Agrarisch natuur- en landschapsbeheer

In 2016 is er een nieuw stelsel ontwikkeld voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Collectieven voor agrarisch natuurbeheer sluiten 6-jarige overeenkomsten met agrariërs om natuur- en landschapswaarden in het agrarisch gebied te vergroten. Deze agrariërs voeren dan maatregelen uit als aanleggenvan ruigtestroken, later maaien en minder intensief beheer van heggen en houtwallen, in ruil voor een vergoeding. Hierbij hoort een monitoringsplicht, om de effecten van de getroffen maatregelen op flora en fauna te meten.

De provincie Noord-Brabant vindt het erg belangrijk, dat de monitoring zodanig wordt opgezet, dat effecten goed meetbaar zijn en uitvoering van de monitoring door vrijwilligers structureel wordt. Voor het opzetten van een vrijwilligersnetwerk hiervoor en een zogenaamde ‘nulmeting’ van de situatie voordat daadwerkelijk effect van aangepast beheer kan worden vastgesteld, is een opdracht verleend aan de soortenorganisaties RAVON, FLORON, Sovon, EIS, Vlinderstichting en Zoogdiervereniging (zie ook www.brabantteltmee.nl). In het voorjaar van 2016 zijn in de gebieden Maasheggen, Groene Woud en Land van Heusden en Altena voorlichtingsavonden georganiseerd voor vrijwilligers die hieraan mee willen doen. 16 vrijwilligers hebben zich aangemeld voor de zoogdiermonitoring, die de Zoogdiervereniging coördineert. De zoogdiermonitoring richt zich op wezel, hermelijn, vleermuizen en de das.

Wezel en hermelijn

De monitoring van wezel en hermelijn vindt plaats met zogenaamde Mostela’s (marterboxen). Dit zijn kisten met een loopbuis en een cameraval; als een marter door de loopbuis loopt, wordt het op foto of film vastgelegd. Hiermee wordt de aanwezigheid van beide soorten onderzocht en kan mogelijk een uitspraak worden gedaan over (relatieve) aantallen wezels. Door de grillige demarcatielijn (overgang rugkleur-buik) kunnen dieren individueel worden herkend. Door jaarlijks in het najaar te monitoren, kan een mogelijk effect van een aangepast agrarisch beheer worden gemeten. In kruidenrijke randen is er meer dekking en meer voedsel (muizen, spitsmuizen) waardoor er meer kleine marters kunnen leven. Door niet alleen te meten in gebieden met agrarisch natuurbeheer maar ook zonder agrarisch natuurbeheer, wordt het effect nader onderzocht (dit heet: beleidsmonitoring).
Van 1 september t/m 31 oktober 2016 vond de eerste monitoringsronde plaats. In alle 3 de gebieden, Maasheggen, Groene Woud en Land van Heusden en Altena, werden wezels vastgelegd. Hieronder een voorbeeld uit het Groene Woud.

De voorlopige resultaten van de drie gebieden zijn beschreven in de derde en vierde projectnieuwsbrief, die hieronder zijn te downloaden. In 2017 vindt vooralsnog de tweede en laatste monitoringsronde plaats, onder begeleiding van de Zoogdiervereniging. Wij hopen van harte dat de monitoring van wezel en hermelijn daarna ook doorgaat, om daadwerkelijk effecten te kunnen meten!

Vleermuizen

In de Maasheggen en in het Groene Woud wordt in 2016 en 2017 ook het effect van agrarisch natuurbeheer op vleermuizen onderzocht. Dit gebeurt door het lopen van transecten van 5 km in gebieden waar pakketten zijn afgesloten (alleen: beheermonitoring). De verwachting is, dat door meer voedsel (insecten), op den duur ook meer vleermuizen zullen foerageren in de gebieden waar pakketten worden afgesloten. De voorlopige resultaten van de monitoring zijn opgenomen in de tweede en derde nieuwsbrief, die hieronder zijn te downloaden.

Das

Tot slot wordt – alleen in de Maasheggen – ook het effect van agrarisch natuurbeheer op de das gemeten. Dit is niet eenvoudig, omdat een toe- of afname van dassen in een gebied uiteraard niet alleen afhankelijk is van het agrarisch beheer. Ook de aanwezigheid van goede burchtlocaties en sterfte door o.a. verkeer en overstromingen bepalen het aantal dassen. Om dit goed te doen, onderzoekt de Dassenwerkgroep Brabant de verspreiding van dassen en hun aantallen in het gebied, en zet dit af tegen de verandering in omgevingsfactoren inclusief verandering in agrarisch beheer. Hiermee wordt geprobeerd het (extra) effect van ANLb inzichtelijk te maken.

Projectnieuwsbrieven

Rapporten