Gestreept stinkdier
Het gestreept stinkdier (Mephitis mephitis) is een middelgroot roofdier. Zijn wetenschappelijke naam, die ‘slechte geur’ betekent, dankt het dier aan zijn effectieve verdedigingsmechanisme: met anale geurklieren kan hij een stinkende stof richting een belager sproeien. Van oorsprong komt het gestreept stinkdier voor in Noord-Amerika. Het gestreept stinkdier ontbreekt op de ‘positieflijst’, maar wordt desondanks in Nederland nog wel als huisdier gehouden. Vrijgelaten of ontsnapte dieren worden af en toe gemeld. Als dieren zich in het wild vestigen, kunnen ze een bedreiging vormen voor weidevogels en andere inheemse soorten. Ook kunnen ze ziektes met zich meedragen.
Uiterlijke kenmerken
Het gestreept stinkdier heeft ongeveer het formaat van een huiskat. De basiskleur is zwart, met veel witte accenten. Over het voorhoofd loopt een smalle witte streep vanaf de neus. Het dier heeft een witte “pet”, die uitloopt in een streep die zich op de schouders in tweeën deelt als een V en via beide kanten van de rug loopt tot op de grote pluimstaart. De staart is meestal een mengeling van zwarte en witte lange haren. De hoeveelheid wit op de rug en op de staart verschilt per individu. De zwarte oren zijn afgerond en steken nauwelijks uit de vacht. De poten zijn kort en stevig en hebben voeten met vijf naar voren gerichte tenen. De voorpoten zijn voorzien van lange graafklauwen.
Stinkdieren beschikken over geurklieren aan beide zijden van de anus, waaruit een verstoord stinkdier een uitermate stinkende vloeistof richting een belager kan sproeien.
Afmetingen
Lengte kop-romp: 33-46 cm
Lengte staart: 17-40 cm
Gewicht: 0,7-6,3 kg (gemiddeld 2,7- 3,6 kg)
Mannetjes zijn gemiddeld 10 tot 15% groter dan vrouwtjes, maar vrouwtjes hebben een langere staart.
Gelijkende soorten
Het gekraagd stinkdier (Mephitis macroura) heeft een langere, zachtere vacht en een typerende kraag bovenop de nek.
Leefgebied en verspreiding
Gestreepte stinkdieren komen in Noord-Amerika voor in een grote variëteit aan habitats, zoals halfopen bosgebieden, oeverzones, graslanden, beboste hellingen en ravijnen. Daarnaast in agrarische gebieden. Steeds vaker komen ze ook in parken en stedelijke gebieden voor. Terrein zonder begroeiing wordt doorgaans gemeden, evenals gebieden op grote hoogten (> 1800 m).
Leefwijze
Ze leven voornamelijk solitair. Ze zien slecht en vinden hun voedsel voornamelijk op geur. Ze zijn het meest actief tijdens de schemering en ‘s nachts. Overdag slapen ze in holen of holtes.
Voedsel
Gestreepte stinkdieren zijn opportunistische alleseters. Ze eten wat op dat moment het gemakkelijkst te vinden is. Ze hebben een voorkeur voor insecten, slakken en wormen die ze uitgraven met hun klauwen. Verder eten ze reptielen, muizen, eieren, vogels, vruchten, bessen, noten, mais en in stedelijke gebieden ook menselijk afval en kattenvoer. Karkassen worden slechts bij uitzondering gegeten.
Territorium en leefgebied
Gestreepte stinkdieren leven meestal solitair. Ze hebben niet echt een territorium dat verdedigd wordt. Een leefgebied is gemiddeld 1 km2 groot. Dichtheden kunnen variëren van enkele tot tientallen dieren per km2, afhankelijk van onder meer de voedselsituatie en de aanwezige dekking.
Verblijfplaats
Bij voorkeur nemen stinkdieren bestaande holen over van andere dieren, maar als het moet kunnen ze er ook zelf een graven. Ook holle boomstammen, een stapel rotsblokken of verlaten gebouwen kunnen dienstdoen. In de zomer worden meest bovengrondse verblijfplaatsen gebruikt, in de winter meer ondergrondse. In koude periodes wordt weinig van verblijfplaats gewisseld. Stinkdieren gaan niet in winterslaap, maar worden wel aanzienlijk minder actief in de winter en teren dan op hun vetreserve. Hoewel ze over het algemeen solitair leven slapen regelmatig enkele vrouwtjes samen in een hol, soms vergezeld van een mannetje. Deze verblijfplaats wordt wel door het mannetje verdedigd tegen andere mannetjes.
Voortplanting
De paartijd van het gestreepte stinkdier is over het algemeen in februari/maart. Alleen als het nest verloren gaat wordt er later nog eens gepaard. Mannetjes besnuffelen het vrouwtje, maar zij laat de paring pas echt toe als ze vruchtbaar is. Mannetjes paren met verschillende vrouwtjes, maar als een vrouwtje eenmaal drachtig is wordt ze erg afwerend naar mannetjes. Mannetjes spelen geen rol bij de opvoeding.
De bevruchting wordt vaak uitgesteld (tot ongeveer 19 dagen). Tussen eind april en begin juni worden gemiddeld 4 tot 6 (2-10) jongen geboren. De jongen worden kaal en blind geboren, maar hebben wel al een vaag strepenpatroon. De anale geurklieren werken al na 8 dagen (sproeien lukt na 5 of 6 weken) en de ogen gaan open na 22 dagen. De jongen worden 6 tot 8 weken gezoogd en blijven daarna nog een tijdje bij moeder wonen. Vrouwtjes blijven langer bij de moeder dan mannetjes. Uiterlijk het volgend voorjaar zoeken ze hun eigen leefgebied. Met ongeveer 9 maanden zijn de jongen geslachtsrijp.
Leeftijd
De sterfte onder jonge dieren is hoog, de gemiddelde leeftijd ligt rond een jaar. Als stinkdieren hun eerste jaar overleefd hebben worden ze in het wild meestal niet ouder dan 5-6 jaar en in gevangenschap 10-12 jaar.
Natuurlijke vijanden
Gestreepte stinkdieren hebben verbazend weinig natuurlijke vijanden voor hun formaat. Dit komt door hun effectieve chemische afweersysteem. De meeste zoogdieren, ook roofdieren, lopen met een grote boog om stinkdieren heen, zolang er genoeg ander voedsel is. Veel roofvogels en uilen ruiken echter minder goed en jagen wel op stinkdieren.
Bedreiging en beheer
Vooral jonge stinkdieren zijn gevoelig voor extreme weersomstandigheden zoals kou en droogte. Verkeer is een belangrijke doodsoorzaak onder stinkdieren. Vooral in de paarperiode zijn stinkdieren onvoorzichtig en daardoor kwetsbaar. Zwervende jonge dieren, op zoek naar een eigen leefgebied, worden vaak aangereden.
Lokaal is de druk van de jacht hoog. Vroeger werden stinkdieren bejaagd vanwege hun vacht, als voedsel of voor medicinale onderdelen. Tegenwoordig is vooral de musk uit de geurklieren gewild als grondstof voor parfum.
Ook zijn gestreepte stinkdieren dragers van diverse besmettelijke ziektes en parasieten, die gevaarlijk, zelfs dodelijk, kunnen zijn voor zowel de stinkdieren zelf als voor andere diersoorten en mensen. Rabiës is een veelvoorkomende ziekte onder stinkdieren. In het gebied van oorsprong worden stinkdieren vaak gedood door mensen met als doel om uitbraken van rabiës te voorkomen of onder controle te krijgen.
Impact op inheemse natuur
Het gestreept stinkdier ontbreekt op de Unielijst van invasieve exoten, maar ook op de hobby- en huisdierenlijst. Het is daarom in Nederland niet toegestaan om gestreepte stinkdieren te houden, verkopen of fokken. Ze worden desondanks nog wel als huisdier gehouden, al dan niet ontdaan van hun stinkklieren (dit is overigens niet toegestaan volgens het “ingrepenbesluit”). Dit zijn voornamelijk gestreepte stinkdieren, incidenteel ook andere soorten (zoals het gekraagd stinkdier, Mephitis macroura, en het gevlekt stinkdier, Spilogale sp.). Ontsnapte of losgelaten dieren kunnen lokaal een populatie vormen die zich ook kan voortplanten, zoals het geval leek te zijn in Noord-Nederland (rond Haulerwijk sinds 2008). Hoewel er onder hobbyisten een levendige handel bestaat, wordt er niet op grote schaal gefokt en is de kans op verdere ontsnapping en vestiging daarom klein. Afgezien van enkele losse meldingen, zijn ook in België geen populaties bekend, evenals in Duitsland, dus binnenkomst vanuit buurlanden is niet te verwachten. In Groot-Brittannië werd in 2009 wel een populatie ontdekt, maar sinds 2013 zijn daar geen meldingen meer gedaan. Het is ook niet te verwachten dat dieren vanuit Groot-Brittannië op eigen kracht het vasteland kunnen bereiken.
Toch is de kans op vestiging in Nederland reëel. De leefomgeving en voedselsituatie in Nederland zijn geschikt. In het verleden heeft zich een kleine populatie opgehouden in het zuiden van Friesland. De aanwezigheid van een populatie in het zuidwesten van Groot-Brittannië (Forest of Dean) in de jaren 2009-2013 is in elk geval een aanwijzing dat vestiging in Europa mogelijk is. Wereldwijd staat het gestreept stinkdier niet bekend als invasieve soort. Over mogelijke schade op ecologisch, economisch of sociaal gebied is weinig bekend en kan alleen gespeculeerd worden. Schade die het eerst verwacht wordt is predatie op weidevogel-eieren, verspreiding van rabiës en rommel of stankoverlast. De kans dat een eenmaal gevestigde populatie overlast zal veroorzaken is groot. Al met al is het wenselijk vestiging te voorkomen.
Geur
Stinkdieren gaan bij voorkeur conflicten uit de weg. Hun duidelijke uiterlijke kenmerken schrikken andere dieren meestal voldoende af. Voelt een stinkdier zich toch bedreigd dan stampt hij met zijn voorpoten op de grond. Helpt dat niet dan buigt hij zich in een U-vorm, zodat zijn achterwerk naast zijn kop komt. In het uiterste geval sproeit het stinkdier een stinkende en irriterende vloeistof uit zijn anale geurklieren. Stinkdieren kunnen goed en ver mikken, en als een tegenstander de vloeistof in de ogen krijgt is hij tijdelijk blind. De stank is op grote afstand te ruiken en blijft wekenlang hangen.
Geluid
Meestal zijn stinkdieren zwijgzaam, maar ze kunnen een reeks van geluiden maken, zoals kirren, knorren, piepen, grommen en smakken. Geluiden zijn meestal een afspiegeling van hoe het stinkdier zich voelt. Jonge dieren maken meer geluid dan volwassen dieren.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Oospronkelijk komt het gestreept stinkdier voor in Noord-Amerika, van het zuiden van Canada tot het noorden van Mexico.
Europa
Incidentele meldingen zijn bekend ut verschillende Europese landen: Nederland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Alleen in Nederland (Friesland, voor 2020) en Groot-Brittannië (Forest of Dean, 2009-2013) hebben zich tijdelijk kleine, zich voortplantende, populaties kunnen handhaven.
Nederland
In Nederland worden incidenteel meldingen gedaan. In het zuiden van Friesland heeft zich enkele jaren een kleine populatie kunnen handhaven.
Het gestreept stinkdier ontbreekt op de Unielijst van invasieve exoten.
Het gestreept stinkdier ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de 'positieflijst').
- Nederlands Soortenregister
- Risicoanalayse stinkdieren (website NVWA)
- Wetgeving en beleid (niet vermeld)
- Standpunt exoten
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Mephitidae (Stinkdieren)
Geslacht: Mephitis
Soort: Mephitis mephitis
-
2015 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 14