NEM Verspreidingsonderzoek Bunzing Boommarter

Binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (het NEM) worden al veel soorten zoogdieren gevolgd, maar de marterachtigen waren tot op heden onderbelicht. Het is namelijk niet gemakkelijk om marters waar te nemen, maar met de komst van cameravallen is het nu wel mogelijk om deze prachtige zoogdieren te gaan monitoren.

Dit nieuwe Meetnet Verspreidingsonderzoek Bunzing & Boommarter (BuBo) richt zich op de verspreiding van de beide soorten in Nederland, met extra aandacht voor ‘witte gebieden’. De verspreiding van beide soorten in Nederland is op basis van verkeersslachtoffers en zichtwaarnemingen behoorlijk goed bekend, maar er zijn zeker gebieden met weinig waarnemers en/of weinig wegen waar beide soorten zeer waarschijnlijk wel voorkomen. Met een gerichte monitoring met cameravallen op strategische locaties, hopen wij met de hulp van een grote groep enthousiaste vrijwilligers een beter idee te krijgen van de verspreiding van de bunzing en boommarter in Nederland en op termijn hopelijk ook de trend in verspreiding (gaan deze soorten voor- of achteruit).

De waarnemers uit 2016 hebben de beschikking over leencamera’s van de Zoogdiervereniging die ook in 2017 weer ingezet kunnen worden. Nieuwe waarnemers gaan aan de slag met eigen camera’s. Voor een maximaal resultaat in 2017 hebben we de volgende aanpak bedacht: in de praktijk blijkt vooral de bunzing moeilijk te inventariseren, we vragen daarom in 2017 zoveel mogelijk wildcamera’s in te zetten gedurende twee periodes voor bunzing en gedurende één periode voor boommarter. Een periode duurt in principe zes weken (minimaal 4, maximaal 6 weken). Dat betekend dat we jullie vragen in de eerste periode (tussen 15 maart en 30 april) ‘lege uurhokken’ op bunzing te onderzoeken, met de nadruk op faunapassages, dassentunnels, loopplanken of kleine bruggetjes in het landschap. In ieder geval plekjes waar wilde dieren langs moeten lopen of door aangetrokken worden.

In de tweede periode gaat het om ‘lege uurhokken’ uurhokken gericht op het verzamelen van beelden van boommarters (tussen 1 juni en 15 juli) en vervolgens nogmaals een periode gericht op bunzing (tussen 15 juli en 31 augustus). In elk van de periodes van zes weken dienen de camera’s ten minste vier weken gegevens in de aangewezen uurhokken te verzamelen. Kies hierbij (in overleg) vooral ‘lege uurhokken’, zodat alle inspanningen een maximaal resultaat opleveren (maximale invulling van de verspreiding). De wijze waarop camera’s ter plekke geplaatst moeten worden staat beschreven in de onderzoekshandleiding.

Zoogdierliefhebbers die interesse hebben om mee te helpen aan het verzamelen van data van deze soorten, kunnen zich vanaf heden melden via vrijwilligers@zoogdiervereniging.nl


Bunzing (© Michelle Eikelboom)

Wie voeren de tellingen uit?