NEM Verspreidingsonderzoek Bunzing Boommarter

In 2016 is het NEM Meetnet Verspreidingsonderzoek Bunzing & Boommarter (BuBo) van start gegaan. Dit onderzoek richt zich op het in beeld brengen (letterlijk) van bunzing en boommarter in ‘witte gebieden’: gebieden waar beide soorten wel kunnen voorkomen, maar tot op heden niet zijn aangetroffen. Door op strategische locaties wildcamera’s te plaatsen, hopen wij met de hulp van een grote groep enthousiaste vrijwilligers een beter beeld te krijgen van de verspreiding van de bunzing en boommarter in Nederland en op termijn hopelijk ook de trend in verspreiding (gaan deze soorten voor- of achteruit).

In 2016 hebben 21 waarnemers met behulp van 54 wildcamera’s uiteindelijk 103 deployments (foto-serie’s) verzameld in 76 verschillende uurhokken (blokken van 5 x 5 km). Van deze 76 uurhokken zijn 37 uurhokken specifiek onderzocht op aanwezigheid van bunzing, waarbij de bunzing in 8 uurhokken is aangetoond en 39 uurhokken zijn specifiek onderzocht op aanwezigheid van boommarter, waarbij de soort in 12 uurhokken is aangetoond. Uiteraard is de bunzing ook gefotografeerd in ‘boommarter’-hokken en omgekeerd. Alle fotoserie’s tezamen hebben meer dan 10.000 foto’s met een (huis)dier opgeleverd. Naast bunzing en boommarter zijn nog 19 andere soorten zoogdieren waargenomen, waaronder otter, wezel, wild zwijn en eekhoorn en minimaal 18 verschillende vogelsoorten.

Dat zijn voor een 1e jaar al hele mooie eerste resultaten en de inzet van alle waarnemers wordt zeer gewaardeerd. Met z’n allen brengen we met dit onderzoek op een leuke en innovatieve manier de verspreiding van ongrijpbare zoogdieren in beeld.

In 2017 krijgt het verspreidingsonderzoek een vervolg. Het streven is een verdubbeling van het aantal geïnventariseerde hokken (en waargenomen bunzingen en boommarters) daarbij is alle hulp welkom. De waarnemers uit 2016 hebben de beschikking gekregen over leencamera’s van de Zoogdiervereniging die ook in 2017 weer ingezet kunnen worden. Nieuwe waarnemers kunnen alleen aan de slag met eigen camera’s.

Voor een maximaal resultaat in 2017 hebben we de volgende aanpak bedacht: in de praktijk blijkt vooral de bunzing moeilijk te inventariseren, we vragen daarom in 2017 zoveel mogelijk wildcamera’s in te zetten gedurende twee periodes voor bunzing en gedurende één periode voor boommarter. Een periode duurt in principe zes weken (minimaal 4, maximaal 6 weken). Dat betekend dat we jullie vragen in de eerste periode (tussen 15 maart en 30 april) ‘lege uurhokken’ op bunzing te onderzoeken, met de nadruk op faunapassages, dassentunnels, loopplanken of kleine bruggetjes in het landschap. In ieder geval plekjes waar wilde dieren langs moeten lopen of door aangetrokken worden.

In de tweede periode gaat het om ‘lege uurhokken’ uurhokken gericht op het verzamelen van beelden van boommarters (tussen 1 juni en 15 juli) en vervolgens nogmaals een periode gericht op bunzing (tussen 15 juli en 31 augustus). In elk van de periodes van zes weken dienen de camera’s ten minste vier weken gegevens in de aangewezen uurhokken te verzamelen. Kies hierbij (in overleg) vooral ‘lege uurhokken’, zodat alle inspanningen een maximaal resultaat opleveren (maximale invulling van de verspreiding). De wijze waarop camera’s ter plekke geplaatst moeten worden staat beschreven in de onderzoekshandleiding. Let op, het is heel belangrijk om altijd toestemming te vragen aan de terreineigenaar of de terreinbeheer als je ergens een wildcamera plaatst.

Zoogdierliefhebbers die interesse hebben om mee te helpen aan het verzamelen van data van deze soorten en een wildcamera hebben, kunnen zich melden via vrijwilligers@zoogdiervereniging.nl.


Bunzing (© Michelle Eikelboom)

Wie voeren de tellingen uit?