Het gaat goed met de bever!
1 februari, 2006
Ruim 160 jaar nadat de bever in Nederland was uitgestorven, werd dit grootste Europese knaagdier in de Biesbosch geherintroduceerd. In de periode najaar 1988-najaar 1991 werden in totaal 42 uit de Elbe afkomstige bevers uitgezet. De eerste jaren verliepen moeizaam: de sterfte was hoog en de reproductie laag.
Bij de grafiek: Minimum aantal bevers in Nederland aan het eind van de winter in de periode 1989-2000 (aantal bevers in de Biesbosch in 2000 niet geteld, maar geschat).
Vanaf 1993 verging het de jonge populatie wat beter: de sterfte nam af en de reproductie verbeterde. Hoewel de reproductie is verbeterd, blijft hij achter bij de reproductie van populaties elders in Europa. Het is niet duidelijk wat daarvan de oorzaak is. Gedacht wordt aan milieuvervuilende stoffen- zo hebben de Biesbosch-bevers enorm hoge cadmiumgehalten in de nieren, of een geringe habitatkwaliteit: de territoria van bevers zijn in Europa nergens zo groot dan in de Biesbosch. In 1995 vertrok de eerste bever om zich buiten de Biesbosch te vestigen. In Flevoland ontsnapten vanaf eind 1990 de eerste bevers uit gevangenschap en sindsdien is hier een kleine populatie ontstaan, die zich langzamerhand over de provincie verspreidt. Vanuit Duitsland vestigden zich vanaf eind 1992 enkele bevers in het stroomgebied van de Maas in Limburg. Een aantal van deze dieren werd doodgereden, maar toch houden zich verspreid over de provincie momenteel nog enkele solitair levende bevers op. In navolging van de Biesbosch werden er in de Gelderse Poort vanaf 1994 bevers uitgezet. Na enige tegenslagen ontstond toch een zich voortplantende groep bevers, die nu en dan nog wordt versterkt door aanvullende uitzettingen.
Bronnen: Niewold, F.J.J. & G.J.D.M. Müskens, 2000. Perspectief van de bever in Nederland. Wageningen, Alterra, rapport 159, 115 blz. en Beverwerkgroep Nederland-Zoogdiervereniging VZZ (BWN-VZZ), Vilmar Dijkstra BWN-VZZ