Windturbines en vleermuizen
Het bureau van de Zoogdiervereniging en Bureau Waardenburg hebben onderzoek uitgevoerd naar de effecten van windturbines op vleermuizen. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl, waarin AgentschapNL is opgegaan) met co-financiering door Eneco en Nuon. De rapporten zijn nu te downloaden.
Aanleiding
Nederland heeft als doel 14% hernieuwbare energie op te wekken in 2020. Mede daartoe wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van windenergie op land. Het Rijk wil een goede balans bewerkstelligen tussen de uiteenlopende belangen die spelen bij de ontwikkeling van plannen voor windenergie. Ook de zorg voor de omgeving, flora en fauna is daarbij belangrijk. Het voorkomen van slachtoffers onder vleermuizen is daar een onderdeel van. Eind 2011 is daarom opdracht verleend voor het ontwikkelen van een voorspellingsmodel dat de effecten van windturbines op vleermuizen kan kwantificeren.
Meten en voorspellen
Op basis van nieuw veldonderzoek in een vijftal Nederlandse windparken is een Duits voorspellingsmodel verder ontwikkeld voor de Nederlandse situatie. Hiermee kan het werkelijk aantal vleermuisslachtoffers door windturbines worden voorspeld. Deze methode werkt goed, maar voor nauwkeuriger voorspellingen moeten meer onderzoeksgegevens worden toegevoegd. Er zijn onderzoeksprotocollen ontwikkeld, met als doel toekomstig onderzoek te stroomlijnen zodat de verkregen data uiteindelijk gezamenlijk kunnen worden geanalyseerd. Om een goede balans te vinden tussen de verschillende belangen in de ontwikkeling van het potentieel aan windenergie, is het belangrijk dat de sector bij vergelijkbaar onderzoek gebruik maakt van de opgestelde onderzoeksprotocollen en dat data worden gedeeld.
De vijf windparken waar onderzoek verricht is, liggen allemaal in grootschalig open landschap in West-Nederland. In ieder windpark is gedurende twee maanden (aug-sep) bij één windturbine op grond- en op gondelhoogte de vleermuisactiviteit gemeten door automatische akoestische detectie. Het oppervlak met een straal van 50 m rond twee windturbines is in die periode driemaal per week afgezocht op dode vleermuizen. Daarvan zijn er in totaal 2 gevonden. In het rapport wordt met hulp van het statistische model, en de uitgevoerde zoek-efficiëntie en verdwijnproeven, besproken wat dit voor de werkelijke aantallen slachtoffers betekent. Deze zijn in ieder geval niet bijzonder hoog in de onderzochte windparken.
Downloaden van rapporten
Het onderzoeksrapport en de protocollen zijn te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Beluister hier een radio-interview over dit onderzoek bij Vara’s Vroege Vogels.
Tekst: Stefan Vreugdenhil (Zoogdiervereniging) en Sjoerd Dirksen (Bureau Waardenburg)
Foto: Dirk van Straalen (Bureau Waardenburg)