Huismoeder als belangrijke prooisoort van de gewone grootoorvleermuis

27 januari 2015

De gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis die vooral voorkomt in Oost- en Zuid-Nederland. Tijdens de jacht vangt de vleermuis vooral grotere prooien, die het dier meeneemt naar een veilige hangplek om op te eten. Uit een stage-onderzoek, uitgevoerd bij het Bureau van de Zoogdiervereniging, is gebleken dat de huismoeder (Noctua pronuba) een groot deel uitmaakt van het dieet van de gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus). 75% van de gevonden prooiresten bleek afkomstig van deze vrij grote vlindersoort uit de familie uilen (Noctuidae). Het onderzoek werd uitgevoerd in kerkgebouwen in de provincie Utrecht. Hier is op de zolders en in torens gezocht naar de verblijfplaatsen van vleermuizen. Op mesthoopjes van de gewone grootoorvleermuis blijven prooiresten achter met de vleugels van de gegeten nachtvlinders, die zijn afgebeten en niet worden opgegeten.


Gewone grootoorvleermuis (foto: Paul van Hoof)

Jachtstrategie
De gewone grootoorvleermuis dankt zijn naam aan zijn grote oren. Deze gebruikt het dier voornamelijk om mee te jagen. De grote oren zijn een evolutionaire aanpassing om zachtere sonartonen uit te zenden en te kunnen opvangen. Aangezien grote prooien vaak meer geluid maken en veel energie opleveren als voeding, vangt de gewone grootoorvleermuis voornamelijk grotere prooien als kevers en nachtvlinders. Er zijn twee jachtstrategieën bekend waarbij grootoorvleermuizen hun prooi te slim af te zijn. De vleermuis zoekt een boom op waar hij met behulp van zijn klauwen aan kan blijven hangen. Door zijn kop heen en weer te bewegen vangt hij de kleinste geluiden op die insecten maken op de grond en in de vlucht. Na het waarnemen van een prooi vliegt de vleermuis erop af. De gewone grootoorvleermuis gebruikt echolocatie om objecten te ontwijken maar wanneer hij zijn prooi nadert, stopt de vleermuis met het uitzenden van echolocatie en vervolgt de aanval met behulp van zijn uitstekende gehoor. De reden dat de vleermuis geen echolocatie gebruikt om zijn prooi te belagen is omdat een aantal nachtvlindersoorten deze kunnen opvangen en hem dus kunnen ontwijken. De tweede jachtstrategie bestaat uit een langzame vlucht waarbij met zachte sonargeluiden een prooi wordt gelokaliseerd. Vervolgens bij benaderen van deze prooi wordt opnieuw de echolocatie stilgelegd en vangt de vleermuis zijn prooi op gehoor. Na het vangen van een grote prooi, zoekt de gewone grootoorvleermuis een veilige plek op om zijn prooi te eten.

Verdedigingsstrategie van uilnachtvlinders
Uilnachtvlinders zijn in staat om geluiden waar te nemen via een trommelvliesorgaan dat zich bevindt in de nissen van de metathorax. Uit onderzoek is gebleken dat het gehoororgaan van uilnachtvlinders uitsluitend dient als zintuig om belagers tijdig waar te nemen (Surlykke, 1984).
Wanneer vleermuizen hun prooi naderen zenden ze steeds snellere en hardere geluiden uit. De  nachtvlinder neemt dit waar met auditieve cellen in het gehoororgaan. Een impuls na het opvangen van het geluid zorgt ervoor dat de vlinder van zijn belager afvliegt en vervolgens een duikvlucht maakt. Hoe harder het geluid door de vleermuis, hoe sneller de duikvlucht van de uilnachtvlinder.

Afbeelding verwijderd.
Close up huismoeder (foto: Juriën Kooijman)

De vlinders zijn een lastige prooi voor de meeste vleermuizen. De gewone grootoorvleermuis heeft hiermee leren omgaan en kan dus prooien vangen die onbereikbaar zijn voor andere vleermuissoorten. Om deze reden kan de soort gemakkelijk in één gebied samenleven met andere vleermuissoorten.

Resultaten onderzoek
In 49 kerken in de provincie Utrecht zijn 75 objecten bezocht waar in totaal 101 dagvlinders en 126 nachtvlinders zijn gevonden en gedetermineerd. De resultaten weergegeven in de figuur zijn het totaal aantal aangetroffen vlinders van prooiresten, levend- en dode vlinders. De als prooirest aangetroffen vlinders zijn allen toe te kennen aan de uilnachtvlinders. De dagvlindersooren kleine vos (Aglais urticae) en dagpauwoog (Aglais io) zijn rustend of dood gevonden in de gebouwen, maar nooit als prooirest.

Afbeelding verwijderd.
Totaal aantal aangetroffen vlinders van prooiresten, levend- en dode vlinders.

Conclusie
De gewone grootoorvleermuis is een specialist in het jagen op voornamelijk grotere uilnachtvlinders. De huismoeder blijkt voor Utrechtse populaties gewone grootoorvleermuizen een belangrijke prooi. Deze vlindersoort is vrij algemeen in Nederland met een stijgende trend in aantallen. Om de gewone grootoorvleermuis effectief te kunnen beschermen is het van groot belang om rondom verblijfplaatsen voldoende foerageerbiotoop in stand te houden of te ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld door waardplanten van de huismoeder te laten groeien in stadsparken en bosranden te creëren.

Tekst: Jurriën Kooijman en Hans Hollander (Bureau van de Zoogdiervereniging)
Foto gewone grootoorvleermuis: Paul van Hoof
Foto close up huismoeder:  Juriën Kooijman