Risicobeoordeling van de potentiële rol van vrijlevende dieren bij de SARS-CoV-2 verspreiding tussen nertsenbedrijven

In Nederland zijn sinds 24 april 2020 69 van de 126 (55%) bestaande nertsenbedrijven geïnfecteerd geraakt met SARS-CoV-2 en 70 bedrijven geruimd. Vanaf 8 januari 2021 geldt in Nederland een verbod op het (bedrijfsmatig) houden en doden van nertsen als pelsdieren (Wet verbod pelsdierhouderij). Daarmee is het risico op nieuwe besmettingen met SARS-CoV-2 op nertsenhouderijen in Nederland tot nul gereduceerd. Het is echter niet duidelijk hoe het virus zich tussen nertsenbedrijven heeft kunnen verspreiden, ondanks strenge maatregelen om verspreiding te voorkomen. Mogelijke transmissieroutes, zoals verspreiding via geïnfecteerde medewerkers, gecontamineerde voertuigen en nertsenvoer zijn nader onderzocht, en worden beschreven in andere werkpakketten van het “Onderzoek naar besmettingsroutes van SARSCoV-2 op nertsenbedrijven”. Ons rapport is een onderdeel van dat onderzoek, en behandelt specifiek de vraag of SARS-CoV-2 infecties bij nertsen hebben geleid tot transmissie naar vrijlevende dieren rondom besmette bedrijven, en of vrijlevende dieren een rol hebben kunnen spelen in de transmissie tussen nertsenbedrijven.

In het geval dat vrijlevende dieren een rol zouden spelen in het verspreiden van SARS-CoV-2 tussen nertsenbedrijven, zijn er twee mogelijkheden: vrijlevende dieren nemen het virus mee zonder er zelf mee geïnfecteerd te zijn (als een vector, via mechanische transmissie), of, vrijlevende dieren zijn zelf geïnfecteerd met het virus en scheiden het virus uit. Voor beide opties is het meest waarschijnlijke scenario dat het SAR-CoV-2 virus de vrijlevende dierenpopulatie is ingekomen door contact met geïnfecteerde nertsen of hun materialen (virus bevattende uitwerpselen, strooisel, stof of etensresten). De kans dat vrijlevende dieren de infectie via een andere route hebben opgelopen (bijvoorbeeld direct via mensen) achten we verwaarloosbaar.

Eerst hebben we een inschatting gemaakt welke vrijlevende diersoorten van belang zijn (aandachtsoorten). Daarna hebben we een inschatting gemaakt over de mogelijkheid van vrijlevende diersoorten om contact te maken met gehouden nertsen. Vervolgens hebben we gekeken of er aanwijzingen zijn dat in vrijlevende dieren SARS-CoV-2 infecties circuleren en hebben we gekeken of vrijlevende dieren de afstanden tussen bedrijven kunnen overbruggen. Tot slot hebben we al deze informatie samengebracht in een risicobeoordeling met betrekking tot SARS-CoV-2 transmissie via vrijlevende dieren.