Kwetsbare mopsvleermuis beter in beeld
In 2023 is bij Winterswijk een kraamkolonie van de mopsvleermuis ontdekt. Deze soort is gebonden aan oude, structuurrijke bossen. In de regio Winterswijk komen dergelijke bossen nog voor in een kleinschalig landschap. Om meer inzicht te krijgen in de verspreiding van mopsvleermuizen in deze regio, is in 2025 akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek leverde nieuwe verspreidingsgegevens op.
Uit het akoestische verspreidingsonderzoek, in opdracht van de Provincie Gelderland, bleek dat de mopsvleermuis in twee van de in totaal zes onderzochte gebieden actief is. Op één locatie werden meer dan vier opnames binnen één uur na zonsondergang geregistreerd, wat kan wijzen op de aanwezigheid van een kraamkolonie. De mopsvleermuis is een kwetsbare soort die vaak gebruikmaakt van verblijfplaatsen achter loshangende schors in oude bossen. Landschapselementen zoals houtwallen en lanen vormen belangrijke verbindingen tussen bosgebieden. In de omgeving van Winterswijk is het kleinschalige landschap op veel plekken nog intact, maar bosgebieden zijn vaak klein en versnipperd. Daardoor zijn verblijfplaatsen schaars en gevoelig voor schade door boswerkzaamheden en storm. Om het aanbod aan verblijfplaatsen voor de mopsvleermuizen te vergroten zijn in 2024 in totaal 75 vleermuiskasten opgehangen, waar de mopsvleermuis en andere vleermuissoorten ook gebruik van maken.
Oude boskernen
Het verspreidingsonderzoek in 2025 startte met een afbakening van het onderzoeksgebied. In de ruime omgeving tussen Winterswijk en de Duitse grens is bekeken welke gebieden kansrijk kunnen zijn voor de aanwezigheid van mopsvleermuizen. Bij de selectie is nadrukkelijk gekeken naar gebieden waar al langere tijd bos of bosstructuren aanwezig zijn. Vervolgens zijn vijf kansrijke bosgebieden geselecteerd voor het onderzoek.
Op zoek naar zachte geluiden
De mopsvleermuis staat bekend om haar relatief zachte echolocatiegeluiden. Door deze zachte geluiden is het moeilijker om mopsvleermuizen akoestisch aan te tonen, waardoor een behoorlijke onderzoeksinspanning nodig is. De opzet van het uitgevoerde verspreidingsonderzoek is gebaseerd op de aanbevolen onderzoeksinspanning uit Engels onderzoek naar de mopsvleermuis, namelijk één batdetector per 6,25 hectare bosgebied, die gedurende drie aaneengesloten nachten opnames maakt. In ons onderzoek zijn de vijf geselecteerde gebieden conform deze richtlijn onderzocht.
Nieuwe verspreidingsgegevens
In één van de vijf geselecteerde gebieden was het resultaat positief; op twee van de zes geplaatste batdetectors zijn in totaal 85 geluiden van de mopsvleermuis opgenomen. De twee batdetectors maakten tijdens meerdere opeenvolgende nachten in juni opnames van mopsvleermuizen. Op één batdetector werden meer dan vier opnames gevonden binnen één uur na zonsondergang. Hiermee wordt voldaan aan het criterium voor de waarschijnlijke aanwezigheid van een kraamkolonie in het gebied.
Als aanvulling op deze waarnemingen in juni is een zesde en direct aangrenzend gebied volgens dezelfde werkwijze onderzocht in september 2025. Ook hier werden op twee van de zes geplaatste batdetectors in totaal 27 geluidsopnames van mopsvleermuizen gemaakt.
Tweede kraamkolonie?
Uit het verspreidingsonderzoek blijkt dat er duidelijke activiteit van mopsvleermuizen is in een gebied ten zuiden van Winterswijk. De waarnemingen in juni kunnen wijzen op aanwezigheid van een kraamkolonie. De waarnemingen in het najaar laten zien dat het geen toevallige waarnemingen betreft en dat de soort er voorkomt gedurende meerdere perioden van het jaar. De waarnemingen zijn gedaan op bijna 10 km afstand tot de in 2023 gevonden kraamkolonie ten oosten van Winterswijk. De resultaten van dit onderzoek geven aanleiding tot gericht vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van mopsvleermuizen in het gebied.
Grensoverschrijdend
Het kleinschalige landschap met oude boskernen tussen Winterswijk en de Duitse grens lijkt van bijzonder belang voor de soort. Het is aannemelijk dat de mopsvleermuizen in deze grensregio tot één metapopulatie behoren, wat het belang van grensoverschrijdende samenwerking in bescherming en onderzoek onderstreept.
Tekst: Joris Verhees (Bureau Natuurbalans), Marjolein van Adrichem & Wieneke Huls (Zoogdiervereniging)
Foto's: Christian Giese (leadfoto), Joris Verhees