Recensie Veldgids Europese zoogdieren
RECENSIE DOOR GERRIT JANSEN (DE GELDERLANDER)
Vorige week is de nieuwe veldgids ‘Europese zoogdieren’ uitgekomen. Het boek is een echte veldgids: wel een tikkeltje zwaar om in de binnenzak te doen, maar wat wil je met zo’n compleet werk? Alle 211 in het wild voorkomende zoogdieren die in Europa voorkomen, zijn er in beschreven.
Omdat de mens reislustiger is geworden, is er voor een groter areaal gekozen dan in het vorige standaardwerk ‘Zoogdieren van West-Europa’. Voor de herkenning in het veld is de nieuwe gids een onmisbaar hulpmiddel.
De illustraties -niet alleen mooi maar vooral informatief- zijn vaak al voldoende om de waargenomen soort of eventuele sporen op naam te brengen. Moeilijke soorten worden zo goed beschreven dat determinatie niet alleen voor de specialist is weggelegd.
Ook op vakanties mag de gids niet ontbreken. Als men een huisje in Frankrijk huurt, moet men dat vaak delen met eikelmuis of relmuis. In de Alpenlanden kan men steenbokken en gemzen tegenkomen en in het hoge noorden zelfs oeros, ijsbeer en walrus. Ze worden allemaal uitgebreid beschreven in de nieuwe veldgids.
Zoeken we het dichter bij huis, kijk dan eens bij de veldmuis. Geen droge beschrijving van dit meest talrijke zoogdier in ons land. De schrijvers beperken zich beslist niet tot een signalement. Met de ‘heropende gaatjes-methode’ die zij beschrijven, is een aardig beeld te krijgen van de populatiedichtheid in park of tuin. In een proefvlak van vijftig vierkant meter worden alle holletjes met bijvoorbeeld een schelp afgedekt. Kijk een dag later hoeveel uitgangen heropend zijn. In een gangenstelsel met nest-, eet- en voorraadkamers kunnen wel twintig muizen leven.
Veldgids Europese zoogdieren; Peter Twisk, Annemarie van Diepenbeek en Jan Piet Bekker. KNNV Uitgeverij: ISBN 978 90 5011 260 4
Recensie door: Gerrit Jansen, natuurjournalist De Gelderlander (publicatie op site Zoogdiervereniging is met toestemming van de journalist)