Vleermuizen in de Grote kerk van Veere - Functies en uitwerking van een mitigatieplan

Stichting Monumenten Bezit is recent eigenaar geworden van de Grote kerk in Veere. De stichting is voornemens enkele aanpassingen aan de kerk te doen zodanig dat de kerk aantrekkelijker wordt voor nieuwe exploitanten. 
 
De grote kerk werd al kort na de bouw niet meer gebruikt als kerk, maar midden in de 1800 eeuw tot kerk verbouwd tot ziekenhuis. Er zijn toen tussenvloeren aangebracht en de ramen zijn verkleind/aangepast. Ook zijn er binnen dwarsmuren geplaatst. Begin deze eeuw zijn de raamkozijnen vervangen die op enige afstand van de muren geplaatst zijn. 
 
De kozijnen maar ook een deel van de zolder worden vanaf het voorjaar tot in het najaar gebruikt door drie verschillende soorten vleermuizen. Zo zijn de kozijnen, op de begane grond aan de noordwest zijde, zomerverblijfplaatsen voor 35-50 gewone dwergvleermuizen en de kozijnen op de begane grond aan de ZO zijde zomerverblijfplaatsen voor een enkele gewone grootoorvleermuis, een laatvlieger en twee mannetjes gewone dwergvleermuis. De buitenzijde van de kerk is een belangrijke nazomerzwermlocatie, vooral de donkere en windbeschutte NW zijde. Dieren vliegen bijna alle ramen op de begane grond aan en een enkele op de 1e verdieping. Een klein aantal dieren zwermt ook binnen in de kerk. De kerk wordt door een middelgrote groep gewone dwergvleermuizen (65300 dieren) gebruikt als overwinteringsplek. Waarschijnlijk overwintert hier ook een laatvlieger en een enkele gewone grootoorvleermuis. Meer dan tien jaar terug is ook nog een overwinterende watervleermuis gevonden. Dit gebruik conflicteert niet met het gebruik. In de wintermaanden wordt de binnenruimte van de kerk door mensen nauwelijks gebruikt behoudens een beperkte kerstmarkt. De binnenruimte wordt zover mogelijk vorstvrij gehouden, de kap wordt niet verlicht en de buitenzijde wordt niet aangelicht.  
 
Het schip van de kerk was tot september 2017 in gebruik als muziekpodium en tentoonstellingsruimte. De toren is in zomermaanden toegankelijk voor toeristen. In 2012 zijn en er verschillende aanpassingen voorgesteld om de overlast door vleermuizen te reduceren. De doorgevoerde aanpassingen blijken 5 jaar later niet effectief te zijn en deels verkeerd aangebracht te zijn omdat deze interne migratie hinderen en daarmee waarschijnlijk eerder tot meer overlast leiden.  
 
Naar ons inzien is het mogelijk de huidige overlast door vleermuizen sterk te reduceren door een betere scheiding te maken tussen voor vleermuizen belangrijke delen en voor menselijk gebruik interessante delen. Wel is het dan noodzakelijk vooraf voldoende en kwalitatief goede mitigatie aan te brengen voor plekken die dan voor vleermuizen verloren gaan. Voorafgaand aan dit definitief verwijderen/aangeschikt maken van enkele verblijfsplekken van vleermuizen is een positieve beschikking van het bevoegd gezag, de provincie Zeeland, noodzakelijk. Deze maatregelen kunnen alleen juridisch toegestaan worden als het huidige belang voor vleermuizen geheel te mitigeren is. Voorgesteld wordt de maatregelen in drie fasen uit te voeren. 

In fase één kan al begonnen worden met het nemen van maatregelen voor deze ingreep voor zover die niet direct de kwaliteit of kwantiteit van vleermuishabitat negatief beïnvloeden. Ook kan, buitenom de winterperiode, al gestart worden met het aanbrengen van nieuwe vleermuis wegkruipvoorzieningen. 
 
In de tweede fase, na het verkrijgen van de ontheffing, kan de beneden ruimte van het schip definitief gescheiden worden van de zolder door het sluiten van de openingen in de zoldervloer naar de begane grond van het schip en tussenwand naar de traverse. Ook zullen enkele vleermuisdoorgangen gesloten worden, terwijl oudere en nieuwe geopend worden. Er worden ook extra soort en functie specifieke wegkruipplekken vleermuizen aangebracht, zowel in de toren als op de zolder van het schip.  
 
De gebruiker heeft aangeven het gebouw in de toekomst intensiever te willen gaan gebruiken. De effecten van veranderend gebruik zijn in deze rapportage niet beoordeeld. De effecten van een veranderend gebruik zal opnieuw ecologisch beoordeeld moeten worden. Mogelijk is er dan (beperkt) aanvullend onderzoek nodig en extra voorzieningen nodig om de kwaliteiten van het gebouw voor de verschillende functies voor vleermuizen te kunnen blijven garanderen.