NEM Meetprogramma Wintertellingen Vleermuizen

Vleermuizen zijn voornamelijk ‘s nachts actief en leiden daarom voor ons een grotendeels verborgen leven. Eén van de methoden om de aantallen vleermuizen te volgen is het tellen van overwinterende vleermuizen in winterverblijven (bunkers, (ijs)kelders, forten).


Wintertellingen in een fort (© Bernadette van Noort)

Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen houden een winterslaap. Een aantal soorten doet dat in holle bomen of spouwmuren van huizen en andere gebouwen. Dit zijn plekken waar de vleermuizen niet of nauwelijks te tellen zijn. Er zijn echter ook soorten die vooral in objecten overwinteren die voor mensen doorgaans goed toegankelijk zijn, zoals mergelgroeven, bunkers, (ijs)kelders en forten. De soorten die met dit meetnet worden gevolgd zijn: watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, vale vleermuis, ingekorven vleermuis en gewone grootoorvleermuis. Om analyse van de gegevens mogelijk te maken worden niet alleen gegevens over de vleermuizen maar ook gegevens over de winterverblijven zelf verzameld.

Andere soorten die in deze objecten worden aangetroffen (zoals laatvlieger, grijze grootoorvleermuis, dwergvleermuizen, Bechstein’s vleermuis), gebruiken met name andere verblijfplaatsen in de winter, waardoor er voor deze soorten met deze methode geen goede trends te bepalen zijn. Wel leveren de wintertellingen voor die soorten belangrijke verspreidinggegevens op.

Wie voeren de tellingen uit?

Het meetnet wintertellingen wordt gecoördineerd door de Zoogdiervereniging. De tellingen worden verricht door ervaren vrijwilligers van de Zoogdiervereniging, soms verenigt in provinciale zoogdierorganisaties zoals Vleermuiswerkgroep Gelderland, Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland, NOZOS, Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant, Vleermuisstichting Noord-Brabant, Vleermuiswerkgroep Drenthe, Zoogdierwerkgroep Overijssel, Zoogdierwerkgroep Zeeland, Vleermuiswerkgroep Groningen, Fryske Feriening foar Fjildbiology en het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.

Veel tellingen worden uitgevoerd met een groepje vrijwilligers. Daarbij heeft iedere teleenheid (overwinteringobject) een telleider. Deze persoon is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de telling, het doorgeven van de resultaten en alles wat daarbij komt kijken.

In iedere provincie is een provinciale coördinator werkzaam die de tellingen in zijn of haar provincie coördineert en zorgt dat alle gegevens bij de Zoogdiervereniging terechtkomen. Deze provinciale coördinator kan het een en ander uitleggen over de werkwijze en zo nodig met raad en daad terzijde staan. De namen en adressen zijn op te vragen bij de Zoogdiervereniging.

Informatie voor deelnemers

>

Het in de winterperiode betreden van een winterverblijfplaats kan de aanwezige vleermuizen verstoren. Voor het uitvoeren van vleermuis wintertellingen moet de telleider in het bezit zijn van een ontheffing ten aanzien van artikel 3.5 lid 2 van de Wet Natuurbescherming (voorheen artikel 10 van de Flora- en faunawet).

De Zoogdiervereniging verleent een machtiging aan de tellers om de ontheffing te kunnen gebruiken. In de machtiging staan bepalingen opgenomen waaraan de tellers zich dienen te houden om de verstoring zo gering mogelijk te houden.

Meedoen aan de tellingen?

>

Aanmelden voor het meetnet kan via het aanmeldformulier. Er wordt dan contact met u opgenomen. 

Landelijk coordinator: Maurice la Haye - maurice.lahaye@zoogdiervereniging.nl.
Benodigde kennis: Ervaring met het herkennen van vleermuizen in winterverblijven is noodzakelijk.
Tijdsinspanning: per object één bezoek overdag in de periode half december - half februari.
Uitvoering: in een telgroep van minimaal 2 personen.

Van deelnemers aan het meetnet verwachten wij dat ze meerdere jaren beschikbaar zijn. In veel provincies zijn op dit moment geen nieuwe tellers nodig. Geïnteresseerden worden door de Zoogdiervereniging in contact gebracht met de desbetreffende provinciaal coördinator en kunnen daar verdere afspraken mee maken. Voor een uitgebreide beschrijving van de methoden wordt verwezen naar bovenstaande handleiding.

Resultaten

>

De resultaten van de meetnetten worden in april en/of oktober weergegeven in de Telganger.

De door het CBS berekende trends van Vleermuizen in Winterverblijven zijn o.a. terug te vinden op het Compendium voor de Leefomgeving. Bij de daar getoonde grafieken kan een Excel-bestand met de trenddata van afzonderlijke soorten worden gedownload.

Telganger

>

Deelnemers aan de NEM meetnetten ontvangen twee keer per jaar (in april en in oktober) de Telganger per email. Wilt u zich aanmelden en in het vervolg ook de Telganger ontvangen of oude edities bekijken dan kan hier.