Vleermuizen gaan het klooster in
De ‘ingekorven vleermuizen’ zijn uit hun winterslaap in de mergelgroeven en vliegen naar de kraamkolonies: twee voormalige kloosters in de buurt van Roermond.
De ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) is een van de 21 vleermuissoorten die Nederland rijk is. De naam komt van een knikje in de oorrand dat er uit ziet als een inkerving. De ingekorven vleermuis overwintert van oktober tot eind april in de mergelgroeven in Zuid-Limburg. In mei verlaten ze de groeven en vliegen ze vrijwel direct naar hun “kraamkolonies”.
De vrouwelijke ingekorven vleermuizen trekken eind april en begin mei van de mergelgroeven ongeveer 80 kilometer naar het noorden. Daar liggen, in de buurt van Roermond, twee voormalige kloosters. De dieren verblijven hier op de zolders. Rond half juni brengen de ingekorven vleermuizen, een groep van ongeveer vijf honderd dieren, hun jong ter wereld.
Dit is een drukke tijd voor de moeders: het zogen van de jongen kost veel energie dus er is veel voedsel nodig. De ingekorven vleermuis zoekt dat voedsel, insecten en spinnen, in bossen en bomenlanen maar vooral in (onverlichte) boerenstallen. Boven het vee is het warm en droog en dankzij de mest en de koeien valt er genoeg te vangen. De vliegen “plukt” de ingekorven vleermuis al vliegend van het plafond.
In september worden de kraamkolonies verlaten: de vrouwen, en hun inmiddels vliegvlugge jongen, keren terug naar de winterverblijven.
Waar de mannelijke ingekorven vleermuizen de zomer doorbrengen, is niet goed bekend. Waarschijnlijk blijven ze onder andere bij de mergelgroeven wachtend op de vrouwtjes die in september bij de winterverblijven terugkeren. Dan is het paartijd.
Meer informatie: