Veilig verkeer voor vleermuizen

Wegen, en dan vooral de drukkere verkeerswegen zijn barrières voor vleermuizen. Niet dat ze helemaal nooit oversteken, maar er is bij oversteken een gevaar slachtoffer te worden en bij veel soorten zie je dat individuen en groepen (kolonies) vooral aan één kant van de snelweg blijven. Hoe langer een weg er ligt en hoe drukker het verkeer is, hoe sterker dat effect is.

Tunnels en duikers worden door vleermuizen gebruikt om op veilige wijze aan de overkant te komen. Bruggen of viaducten kunnen de functie van oversteek vervullen. Via tunnels voor wegen, fietsers of voetgangers, of daar waar een snelweg met een viaduct over de kleinere wegen gaat, gaan vleermuizen onder de weg door.

Waar kleinere wegen met een viaduct over de grotere drukkere weg gaan, volgen vleermuizen zo‘n viaduct bovenover. Hoe beter het landschap rondom de tunnel of het viaduct met opgaande begroeiing aansluit op de oversteekplaats, hoe groter de kans dat ze gebruikt worden. Ook beschutting en het ontbreken van storend licht werken positief. Zie bijvoorbeeld de brochure ‘met vleermuizen overweg‘ die te downloaden is van de site van ministerie van verkeer en waterstaat.

Door die brochure en door gericht werk van adviesbureaus en de Zoogdiervereniging krijgen potentiële passageplaatsen meer en meer aandacht bij nieuwbouw of bij veranderingen aan wegen. Toch zien we ook gevallen waar deze belangrijke functie gemist wordt.

We willen er daarom opnieuw aandacht voor vragen. We willen daartoe meer gegevens verzamelen over het gebruik van tunnels en bruggen als oversteekplaats voor vleermuizen. We roepen de vrijwilligers van de Zoogdiervereniging en de provinciale verenigingen en werkgroepen daarom op om eens te gaan posten bij een tunnel of viaduct.

In het herfstnummer van Zoogdier verschijnt er een interview met Herman Limpens over passageplaatsen voor vleermuizen. We hopen de resultaten daarbij nog mee te kunnen nemen. Dus is de oproep van Herman: Probeer het eens!

Hieronder de instructies van Herman.


INSTRUCTIES

Wat waarnemen?

Alle waarnemingen van soorten in de buurt van een tunnel of viaduct zijn natuurlijk ook gewoon verspreidingsgegevens, maar we willen de waarnemingen ook labelen voor dit aparte project. We vragen daarom de volgende zaken te noteren voor het gegevensbestand:


- datum,
- locatie (via GPS of van topkaart op hm niveau),
- wegnummer,
- wel of geen vleermuizen in de tunnel/duiker/onder het viaduct
- wel of geen vleermuizen overstekend via viaduct/brug
- vleermuissoort(en), als het lukt de soort te herkennen
- de soorten die bovenover vliegen i.p.v. door de tunnel (wellicht rosse vleermuis of laatvliegers),
- eventueel de soorten die in de buurt van de ingang van de tunnel/duiker/viaduct werden waargenomen (afhankelijk van aantal waarnemers; niet alles kan door een waarnemer worden gezien),
- de soorten die vlak langs het viaduct vliegen
- eventueel de soorten die in de buurt van de op en afrit van het viaduct/de brug werden waargenomen (wederom afhankelijk van aantal waarnemers),
- aantallen,
- gebruik van tunnel/duiker/viaduct als verbindingsroute, of als jachtgebied. Theoretisch kan een tunnel/duiker/viaduct ook verblijfplaats zijn.
- gebruik van viaduct als verbindingsroute, of, meer theoretisch, als jachtgebied. Theoretisch kan een viaduct of brug ook verblijfplaats zijn.
- vliegrichting van vleermuizen die passeren door de tunnel, indien het om een verbindingsroute gaat
- vliegrichting van vleermuizen die passeren via viaduct/brug,
- beschrijving van waar in tunnel de dieren vliegen (midden door de tunnel, langs plafond, in linker of rechter bovenhoek, vlak over de grond),
- beschrijving van waar t.o.v. viaduct/brug de dieren vliegen (midden over, parallel aan, vlak langs, hoger boven viaduct/brug, laag boven viaduct/brug),
- lengte, hoogte en breedte van de tunnel of duiker, of van viaduct of brug.
- situatie schets (graag ontvangen we ook een situatieschets of foto‘s)
- wel of geen verlichting en waar
- wel of geen verbinding met omliggende landschap door middel van opgaande begroeiing en waar.


Mail je bevindingen aan Martijn van Oene: waarnemingen@zoogdiervereniging.nl

Hoe waarnemen?

Pas altijd goed op je eigen veiligheid! Als er auto‘s door de doorgang rijden is het verstandig voor de ingangen al iemand te hebben staan met een veiligheidshesje waardoor automobilisten weten dat er iets aan de hand is. In alle gevallen is het een goed idee om ook zelf een veiligheidshesje te dragen.

Het waarnemen gaat prima met een bat detector en je eigen ogen. Maar een camera met nightshot of een nachtzichtkijker kunnen goede hulpmiddelen zijn. Ook luisterkistjes kunnen worden ingezet.

De bat detector altijd van je af richten in de lengte as van de tunnel of het viaduct, zodat je door meebewegen en tegenbewegen informatie over de vliegrichting kunt winnen. Twee detectoren tegelijk gebruiken en deze beide in een andere richting laten wijzen werkt uitstekend.

Tunnel/duiker/viaduct als doorgang

Als het om een tunnel gaat dan proberen enkele meters naar binnen te gaan staan, met je rug tegen de zijkant en met zicht op de, in de avondschemering, lichte uitgang. We kijken dan dus meestal in de richting zuid/zuidwest, maar dat hangt natuurlijk af van de oriëntatie van de tunnel. Silhouetten van de vleermuizen zijn dan tegen de lichte achtergrond relatief goed waar te nemen. Eventueel kan het zicht verbeterd worden door gehurkt te gaan zitten of te liggen. Hoe meer overzicht over het oppervlak van de uitgang van de tunnel hoe beter het lukt.

Als het gaat om een grotere tunnel, dan zijn soms meerdere mensen nodig om goed te kunnen zien waar en hoe de vleermuizen er door vliegen.

Duikers zijn vaak lager en kleiner. In het geval van zo‘n lagere duiker met water moet geprobeerd worden zo laag mogelijk bij het wateroppervlak te kijken en zo parallel mogelijk langs de uitgang. Niet recht de duiker in proberen te kijken. Het is ook mogelijk een lamp met een smalle licht bundel parallel langs de uitgang en vlak boven het water te laten schijnen. Dat schrikt de vleermuizen meestal niet af en je ziet dan de dieren door de lichtstraal schieten.

Bij viaducten, waar we verwachten dat vleermuizen er onderdoor vliegen, is het moeilijk om in je eentje alles goed te overzien. Meer mensen inzetten is dan een goede aanpak. Desondanks is het dan goed te concentreren op de donkere hoeken van de doorgang onder het viaduct.

Viaducten/bruggen als overgang

Ga weer enkele meters op het viaduct of brug staan, of zitten, aan de zijkant en met beeld op de lichte avondlucht op de zuid/zuidwest kant van de overgang.

Soms moet je het vooral hebben van wat er langs het viaduct vliegt. Weer probeer je een lichte achtergrond te hebben. Het kan zijn dat daarvoor een positie op net niveau onder de brug of viaduct moet kiezen. Blijf voldoende uit de buurt van de rijbaan!

Herman Limpens

Foto's: Rollin Verlinde, www.vildaphoto.net