Plan Van Aanpak - Verplaatsing Rijswijkse eikelmuizen naar Zuid-Limburg 2017

In de herfst van 2016 zijn tijdens de herontwikkeling van een volkstuinencomplex in Rijswijk 27 eikelmuizen gevonden. Duidelijk is dat deze dieren ver buiten hun natuurlijk verspreidingsgebied voorkwamen. De herkomst van de dieren is onbekend, maar ze zijn zeker door menselijk toedoen in Rijswijk terecht gekomen. Aangezien het leefgebied op het moment van ontdekken al grotendeels vernietigd was, en de eikelmuizen in Rijswijk door isolatie geen duurzame toekomst hadden, zijn ze weggevangen en tijdelijk ondergebracht in dierentuinen Diergaarde Blijdorp en GaiaZoo. De gemeente Rijswijk zet zich in het kader van de zorgplicht in om de gevangen eikelmuizen een goede definitieve bestemming te geven en is verantwoordelijk tot het moment van herplaatsing.  
 
Van de gevangen dieren is DNA afgenomen en uit analyse bleek dat de Rijswijkse eikelmuizen geanalyseerd genetische overeenkomst vertonen met de laatste eikelmuis populatie in het Savelsbos (Zuid-Limburg). Dat biedt een enorme kans om de kleine, zwaar bedreigde, restpopulatie eikelmuizen aldaar te versterken met de Rijswijkse eikelmuizen. Na het uitvoeren van een zorgvuldige haalbaarheidsstudie, inclusief kwalitatieve beoordeling van potentiële uitzetlocaties door deskundige ecologen, het verkrijgen van (bestuurlijk) draagvlak, support vanuit de land- en tuinbouw organisatie LLTB en de lokale natuurverenigingen, toestemming van Stichting het Limburgs Landschap en het opstellen van dit Plan van Aanpak, kunnen de Rijswijkse eikelmuizen deze zomer (eind juni 2017) worden verplaatst naar Zuid-Limburg in een geschikt geacht natuurgebied. Aangezien eikelmuizen doorgaans een korte levensduur hebben (2-3 jaar), de te herplaatsen groep eikelmuizen klein is, de dieren hun nieuwe leefgebied moeten leren kennen en voor de winterslaap forse vetreserves moeten kunnen opbouwen, is de tijdsdruk groot. Enerzijds om te voorkomen dat er dieren door ouderdom sterven in gevangenschap en anderzijds om de overlevingskansen van de te herplaatsen dieren in hun nieuwe leefgebied zo groot mogelijk te maken.  
 
In overleg met Stichting het Limburgs Landschap zijn potentiële leefgebieden beoordeeld in de buurt van Cadier en Keer. Deze gebieden zijn beoordeeld aan de hand van een habitatgeschiktheidsanalyse. Daaruit bleek dat de Bemelerberg het meest geschikt is. Dit gebied valt binnen de historische verspreiding van de eikelmuis, is groot genoeg, bevat goede verbindingen naar andere structuurrijke hellingbossen en kleinschalige cultuurlandschappen, heeft een hoge diversiteit aan biotopen, er zijn veel voedselbronnen aanwezig, het terreinbeheer is gunstig en de zomer- en winterverblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden. De Julianagroeve kwam ook in aanmerking, maar viel af vanwege PAS maatregelen welke mogelijk op korte termijn wellicht ten koste zullen gaan van de kwaliteit van het eikelmuizen leefgebied. De uitzetlocatie op de Bemelerberg is onderdeel van het Natura 2000-gebied Bemelerberg & Schiepersberg. De instandhoudingsdoelen (habitattypen en -soorten) worden niet negatief beïnvloed door de komst van de eikelmuis, aangezien de eikelmuis leeft in gebieden met dekking en schuilmogelijkheden in de buurt van (helling)bossen en dit niet de locaties waar de prioritaire habitattypen en soorten voorkomen. Een kleine populatie eikelmuizen die voornamelijk ongewervelden en vruchten/zaden eet zal naar verwachting geen merkbare invloed hebben op het habitattype eiken-haagbeukenbos, behalve wellicht een bijdrage in zaadverspreiding, met een grotere soortendiversiteit en een verbeterde bosstructuur als gevolg. 
 
Ook voldoet het verplaatsen van de Rijswijkse eikelmuizen ruimschoots aan de IUCN richtlijnen voor het loslaten van beschermde diersoorten. Het herplaatsen van de soort gebeurt in een voormalige natuurlijke habitat en areaal van de soort en vraagt vrijwel geen aanpassingen in het op de Natura 2000 doelstellingen gericht natuurbeheer door Stichting Het Limburgs Landschap. Er is een afweging gemaakt tussen verschillende uitzetmethodes (hard- en soft – release en nestkast methode) waarbij de nestkast methode de geprefereerde uitzetmethode is. Op deze manier kunnen de dieren vooraf in gevangenschap aan de kasten wennen, zonder dat tijdelijke kooien in het bos geplaatst worden, er geen/minder risico op ontsnapping en predatie is en het minder stress voor de eikelmuizen oplevert. De (gebruikelijk)  soft – release methode is met dit aantal dieren praktisch niet haalbaar en er zijn geen significante verschillen aangetoond of deze methode de overleving van de dieren verbetert.  
 
Er is onderzocht of er voldoende draagvlak in de omgeving is voor het loslaten van eikelmuizen op de Bemelerberg. De Limburgse Land- en Tuinbouwbond heeft aangegeven geen bezwaren te hebben. In de streek wordt de eikelmuis als mascotte gebruikt bij een promotie campagne voor toerisme, fruitteelt en streekproducten. Terreinbeheerders Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting het Limburgs Landschap reageerden vooraf al positief. Lokale natuurverenigingen zijn enthousiast en helpen straks bij de monitoring. Stichting het Limburgs Landschap verleent haar medewerking voor het loslaten in haar terrein en heeft daartoe een vergunning afgegeven. Tot slot heeft de Provincie Limburg zich op voorhand bereid verklaard het initiatief te zullen ondersteunen en medewerking te zullen verlenen aan het verkrijgen van een ontheffing van de nieuwe Wet Natuurbescherming. 
 
De herplaatsing van eikelmuizen naar de Bemelerberg zal nauwlettend gemonitord worden, hiervoor is een plan opgenomen en heeft overleg plaatsgevonden met de lokale natuurverenigingen en Stichting Limburgs landschap. De  monitoring zal bestaan uit jaarlijkse nestkastcontroles gedurende de herfst/winter en wordt uitgevoerd door vrijwilligers van lokale natuurverenigingen (1x in oktober en 1x in februari). Resultaten van de monitoring zullen verstrekt worden aan de Zoogdiervereniging, Stichting het Limburgs Landschap en de Provincie Limburg. De Zoogdiervereniging draagt zorg voor gegevensopslag en -analyse. Evaluatie zal aanvankelijk jaarlijks en daarna eens per vijf jaar plaatsvinden. Overige activiteiten na het uitzetten zullen in afstemming met de begeleidingsgroep van het provinciale Beschermingsplan Eikelmuis en Natuurpunt nader worden bepaald (na maart 2018). Het einddoel is om een duurzame deelpopulatie te creëren in de bossen rond Bemelen en Cadier en Keer.