Einde winterslaap vleermuizen in zicht

Gewone dwergvleermuis in dilatatievoeg (bron: Erik Korsten)
Gewone dwergvleermuis in dilatatievoeg (bron: Erik Korsten)

Het is eind februari en de dagen worden alweer merkbaar langer. Hoewel de dagtemperatuur langzaam toeneemt en de krokussen uit de grond komen, is veel in de natuur nog in winterrust. Ook de vleermuizen zijn nog in winterslaap. Toch duurt het niet lang voordat we ze weer kunnen zien. Welke soort is meestal de eerste?

Alle vleermuizen in Nederland zijn insecteneters. In de winter zijn er bijna geen insecten en daarom gaan de vleermuizen in winterslaap. Ze zoeken daarvoor een plaats die veilig, donker, vochtig en koud (tussen nul en acht graden Celsius) is. Dit zijn plaatsen als groeves, ijskelders, forten, bunkers en speciaal aangelegde vleermuiskelders. Enkele vleermuissoorten brengen de winter door in boomholtes, meestal in grote groepen om elkaar warm te houden. Weer andere soorten overwinteren in dilatatievoegen of liftschachten in grote gebouwen, zoals flatgebouwen en kantoorcomplexen, maar ook in de spouwmuren van huizen.

Vrijwilligers zoeken naar overwinterende dwergvleermuizen in het kader van het NEM wintertellingen vleermuizen (bron: Erik Korsten)
Vrijwilligers zoeken naar overwinterende dwergvleermuizen in het kader van het NEM wintertellingen vleermuizen (bron: Erik Korsten)

Als de temperaturen omhooggaan, hebben vleermuizen moeite om te blijven slapen. Als ze wakker worden, gaan sommige soorten meteen naar buiten. Andere soorten vliegen door hun winterverblijf en zoeken het koelste plekje op om verder te kunnen slapen, want eigenlijk is het voor veel vleermuissoorten nog te vroeg om wakker te worden. Wat vrijwel alle vleermuissoorten gemeen hebben, is dat ze erg plaatstrouw zijn; iedere winter keren ze van grote afstanden weer terug naar dezelfde winterverblijfplaats. Daar zoeken ze een plekje uit om te gaan hangen of weg te kruipen. Vervolgens brengen ze hun lichaamstemperatuur terug tot net boven de omgevingstemperatuur. De vleermuizen verminderen hun hartslag en ademhaling drastisch; tot slechts achttien slagen per minuut en één ademhaling per negentig minuten! Zo proberen ze, op een waakvlammetje, energie te sparen om de winter door te komen.

Gewone dwergvleermuis (bron: Johann Prescher)
Gewone dwergvleermuis (bron: Johann Prescher)

Als de temperatuur in de lente dan toch hoog genoeg wordt dat het ook in de avond warm genoeg is voor vleermuizen, zijn het vaak de dwergvleermuizen die het eerste worden gezien. Dat komt voornamelijk door twee oorzaken waarvan de eerste het meest voor de hand ligt. De gewone dwergvleermuis is namelijk de meest voorkomende soort in Nederland én is een typisch stadse vleermuis. In stedelijk gebied is de temperatuur ook vaak nét iets hoger dan daarbuiten. Genoeg aanleiding voor die stadse vleermuis om de kans te grijpen om wat te eten en drinken als het voorjaar lonkt. De kans om weer een vleermuis te zien in de aankomende weken neemt dus snel toe. Kijk rond de schemer weer eens in de tuin, straat of park in de buurt. Over ongeveer een maand zien we ook de andere soorten weer. Ben jij de eerste die ze ziet vliegen?

Als je meer wilt weten over vleermuizen en andere zoogdieren, kom dan op 28 maart naar de Zoogdierdag.

Tekst: Erik Broer
Foto's: Erik Korsten, Johann Prescher