De meervleermuis en de reset van het westelijke deel van de OVP

De reset van het westelijke deel van de OVP zou effect kunnen hebben op de populatie meervleermuizen van Lelystad en Almere (Limpens et al. 2016). Reden om nader onderzoek uit te voeren. 
 
Veldonderzoek wijst uit dat in Lelystad twee verblijfplaatsen van meervleermuizen moeten zijn. Een in de woonwijk Hollandse Hout en een in het zuidelijke deel van Lelystad. Een verblijfplaats van een kleine groep dieren moet in Almere aanwezig zijn. Uit eerder onderzoek was al duidelijk geworden dat in het oostelijke deel van de OVP hogere dichtheden jagende meervleermuizen voorkwamen dan in het westelijke deel. Centraal in het onderzoek was de vraag welke dieren nu in het westelijke deel van de OVP jagen. Dit zijn de dieren die mogelijk hinder ondervinden van de reset van het moeras. Het veldwerk toont aan dat de dieren (vooral) afkomstig zijn uit Almere. Op de mogelijke vliegroutes tussen het oostelijke en westelijke deel van de OVP zijn geen meervleermuizen aangetroffen. Gezien de grote afstand die de dieren uit Lelystad zouden moeten afleggen leek het belang voor de Lelystadse dieren al gering. De reset van alleen het westelijke deel van de OVP heft daardoor alleen voor Almere een mogelijk effect. 
 
Op basis van de geringe aantallen meervleermuizen in Almere wordt aangenomen dat het om mannelijke (en niet reproducerende) dieren gaat.  
 
Met behulp van habitatgeschiktheidsmodellen is nader gekeken naar de essentiële homerange van de meervleermuizen in Almere (en Lelystad). Belangrijk voor de meervleermuis is bijvoorbeeld ondiep water. Water dat snel opwarmt en relatief veel insecten produceert (voedsel). Voor de Almeerse populatie zou de drooglegging van de Grote plas beteken dat een relatief groot aandeel ondiep water zou verdwijnen als jachtgebied. 
 
De staat van instandhouding van de meervleermuis is landelijk bedreigd. In Flevoland is de staat van instandhouding gunstiger omdat de populatie in dit nieuwe land de laatste tientallen jaren een positieve trend laat zien. De populatie is nog groeiende. Voedsel is, gezien de groei, niet beperkend. 
 
De Almeerse populatie van de meervleermuis zal, naar onze inschatting, niet bedreigd worden door de reset, maar de groei van de populatie zal, gedurende de drooglegging, wel stoppen tot verminderen. Gezien de ongunstige staat van instandhouding in Nederland is dat onwenselijk. Reden om te zoeken naar mitigerende maatregelen om het verlies aan jachtgebied gedurende de drooglegging op te heffen. Na de reset zal de insectenpopulatie eerst exploderen en daarna op huidig niveau terugkomen. Op de langere termijn is er dus geen negatief effect op de staat van instandhouding. 
 
Gezocht is naar de mogelijkheid om de tijdelijke negatieve effecten op te lossen door

  • een gelijkwaardig jachtgebied erbij te maken,
  • de kwaliteit van het resterende jachtgebied te vergroten  
  • de essentiële homerange te vergroten 

 
 
Een nieuw jachtgebied inrichten dat gelijkwaardig is aan het oppervlak en kwaliteit van de Grote plas is niet mogelijk. Daarvoor is geen ruimte te vinden in de buurt van Almere. De kwaliteit van het jachtgebied (binnen de essentiële homerange) vergroten zal via een aantal bestaande projecten (Noorderplassen en Weerwater) verbeteren door de realisatie van natuurvriendelijke oevers. Deze ontwikkelingen zijn niet meegenomen bij de mitigatie omdat onduidelijkheid is of de plannen nog geoptimaliseerd kunnen worden voor de meervleermuis.  


Het vergroten van de essentiële homerange is de meest praktisch mitigatie om het tijdelijke effect op de meervleermuis van Almere op te lossen. Indien, voorafgaand de reset, minimaal 6 barrières (gedeeltelijk) opgeheven worden dan wordt daarmee de effecten van de reset gemitigeerd en heeft de reset geen tijdelijk negatief effect op de staat van instandhouding.