Is ’t Groene Hart een brug te ver voor het ree?
9 mei 2009
In de middeleeuwen kwam het ree in grote delen van Nederland voor. Vanaf de 16e eeuw werd het verspreidingsbeeld echter steeds kleiner. In het begin van de 19e eeuw handhaafde de soort zich alleen nog op de Veluwe.
Sindsdien namen de aantallen weer geleidelijk toe, vooral doormiddel van immigratie vanuit Duitsland. De verspreiding neemt in de loop der jaren duidelijk toe van oost- naar west Nederland.
De afgelopen vijftig jaar is het aantal reeën in ons land zelfs fors toegenomen. Werd in 1960 de reeënstand nog slechts op minimaal 15.000 dieren geschat, in 1993 was dit toegenomen tot 40.000. In 2008 werd de populatieomvang geschat op 65-70.000 dieren.
De toename van het aantal reeën is opmerkelijk te noemen in een land met 16,5 miljoen mensen, met een daardoor grote recreatiedruk in de groene delen. Een land ook met een infrastructuur van tienduizenden kilometers wegen die intensief worden gebruikt en met een intensieve landbouw en veehouderij. De aantalsontwikkeling laat nog geen afvlakking zien en daarom verwacht de Zoogdiervereniging dat het aantal reeën in ons land door kan groeien tot ca 100.000 exemplaren.
Tot op heden komt het ree weinig voor in Noord-Holland, ’t Groene Hart en West Zeeuws-Vlaanderen. Met name het Groene Hart lijkt tot op heden een brug te ver voor het ree en daardoor is ook Noord-Holland moeilijk toegankelijk.
Niet heel vreemd als je de hoeveelheid geluidswallen ziet die langs de snelwegen tussen Utrecht en Amsterdam zijn opgetrokken. Hopelijk weet de ree in 2009 deze te omzeilen en kan een verdere uitbreiding plaatsvinden, zodat men ook in ’t Groene Hart van dit mooie zoogdier kan genieten.