Eindrapport invloed van maïsrassen op het foerageergedrag van dassen

De vraagstelling van deze veldproef was of dassen onderscheid maken tussen verschillende maïsrassen en een voorkeur hebben voor bepaalde maïsrassen. In deze studie werden twee ultra vroege rassen vergeleken met andere rassen. 
 
Dassen blijken een duidelijke voorkeur te hebben voor ultra vroege maïsrassen. 
 
De studie werd uitgevoerd op twee hoofdproefvelden en negen kleinere plots op proefvelden van Wageningen Plant Research. Op het hoofdproefveld bij Nunhem (Limburg) trad aanzienlijke schade door dassen op. De schade op het proefveld bij De Kiel (Drenthe) was veel lager. Dat gold ook voor bijna alle kleinere plots van Wageningen Plant Research (WPR). De schadebeelden in De Kiel en op de kleinere plots van WPR bevestigen wel het duidelijke beeld op het proefveld bij Nunhem. Door het zenderen van twee dassen, die het hoofdproefveld bij Nunhem bezochten, kon een relatie aangetoond worden tussen hun terreingebruik en de omvang van de schade aan maïs. 
 
Deze studie heeft aanwijzingen opgeleverd dat het aanbieden van een vroeger afrijpend maïsras de schade in de overige maïs in de omgeving kan beperken. In de praktijk zou dit kunnen werken door in een dassenterritorium op korte afstand van de hoofdburcht minimaal 1000 m2 ultra vroege maïs te zaaien. Dit kan mogelijk op perceels- maar ook op gebiedsniveau.