De ingekorven vleermuis in Vlaanderen
Tijdens Vlaamse wintertellingen worden elk jaar meer ingekorven vleermuizen geteld. In de zomer lijkt de soort echter sterk achteruit te gaan: de kraamkolonies in het westen van Vlaanderen zijn verdwenen en andere kolonies staan sterk onder druk.
Wat is er aan de hand met de ingekorven vleermuis? In het laatste nummer van Zoogdier verscheen een uitgebreid artikel over dit onderwerp.
De ingekorven vleermuis is een zuidelijke soort die in Vlaanderen en het zuiden van Nederland de noordgrens van haar Europese verspreidingsgebied bereikt. De vrouwtjes vormen in de zomer kraamkolonies van 10 tot enkele honderden dieren. Deze kraamkolonies bewonen warme zolders van kerken, kloosters en schuren. Mannetjes leven solitair en zijn minder kieskeurig in de keuze voor een verblijfplaats. Door zijn brede vleugels en aangepaste sonar kan de ingekorven vleermuis prooien van een oppervlak (bijvoorbeeld bladeren of een plafond) plukken, het zogenaamde: ‘gleanen’. In het noorden van haar verspreidingsgebied heeft de soort zich gespecialiseerd in het jagen in veestallen, waar vanaf half juni grote hoeveelheden mestvliegen gemakkelijk van de stalmuren en -plafonds worden geplukt. Verder wordt er gejaagd in structuurrijke bossen, waar spinnen de voornaamste prooien zijn.
In de winter zoekt de ingekorven vleermuis grote objecten op en heeft ze een voorkeur voor plekjes met een warm en zeer stabiel microklimaat. De winterslaap duurt vrij lang, ruwweg van oktober tot half mei. Op enkele dieren na overwintert de ingekorven vleermuis in Vlaanderen alleen in de forten rond Antwerpen en in de Limburgse mergelgroeves. De laatste twee decennia nemen de getelde aantallen in deze winterverblijven spectaculair toe. Afgelopen winter werden tien keer meer ingekorven vleermuizen gevonden dan in 1990!

De zomersituatie geeft echter een ander beeld. Een tiental jaar geleden waren er nog 8 kolonies gekend, verspreid over alle provincies. Bij recente tellingen kon de soort slechts op 4 van deze locaties nog gevonden worden. De kraamkolonies in het westen van Vlaanderen zijn verdwenen, en ook andere kolonies staan onder sterke druk door verstoring. Intensief onderzoek in veestallen in de Vlaamse Ardennen, in de buurt van twee verdwenen kolonies, leverde ook geen nieuwe waarnemingen op.
De oorzaken van het opmerkelijk verschil tussen winter- en zomersituatie zijn niet duidelijk. In diverse forten en winterverblijfplaatsen werden beschermingsmaatregelen genomen zoals het tegengaan van verstoring. Mogelijk heeft dit een aanzuigeffect op ingekorven vleermuizen die anders overwinterden in tot dusver onbekende winterverblijfplaatsen. Bovendien kan de ingekorven vleermuis, net als veel andere soorten, vrij grote afstanden afleggen tussen winter- en zomerverblijfplaatsen. Die dieren die in Vlaanderen overwinteren kunnen dus ook (deels) afkomstig zijn van buiten de regio.
Meer getelde vleermuizen in de winter betekent dus niet noodzakelijk dat het beter gaat met de soort. In Vlaanderen ligt momenteel de focus vooral bij onderzoek en bescherming tijdens de winter. Voor een duurzame instandhouding van de populatie dient de zomersituatie van kolonieplaatsen en jachtgebieden echter niet uit het oog verloren te worden.
Lees het volledige artikel in Zoogdier 23-3 geschreven door Daan Dekeukeleire en René Janssen in de pdf.
Foto: Wesley Overman