Prioritaire dassenholen in Maasdijk traject Cuijk-Lith Plan van aanpak

Waterschap Aa en Maas (WSAM) is in het traject Cuijk – Lith bezig met de voorbereidingen om de primaire waterkering (Maasdijk) te verbeteren, zodat deze toekomstbestendig is door deze aan de nieuwste eisen te laten voldoen. In de praktijk komt dit veelal neer op verhoging en/of verbreding van de bestaande dijk. De werkzaamheden van het deeltraject Ravenstein-Lith zullen in 2023 starten, het deelproject Cuijk-Ravenstein zal in 2025 worden opgestart. In het te verbeteren dijktracé bevinden zich op meerdere plaatsen dassenburchten en -holen. WSAM is verantwoordelijk voor het behoud en de veiligheid van de waterkering. Binnen haar maatschappelijke verantwoordelijkheid ziet het Waterschap zich genoodzaakt om over te gaan tot het opheffen en ontmantelen van deze risicovolle dassenholen en om alternatieve behuizing voor de dassen te creëren. Deze handelingen vallen onder het regime van de Wet Natuurbescherming 2017 en dienen ter beoordeling en accordering voorgelegd te worden aan de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). WSAM heeft de Zoogdiervereniging (ZV) ingeschakeld om de risicovolle situaties in kaart te brengen en adviezen uit te brengen over de opheffing van de burchten en het aanleggen van alternatieve locaties. Daarvoor heeft de ZV samenwerking gezocht met Ton Popelier van AP Natuuradvies en Begeleiding. 

Dit project heeft tot doel om WSAM handelingsperspectief te bieden om de dassenholen die zich op risicovolle locaties in de Maasdijk bevinden, te verwijderen. Dit handelingsperspectief is dusdanig vormgegeven dat zowel de waterveiligheid is gebaat als recht wordt gedaan aan de Wet Natuurbescherming. Bij de aangedragen oplossingen is het uitgangspunt dat de dassen binnen hun huidige territorium een alternatieve burchtlocatie wordt aangeboden.