Rapportages onderzoek (pdf)

Second opinion vleermuiswaarden en mogelijkheden voor vleermuizen bij de renovatie van het gebouw Tandheelkunde

2015

Het Universitair Vastgoed Bedrijf (UVB) van de Radboud Universiteit Nijmegen ontwikkelt het gebied ‘Zuidflank Campus, Heijendaal’. Daartoe zijn een aantal voorbereidende ecologische onderzoeken uitgevoerd dan wel adviezen geformuleerd.  
Daarnaast is UVB voornemens de gebouwen van Tandheelkunde te renoveren. Hiervoor is een voorbereidende ecologische Quick Scan uitgevoerd.  

Second opinion vleermuisonderzoek en mitigatieplan Heijendaal-Zuidflank

2015

Het Universitair Vastgoed Bedrijf (UVB) van de Radboud Universiteit Nijmegen ontwikkelt het gebied ‘Zuidflank Campus, Heijendaal’. Daartoe zijn onder andere de volgende elkaar aanvullende ecologische onderzoeken uitgevoerd dan wel adviezen geformuleerd. 
 
Molenaar, T.P. , 2013a. Vleermuisonderzoek Zuidflank Campus, Heijendaal. In het kader van de Flora- en faunawet. Rapport RA12008-01, Regelink Ecologie & Landschap, Mheer. 
 

Verslaglegging sloop gebouw 7a

2015

Als onderdeel van de ontwikkeling van het voormalige vliegveld Soesterberg tot het Nationaal Militair Museum wordt het ‘Museumkwartier’ opnieuw ingericht. Onderdeel daarvan is de sloop van ‘gebouw 7a’. Voor de sloop van dit gebouw is een ontheffing verkregen met kenmerk FF/75C/2015/0523. Onderdeel van de voorwaarden van de ontheffing is het slopen conform een ecologisch werkprotocol, zoals vastgelegd in Limpens en Schillemans, 2014 en Schillemans, 2015.

Ecologisch werkprotocol sloop gebouw 7a - Aanvulling op voorgesteld werkprotocol

2015

Als onderdeel van de ontwikkeling van het voormalige vliegveld Soesterberg tot het Nationaal Militair Museum wordt het ‘Museumkwartier’ opnieuw ingericht. Onderdeel daarvan is de sloop van ‘gebouw 7a’. Voor de sloop van dit gebouw is een ontheffing verkregen met kenmerk FF/75C/2015/0523. Onderdeel van de voorwaarden van de ontheffing is het slopen conform een ecologisch werkprotocol, zoals vastgelegd in Limpens en Schillemans, 2014. De huidige notitie is een verdere uitwerking van het ecologisch werkprotocol.  
 

Realisatie alternatieve verblijven voor vleermuizen ten behoeve van sloop van gebouw 7a in het Museumkwartier.

2015

Op het Museumkwartier, op voormalige vliegbasis Soesterberg, zijn in het nabije verleden al meerdere gebouwen gesloopt welke vleermuizen, c.q. een functie voor vleermuizen herbergden. In deze projecten is gewerkt op basis van de ontheffingen en is ook gewerkt met gerichte mitigatie en compensatie (zie Limpens & Schillemans 2014). De sloop van gebouw 7a is een onderdeel van het gehele plan voor het Museumkwartier.  

Inventarisatie bevers voor stroomlijn IJssel

2015

Rijkswaterstaat wil in het stroombed van de IJssel zo min mogelijk obstakels die de afvoer van water belemmeren. Daarvoor wordt ruigte en houtige begroeiing uit het stroombed verwijderd. Deze activiteiten vallen binnen het plan ‘Stroomlijn’. Het Bureau van de Zoogdiervereniging heeft in opdracht van consortium Courant (waaronder Tauw) voor dit project inventarisatiewerkzaamheden in het plangebied uitgevoerd met betrekking tot de bever. 
 

Ecologische begeleiding MOB Wanroij: Verslaglegging stavaza maart 2015

2015

Op het terrein van de voormalige MOB Wanroij worden de gebouwen gerenoveerd en wordt een ‘openlucht’ museum gerealiseerd. De verschillende gebouwen worden door de gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis als verblijfplaats gebruikt. Renovatie van de gebouwen leidt tot aantasting van verblijfplaatsen worden aangetast en mogelijke slachtoffers onder de vleermuizen. Dit is in overtreding is met de flora- en faunawet indien er geen verdere maatregelen worden getroffen. Daarom is een ontheffing van de ffwet aangevraagd.

De bever in het Heelsumse beekdal; mitigatieplan

2014

Ten zuiden en oosten van Heelsum stroomt De Heelsumse beek. Het Waterschap Vallei en Veluwe wil het traject van de beek tussen de N225 en de Rijn herinrichten. 

Deze notitie heeft tot doel een beeld te geven hoe de bever het projectgebied gebruikt en waar nodig adviezen te geven om mitigerende maatregelen te treffen om het project doorgang te kunnen laten vinden en tegelijkertijd de betreffende bevervestiging te behouden.