Vleermuizen op de golfbaan de Haar. Een update van soorten, functies en locaties in het jaar 2016

In opdracht van de golfclub  de Haar is in 2016 is een  inventarisatie naar vleermuizen  en vleermuisverblijfplaatsen uitgevoerd. Een vergelijkbare inventarisatie was ook in 2005 uitgevoerd (Jansen,  2006). Deze inventarisaties zijn uitgevoerd in een natuurbreed onderzoek naar de effecten van een aanpassing in de landschappelijke inrichting van het Zuiderpark (de golfbaan). Deze aanpassingen zijn middels besluiten van 4 maart 2011 en 17 februari 2014 van de Flora- en faunawet door van Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland vergund. In het kader van deze besluiten is in de navolgende jaren de mitigatie uitgevoerd en gecontroleerd.  
 
Het onderzoek van 2016 bevestigde voor het Zuiderpark de aanwezigheid van zeven van de acht eerder aangetroffen soorten. Alleen de tweekleurige vleermuis werd in 2016 niet gehoord. Een soort die in 2016 vaker is aangetroffen dan in 2005, is de ruige dwergvleermuis.  
 
Alle in 2005 aanwezige vleermuisfuncties zijn ook in 2016 nog op het Zuiderpark aanwezig, vaak in hetzelfde deel van het terrein of op exact dezelfde locatie.  Twee soorten hadden in 2016 een ander terreingebruik dan in 2005. Dit zijn de watervleermuis en de gewone dwergvleermuis.  De watervleermuis had op twee nieuwe locaties in het Zuiderpark verblijfplaatsen, waardoor ook andere vliegroutes intensiever gebruikt worden.  De gewone dwergvleermuizen gebruiken nu andere terreindelen als jachtgebied en gebruiken andere vliegroutes naar de golfbaan toe. Dit is waarschijnlijk het gevolg van het verhuizen van de twee kraamgroepen in Haarzuilens en Vleuten naar andere, verderaf gelegen, locaties. Dit verhuizen is waarschijnlijk veroorzaakt door de grootschalige landschappelijke veranderingen in Leidse Rijn.  
 
Opmerkelijk is nu het grote aantal baltsterritoria van zowel de gewone als de ruige dwergvleermuis op het Zuiderpark. Baltsterritoria van gewone dwergvleermuizen waren in 2005 nagenoeg afwezig, maar in 2016 op verschillende plekken aanwezig. Dit is waarschijnlijk deels veroorzaakt door andere ligging van de kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen buiten het plangebied, alsook door het grote aantal kunstmatige holten (>50) dat in het Zuiderpark  is bij gehangen. 
 
Het aantal baltsterritoria van ruige dwergvleermuizen is in 2016, ten opzichte van 2005 meer dan verdubbeld.  Dit is deels veroorzaakt door veranderingen buiten de golfbaan, de verjonging van de Joostenlaan (gelegen buiten het plangebied),  alsook door het grote aantal kunstmatige holten dat in het Zuiderpark is bij gehangen.  
 
Slechts twee van de nieuw gevonden verblijfplaatsen liggen op locaties waar kap is voorzien, door een kleine aanpassing van de bosrand bij hole 8 en 18 kunnen deze gespaard worden. Enkele zomer en paarverblijfplaatsen komen dichter aan de bosrand te liggen, maar aangezien dit geen kraamverblijfplaatsen betreft blijven deze ook functioneel bij de nieuwe inrichting. Twee kraamverblijfplaatsen komen dichter aan de bosrand te liggen, maar door kleine aanpassingen in het ontwerp van de vijver kan ook de functionaliteit van deze verblijven gegarandeerd worden. Bij de aanleg van de parkeerplaats is intensiever onderhoud van de bomen noodzakelijk. Dit leidt in de toekomst tot het verlies van drie paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis. 
 
Indien geen aanpassingen in het ontwerp mogelijk zijn, worden deze zeven  verblijfplaatsen onderdeel van een nieuwe ontheffingsaanvraag. Indien de aanpassingen worden doorgevoerd is slechts een aanvraag voor het aantasten van drie paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis nodig.   
 
De in 2015 aangebrachte mitigatie in de vorm van speciale vleermuiskasten blijkt nu al functioneel. Zowel rosse vleermuizen als een enkele ruige dwergvleermuis gebruiken deze kasten al.  
 
Mede gelet op de verbeterde situatie is duidelijk dat met volgens de besluiten van de RVO uit 2011 en 2014 opgenomen mitigatie maatregelen daadwerkelijk de functionaliteit van de destijds bekende vaste rust- en verblijfplaatsen is gewaarborgd. Ook ten aanzien van de hierboven weergegeven veranderde situatie zal bij de uitbreiding van de golfbaan de functionaliteit van de nu bekende vaste rust- en verblijfplaatsen door het voortzetten van de in de besluiten van de RVO uit 2011 en 2014 opgenomen maatregelen en door drie  kleine aanpassingen in de uitvoering geheel gewaarborgd blijven.