Verspreidingsonderzoek muntjak in 2016

11 januari 2016

Van 1 januari t/m 30 april 2016 voert het Bureau van de Zoogdiervereniging in opdracht van de NVWA onderzoek uit naar de verspreiding van de muntjak in Nederland. Het doel van het onderzoek is:

1) een actueel overzicht van de locaties waar muntjaks voorkomen;
2) inzicht in aantallen;
3) vaststellen in hoeverre sprake is van voortplanting.


Muntjak (foto: Bernadette van Noort).

Het onderzoek concentreert zich op een aantal gebieden, waar na 2010 muntjaks zijn waargenomen: Veluwe, Zuidoost-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen.

De winter is de beste tijd voor de uitvoering van het onderzoek, aangezien muntjaks dan beter zichtbaar zijn en sporen beter vindbaar. De kleine hertachtige houdt zich op in loof- en gemengd bos met een dichte ondergroei. In lage dichtheden heeft de soort een verborgen levenswijze. Muntjaks worden in de ochtend- en avondschemering ook wel gezien op graslanden en akkers. Mogelijk gaat het in Nederland slechts om lokaal een enkel dier, maar vanwege de verborgen levenswijze is dit op basis van de sporadische waarnemingen niet goed te zeggen. Er is in Nederland niet eerder direct onderzoek naar het voorkomen van de soort uitgevoerd.

Herkenning
Een muntjak is kleiner dan een ree en lijkt varkensachtig door de korte poten, het in verhouding stevige lijf en de vaak gekromde rug. De vacht is in de zomer vrij egaal glanzend kastanjebruin, maar naar de buik toe iets lichter. In de winter wordt de vacht donkerbruin en zijn de poten bijna zwart. De muntjak heeft wit aan de kin en een witte spiegel, die gewoonlijk door de staart bedekt wordt. De staart is vrij lang voor een hertachtige.

Op het voorhoofd heeft het vrouwtje een vliegervormige donkere vlek, die overgaat in een donkere streep over de rug. Deze streep is niet altijd even duidelijk zichtbaar. Bokken hebben meer een V-vorm die loopt over de hoog uitstekende rozenstokken, waaraan een kort gewei zit met maximaal een kleine vertakking.

Op het voorhoofd zitten twee strepen van 3-4 cm met geurklieren (langs de V- of vliegervorm). De andere twee zitten in de binnenste ooghoeken en zijn goed zichtbaar. In de bovenkaak zitten scherpe hoektanden die net buiten de lippen uitsteken. Bij de bok kunnen die bijna 4 cm worden. Bij veel oudere dieren zijn deze tanden afgebroken.

De verschillen tussen muntjak en ree zijn in onderstaande tabellen opgenomen.


Bron: Forestry Commission, www.forestry.gov.uk.

Geluid en communicatie
Muntjaks staan vooral bekend om het blaffende geluid dat ze vaak maken. Ze worden ook wel blafherten genoemd. Het blaffen wordt gebruikt om verschillende redenen. Vrouwtjes die paringsbereid zijn blaffen bijvoorbeeld veel en vaak en beide seksen blaffen als er gevaar dreigt. Overigens blaffen reeën ook, maar minder aanhoudend (lang) als muntjaks.

Verder communiceren muntjaks veel met hun geurklieren. In de dichte vegetatie waarin ze leven laten ze veelvuldig geursporen achter. Behalve de geurklieren op het hoofd hebben ze ook nog geurklieren tussen de hoeven van de achterpoten.

Daarnaast gebruiken muntjaks veel lichaamstaal. Bij verstoring zetten ze hun nek op terwijl ze bekijken of de verstoring ook gevaar betekent. Vaak stampen ze met een voorpoot om een roofdier te laten weten dat het ontdekt is. Daarna rennen ze weg met hun staart in de lucht, zodat de witte achterkant duidelijk zichtbaar is. Dit is een signaal voor andere muntjaks dat er gevaar dreigt. Vrouwtjes die vruchtbaar zijn gebruiken dit ook als teken dat ze paringsbereid zijn.

Oproep waarnemingen
Meldingen van muntjaks kunnen worden doorgegeven op www.waarneming.nl, www.telmee.nl en via het emailadres muntjak.melding@zoogdiervereniging.nl.

Hans Hollander, Bureau van de Zoogdiervereniging.