Lutra 61(2)_van Laar_2018

Herkomst en verspreidingsgeschiedenis van de noordse woelmuis (Microtus oeconomus (Pallas, 1776)) in West-Europa, in het bijzonder in Nederland

Op basis van het vroegere en huidige voorkomen van de noordse woelmuis is geprobeerd om van deze soort de postglaciale kolonisatiewegen in West-Europa te reconstrueren, in het bijzonder die welke naar Nederland voerden. Uitgangspunt hierbij is (zijn) de kleinere voorganger(s) van de noordse woelmuis (Microtus oeconomus ratticepoides, Microtus oeconomus epiratticeps en Microtus oeconomus paroperarius), waarvan de verspreidingsgebieden in/of langs gebergteketens zuidelijk van het tegenwoordige areaal lagen. Hier bewoonde hij waarschijnlijk alpiene graslanden. Tijdens het Saalien en het latere Weichselien vormden zich in deze gebergten grote gletsjergebieden met ten zuiden, respectievelijk ten noorden ervan vlakten met permafrost-bodems. In het voorjaar en het begin van de zomer ontstonden vanuit de gletsjers grote smeltwaterstromen, die hun weg door de permafrost-gebieden baanden en daarbij ter weerszijden brede vlakten overstroomden. Mede door het dan eveneens ontdooide bovenste laagje van de bevroren bodems ontstonden er drassige milieuomstandigheden, maar tevens levensmogelijkheden voor plantengroei en dierenleven in deze zogenaamde aktieve laag. Deze arctische graslanden tonen in vegetatiestructuur overeenkomst met alpiene graslanden, zodat er voor de noordse woelmuis mogelijkheden ontstonden om een overstap te maken. Waarschijnlijk was hij inmiddels naar een meer modernere vorm geëvolueerd die door zijn toegenomen grootte en voorkeur voor een lage bodemtemperatuur aangepast was geraakt voor....