeker 10 tot 15 jaar kosten: jaren waarin de bestrijders nog steeds 100.000-en velduren zullen moeten maken. Op de langere termijn zullen minder uren en kosten nodig zijn. Al op de korte termijn zullen er minder vangmiddelen uitgezet hoeven te worden, minder bijvangsten zijn en zal er minder graafschade optreden.

Deze nieuwe studie laat onomstotelijk zien dat bestrijding in het huidige Nederlandse landschap en met de huidige bestrijdingsinspanningen de populatie muskusratten effectief beperkt. Om de doelstelling van ‘terugdringen tot de landsgrens’ te halen is het noodzakelijk dat de bestrijding op peil blijft en dat bestrijders afdoende politieke en financiële steun krijgen. Een goede organisatie en innovaties zijn daarbij cruciaal, alsmede landelijke consensus over de doelstelling. Het huidige lage populatieniveau en de dalende trend in Nederland zijn tot stand gekomen door een jarenlange investering in mensen en middelen. Deze investering kan in enkele jaren teniet worden gedaan als de bestrijding te snel of te vroeg wordt afgebouwd.

Tekst: Maurice La Haye, Zoogdiervereniging
Foto's: Bart Meijer