Samenwerken in Limburg: vleermuismigratie op de kaart
23 januari 2017
Samenwerken om de positie van vleermuizen te verbeteren. Hieraan werkten de Zoogdiervereniging, gemeentes, waterschappen en de provincie Limburg in de maand november. Centraal hierbij stond de migratie van vleermuizen. In opdracht van de provincie Limburg, Rijkswaterstaat, Waterschap Peel en Maasvallel en Waterschap Roer en Overmaas werkt de Zoogdiervereniging aan het project “van Mook tot Maastricht”. Dit project richt zich op de knelpunten en kansen voor migratieroutes van vleermuizen in Limburg, waarbij specifiek wordt gekeken naar de Maas en het Julianakanaal: de lijnvormige waterelementen die voor de migratie van vleermuizen zo belangrijk zijn.
Knelpunten in de praktijk
Op 24 november 2016 is een veldbezoek uitgevoerd waarbij werd gekeken naar praktijkvoorbeelden van knelpunten én van kansen voor de migratie. Met een busje toerden de stakeholders door Limburg om dergelijke locaties te bekijken. Dit alles werd begeleid door vleermuisspecialist Herman Limpens, die de deelnemers met behulp van zijn kennis met vleermuisogen naar het landschap liet kijken. Zo werden op deze koude novemberdag Hanssum, de Neerbeek, Buggenum, het Julianakanaal, Geulle aan de Maas en de Geleenbeek aangedaan. Halverwege de dag warmde iedereen in Buggenum op tijdens een lunch aangeboden door provincie Limburg.
Figuur 1. Julianakanaal. Op deze foto is goed te zien dat de bomen in de bocht van het Julianakanaal zijn verwijderd. Aan beide kanten van het kanaal staan lantaarnpalen. Met name de combinatie van de onderbreking van groenstructuren en kunstmatige verlichting vormt een knelpunt voor vleermuizen.
Figuur 2. Jachthaven van Hanssum. De lantaarnpalen naast het water vormen een knelpunt voor vleermuizen.
De eerste workshop: Knelpunten omzetten in kansen
Op 30 november was gemeente Bergen de gastvrouw en verwelkomde deelnemers in de Raadszaal van het gemeentehuis. Hier werden de koppen bijeen gestoken om gezamenlijk de problematiek rond de migratieknelpunten verder in kaart te brengen. Samen werd nagedacht hoe je knelpunten in kansen zou kunnen omzetten. Dit vormt de basis voor een beheervisie ten bate van vleermuismigratie. Een aantal belangrijke conclusies uit de eerste workshop luidden:
- Knelpunten worden vaak veroorzaakt door een opeenstapeling van negatieve effecten. Bijvoorbeeld een toename aan verlichtingspunten in combinatie met het verwijderen van groenstructuren.
- Oplossingen zijn vaak simpel en kosten niet veel geld: bijvoorbeeld lichtbundels beter richten met behulp van goede armaturen, vleermuisvriendelijke verlichting gebruiken en groenstructuren gefaseerd verwijderen.
- Het is belangrijk om de Maas en het Julianakanaal als samenhang te benaderen, en naar beide waterwegen te kijken voor wat betreft knelpunten en kansen.
- Een belangrijke rol voor gemeentes is weggelegd in het gebiedsgericht werken. Het is belangrijk om niet alleen per project of binnen de gemeentegrenzen kijken, maar ook bij de buren. Vaak kunnen juist hier oplossingen worden gezocht.
- Monitoren is van groot belang. Door monitoren en het toegankelijk maken van de gegevens zal het makkelijk worden om knelpunten tot kansen om te buigen. Meten is immers weten.
- Er is behoefte aan wetenschappelijke kennis omtrent vleermuizen, die direct vertaald kan worden naar de praktijk. Een voorbeeld hiervan vormt het Julianakanaal, waar populieren worden gekapt. Informatie zou gewenst zijn over vragen als: hoeveel meter kunnen deze bomen uit elkaar geplaatst worden om nog een geschikte structuur voor vleermuizen te vormen? Welke bomen kunnen het beste aangeplant worden? Hoeveel meter kunnen de bomen van het water verwijderd staan?
- Er is weinig coördinatie tussen verschillende partijen die in één gebied aan ontwikkeling doen. Beter samenwerken vormt een belangrijke uitdaging.
- De knelpunten- en kansenkaart in GIS, zoals gemaakt door de Zoogdiervereniging, lijkt een goed hulpstuk om de migratie niet over het hoofd te zien bij projecten.
- Praten over een gemeenschappelijk plan verbindt mensen en organisaties. Een dergelijk project als “van Mook tot Maastricht” geeft duidelijk de samenhang met het grotere geheel weer. Kleinere partijen kunnen daar weer hun deel van oppikken.
Figuur 3. Groepsfoto in Geulle aan de Maas.
Figuur 4. Geleenbeek. Voorbeeld van een meanderende beek met voldoende begeleidende groenstructuren voor vleermuizen.
De tweede workshop: borging
Het is de wens van de Zoogdiervereniging om met dit project de vleermuismigratie letterlijk en figuurlijk op de kaart te zetten. Om een product te leveren dat in de praktijk bruikbaar is en ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Daarbij is de input van de gebiedspartijen nodig. Het is namelijk belangrijk om te bepalen hoe de informatie doelmatig kan worden geborgen binnen de werkwijzen van verschillende organisaties. Wanneer en hoe krijg je de juiste informatie bij de juiste mensen? Daarover organiseert de Zoogdiervereniging met de betrokken partijen een tweede workshop.
De meerwaarde om met verschillende partijen tegelijkertijd aan een onderwerp als dit te werken werd zeer duidelijk tijdens de workshop: de verschillende ontwikkelingen binnen één gebied kunnen elkaar zowel ten goed als ten slechte versterken voor vleermuizen. Alleen door samen te werken worden kansen benut. Dat is goed voor vleermuizen en goed voor de doorlooptijd en kosten van de verschillende ontwikkelingen in het gebied.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marcel Schillemans (marcel.schilllemans@zoogdiervereniging.nl of 06 44563665).