Effecten van windturbines op vleermuizen
27 juni 2012
Op veel plaatsen in Nederland worden windturbineparken gebouwd. Voor het opwekken van duurzame energie is dat een positieve ontwikkeling, maar wat zijn de effecten op vleermuizen? In Nederland is daar nog maar erg weinig onderzoek naar gedaan. Het bureau van de Zoogdiervereniging en Bureau Waardenburg gaan hier dit jaar verandering in brengen.
Generiek onderzoek is nodig om te kunnen onderbouwen welke landschappelijke kenmerken bepalen of locaties meer of minder risicovol zijn voor vleermuizen. Het onderzoek zal, mede gebruik makend van vergelijkbaar onderzoek in Duitsland, voor nieuwe locaties betere voorspellingen van te verwachten effecten mogelijk moeten maken. Negatieve effecten op vleermuizen kunnen (deels) worden voorkomen door een uitgekiende locatiekeuze en/of gerichte mitigerende maatregelen ná plaatsing. Kennis daarover kan ruimtelijke ordeningsprocedures vergemakkelijken. Dit moet bijdragen aan het ontsluiten van potentieel voor windenergie op land.
De Zoogdiervereniging en Bureau Waardenburg voeren dit onderzoek in 2012 uit. Er zullen in vijf windparken vleermuisslachtoffers worden gezocht. Tegelijk wordt de vleermuisactiviteit gemeten met automatische batdetectors, zowel op gondelhoogte als op maaiveld. De resultaten worden in het voorjaar van 2013 gepubliceerd.
Agentschap NL is de grootste financier van dit onderzoek, binnen de Innovatieagenda Energie, onderdeel Wind op Land. Daarnaast dragen Eneco en Nuon een wezenlijk deel van de onderzoekskosten en verlenen zij ‘gastvrijheid’ voor onderzoek in hun windparken.
Verder lezen?
In het tijdschrift Zoogdier is dit onderzoek uitgebreider beschreven.
Tekst: Stefan Vreugdenhil (Zoogdiervereniging) en Sjoerd Dirksen (Bureau Waardenburg)
Foto's: Vleermuis, fotograaf anoniem; Windturbine, Bureau Waardenburg