De Egel (Erinaceus europaeus)

Uiterlijk 

 

De egel is onmiskenbaar door de stekels op de rug en de bovenzijde van de kop. Een volwassen egel heeft ongeveer 7000 - 8000 stekels van 2 tot 3 cm lang. Waar stekels ontbreken, is de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn. Een stekel gaat ongeveer een jaar mee, waarna hij uitvalt en wordt vervangen.

Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten.

De grootte en het lichaamsgewicht zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht; over het algemeen zijn volwassen mannetjes het grootst en het zwaarst. 

Afmetingen:

lengte kop-romp: 200 - 310 mm
lengte staart: 20 - 45 mm
gewicht: 300 - 1100 g


Egel (© Ernst Dirksen)

Geluid

Afhankelijk van wat ze aan het doen zijn, kunnen ze snurken, snuiven, snuffelen en smakken. 

Leefgebied en verspreiding

In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. De egel komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor.

Leefwijze en voedsel

Egels zijn nachtactief. Overdag slapen ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren, mos of ander materiaal dat zich vaak onder (braam)struiken of takkenbossen bevindt. Een groot deel van het jaar (november/december tot april/mei) zijn ze in winterslaap, waaruit ze af en toe wakker kunnen worden. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur van circa 35° tot circa 10 °C en verliezen ze ongeveer 30% van hun gewicht. Dat wordt in het voorjaar echter weer ruimschoots ingehaald. Dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten ze veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken op te sporen. Van een schoteltje melk raken ze aan de diarree. 

Egels eten ook soms eieren. Ze likken de inhoud op nadat ze de schaal helemaal hebben stukgebeten. Omdat ze de inhoud niet gauw genoeg kunnen oplikken, blijven behalve eierschalen ook vaak delen van dooier of eiwit over. Nesten van bodembroeders die door egels zijn bezocht, blijven soms helemaal besmeurd achter. Egels eten ook huisjesslakken (tot wel 40 per nacht) en eten in de regel het huisje mee op. In de nazomer en herfst eten ze ook wel bessen.

Als ze tijdens hun nachtelijke tochten sterk ruikend aas of uitwerpselen tegenkomen, kunnen egels opgewonden raken en zich zelfs ermee insmeren. Wat hier de functie van is, is niet duidelijk. 

Territorium en verblijfplaats

Egels zijn altijd alleen op stap en vormen geen vaste paartjes. Ze hebben min of meer een vast 'leefgebied' (mannetjes 20-40 ha, vrouwtjes 10-20 ha), maar ze hebben geen 'territorium' dat ze verdedigen tegen soortgenoten. Egels leggen per nacht een paar kilometer af.

Egels zijn verassend snel en lenig. Ze kruipen door nauwe spleten en kunnen prima zwemmen. In de zomer slapen egels vaak op de kale grond onder dicht struikgewas, in holtes onder boomwortels, in composthopen of konijnenholen. Soms worden slaapnesten gebouwd van losse bladeren. Een nest voor de jongen ligt op een goed verborgen plek zoals in een compost-, takken- of puinhoop. Winternesten worden meestal in de grond gemaakt, tegen een schutting aan, in een schuur of bijgebouw of in een takken- of composthoop. De afmetingen van het winternest varieert sterk, soms tot een halve meter doorsnee.

Voorplanting en leeftijd

De paartijd duurt vrij lang (mei tot en met augustus). Het paren duurt lang en gaat gepaard met veel geluid. Het kan uren duren voor het vrouwtje het mannetje toelaat. Het vrouwtje legt dan haar stekels plat. Na een draagtijd van circa 5 weken werpt het vrouwtje tussen juni en oktober gemiddeld ruim vijf (twee tot tien) jongen.  De jongen zijn dan nog onbehaard en blind. Na een paar uur verschijnen echter witte stekels. Binnen enkele weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie bruin-crème-kleurige stekels. Die stekels blijven ±18 maanden zitten voordat ze geleidelijk vervangen worden. Na twee weken gaan de oogjes en oortjes open.  

Na ongeveer drie weken verlaten de jongen 's nachts het nest en gaan ze met moeder mee. Op een leeftijd van ± zes weken worden ze zelfstandig. De jongen blijven bij elkaar om te overwinteren in het nest waarin ze zijn geboren. De moeder maakt voor zichtzelf een nieuw winternest. In onze streken is nog nooit aangetoond dat egels in het wild meer dan één nest per jaar grootbrengen. Het mannetje bemoeit zich niet met het grootbrengen van de jongen.

Soms eet de moeder haar jongen op. De precieze reden hiervan is onduidelijk, maar wetenschappers vermoeden dat het wordt veroorzaakt door stress of omdat de moeder aanvoelt dat er iets mis is met de jongen. Mogelijk dat wanneer er onvoldoende voedsel of drinken voorradig is, de moeder de jongen dood om zichzelf in bescherming te nemen. Het gedrag komt ook wel voor bij verstoring van het nest wanneer de jongen nog zeer jong zijn. Als de jongen al groter zijn, verplaatst de moeder het nest doorgaans door de jongen bij hun nekvel te grijpen en één voor één naar een veiliger plek te brengen.

Egels kunnen maximaal tien jaar oud worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf.


Egeljong (© Karel Schot)

Sporen

Vraatsporen

Egelvraat is te herkenen doordat tussen de twee bovensnijtanden een spleet zit zodat twee elkaar niet rakende, smalle snijvlakken ontstaan. De tegenoverliggende snijtanden uit de onderkaak zitten wel tegen elkaar aan en vormen dus geen randje tussen de tandafdrukken. Vraatsporen zijn soms te vinden in schuren, stallen en in de omgeving van huizen aan verpakkingen en andere voorwerpen. Gebroken paardenvijgen of koeienmest kunnen een spoor zijn van een egel op zoek naar kevers en larven.

Uitwerpselen

 De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden. Vaak glinsteren die door de niet verteerde delen van keverschilden. De uitwerpselen zijn bros en cilindervorming, meestal aan één pool puntig, 8 tot 12 mm breed en 30 tot 60 mm lang. Wanneer egels muizen gegeven hebben, zijn de uitwerpselen doffer van kleur en vaster. In de nazomer en herfst zitten er soms resten van bessen in.


© Herwin Walravens

Loopsporen

Egels gebruiken 's nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen zijn daardoor makkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. De afdrukken zijn te herkennen aan het sterk gespreide, wijdbenige spoor en de vrij lange tenen. Egels hebben vijf tegen. De voorvoetjes zijn rond, de achtervoetjes langwerpig. De pootafdrukken zijn ongeveer 2,5 cm breed. De afstand tussen twee afdrukken van één poot is 10 cm. 

 
© Herwin Walravens

Bedreiging en bescherming

De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Typisch is dat hij zicht oprolt bij gevaar en niet vlucht. Hierdoor vallen er slachtoffers in het verkeer.

Maar ook door maaien of branden van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval, in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken, of doordat ze ondeskundig behandeld worden. Voor enkele van deze doodsoorzaken kan het aantal slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in de daarvoor bestemde containers. Ook zou men hopen tuin-, tak- of bladafval niet in brand moeten steken zonder deze eerst op het voorkomen van egels te hebben gecontroleerd.

Egels kunnen in principe goed zwemmen, maar in vijvers met steile of gladde randen kunnen ze gemakkelijk verdrinken. Een plankje, omspannen met gaas, dat vervolgens schuin in de vijver wordt gezet, biedt uitkomst. Naast vijvers en zwembaden zijn ook veeroosters, mestputten en andere gaten een gevaar. Een egel is namelijk niet bang om te vallen omdat zijn stekelvacht als stootkussen werkt. 

De aanwezigheid van egels in uw tuin is gunstig omdat ze kevers, rupsen en slakken eten. Het gebruik van vergif moet dus zeker achterwege worden gelaten: deze stoffen hopen zich via het voedsel op in de egel, die er vervolgens dood aan kan gaan.

Egels zijn wilde dieren die zich hebben aangepast aan de menselijke leefomgeving. Ze zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Vaak worden (jonge) egels onnodig of ondeskundig bijgevoerd of meegenomen. Bijvoeren is in principe niet nodig. Het goedbedoelde schoteltje (koe)melk kan zelfs voor spijsverteringsproblemen zorgen (diarree)en wordt daarom afgeraden. Teken, vlooien en andere parasieten zijn wel vervelend, maar wilde egels hebben ze bijna allemaal. Alleen als zeker is dat een egel echt hulp nodig heeft of veel pijn heeft, is het verantwoord om het dier naar een egelopvangcentrum te brengen. Vaak is het verstandig om eerst telefonisch advies te vragen bij één van de informatielijnen van egelopvangcentra.

Een egel met schuim op de bek en vacht is niet ziek. Onbekend is waarom egels zich soms met dit schuimende speeksel insmeren.


Veel verkeersslachtoffers © Marcel P. Huijser

Waarnemen en onderzoek

Er zijn maar weinig mensen die nog nooit een egel hebben gezien. Op mooie zomeravonden kan je met een beetje geluk een egel zien rondscharrelen. De egel verraadt zich vaak door geritsel en gesnuif. Een triestere ontmoeting is die met een doodgereden egel; het is één van de talrijkste verkeersslachtoffers onder de zoogdieren. Ook mensen die overdag buiten aan het werk zijn vinden soms egels. Vaak gaat het dan om dieren die op een goed verborgen plek de dag door brengen. Soms worden ook jonge dieren in een nest van blad of ander materiaal gevonden.

U kunt vaker bezoek van egels verwachten als u uw tuin toegankelijk maakt (kleine doorgangen in afscheidingen). Er moeten dan echter ook geschikte dagrustplaatsen aanwezig zijn zoals bladhopen en takkenbossen, liefst onder wat bomen of struiken. Het zijn vaak meerdere dieren die van uw tuin gebruik maken. Als u een nest jongen vindt is het verstandig dit direct weer toe te dekken zonder het verder te verstoren. Doet u dit niet, dan zal de moeder de jongen verhuizen, verlaten of doden.